Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:7693

Wijziging ouderlijk gezag na vraag minderjarige in informele rechtsingang.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:7693 text/xml public 2026-09-24T09:51:41 2026-08-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-14 C/02/446346 / FA RK 26-1497 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7693 text/html public 2026-09-22T12:53:33 2026-09-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7693 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-07-2026 / C/02/446346 / FA RK 26-1497
Wijziging ouderlijk gezag na vraag minderjarige in informele rechtsingang.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/446346 / FA RK 26-1497

datum uitspraak: 14 juli 2026

beschikking op de vraag van de minderjarige door middel van een informele rechtsingang

[minderjarige 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,

wonende in [woonplaats] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. N.M.P. Planthof uit Goes,

[de vader]

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. R.A. Vermeulen uit Leusden,

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West Zeeland,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Middelburg.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.


<nr>1</nr>Het verloop van de zaak 1.1
Op 24 maart 2026 heeft de rechtbank een brief ontvangen van [minderjarige 1] .
1.2
De kinderrechter heeft op 22 april 2026 met [minderjarige 1] gesproken over haar brief.
1.3
Naar aanleiding van dit gesprek heeft de kinderrechter de ouders, de Raad en de GI uitgenodigd voor een zitting. De zitting heeft plaatsgevonden op 24 juni 2026. Hierbij zijn verschenen: - de moeder via beeldverbinding; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI;

- een vertegenwoordigster van de Raad.

Bij de aanvang van de mondelinge behandeling bleek dat de advocaat van de moeder niet aanwezig was. De moeder heeft meegedeeld dat zij zonder de bijstand van haar advocaat het woord zal voeren.
<nr>2</nr>De feiten 2.1
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. Uit dit huwelijk zijn [minderjarige 1] en haar jongere broer [minderjarige 2] geboren.
2.2
De ouders hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.3
Bij de beschikking van deze rechtbank van 6 augustus 2021 is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. De ouders hebben een ouderschapsplan opgesteld. Dit plan is gehecht aan de echtscheidingsbeschikking en maakt daar onderdeel van uit.

Deze beschikking is op 17 augustus 2021 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
2.4
[minderjarige 1] verblijft bij de moeder.
2.5
Bij de beschikking van 15 augustus 2025 heeft de kinderrechter van deze rechtbank [minderjarige 1] en haar broer [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 11 augustus 2025 en tot 11 augustus 2026. De kinderrechter heeft daartoe voor zover hier van belang overwogen:
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] lijden onder de voortdurende spanningen en onrust van en tussen de ouders. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn getuige geweest van ernstige en langdurige conflicten tussen de ouders. Daarnaast is het gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet de emotionele toestemming voelen om met beide ouders onbelast contact te hebben. De minderjarigen zijn belast met volwassenzaken en zitten klem tussen de ouders. (…)

[minderjarige 1] heeft al een langere tijd geen contact meer met de vader. Het wegvallen van een vaderfiguur heeft impact op haar identiteitsontwikkeling. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben beiden een rol aangenomen die niet past bij het kind-zijn en waardoor zij niet voldoende kunnen toekomen aan hun eigen ontwikkelingstaken.

(…)
5.4.
Gelet op het voorgaande kan ook de kinderrechter niet beoordelen of er sprake is van een situatie van intieme terreur, waarbij de kinderrechter er waarde aan hecht om nogmaals, net als tijdens de mondelinge behandeling meermaals is gedaan, te benoemen dat zij de zorgen die door beide ouders zijn geuit en de daarbij door de ouders getoonde emoties, niet “onder het tafelkleed wil vegen”. Hoewel de reden van de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen dus niet duidelijk is geworden, is evident dat zij ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Nu de ouders onvoldoende in staat zijn gebleken om deze ontwikkelingsbedreiging zelfstandig weg te nemen, vindt de kinderrechter een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Er is weliswaar hulpverlening voor de kinderen op vrijwillige basis ingezet, maar deze heeft de zorgen niet kunnen wegnemen. Er moet allereerst op zo kort mogelijk termijn uitsluitsel komen of er al dan niet sprake is van intieme terreur. Mocht dit het geval zijn, dan betekent dat immers een hoog veiligheidsrisico voor de moeder en de minderjarigen.
<nr>3</nr>De vraag van [minderjarige 1] 3.1
[minderjarige 1] heeft in haar brief geschreven dat zij er veel moeite mee heeft dat haar vader het ouderlijk gezag over haar heeft. Enkele jaren geleden is het contact met haar vader verbroken. Zij had last van stress en angst als zij bij haar vader was. Hij heeft het haar moeilijk gemaakt en heeft haar jaren uitgescholden. Zij heeft daardoor een angststoornis ontwikkeld waarvoor ze medicatie en behandeling heeft. Het lukt haar al enige tijd niet om naar school te gaan. Ze vindt ook haar achternaam confronterend.

In het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige 1] (aanvullend) naar voren gebracht dat ze geen goede verhouding heeft met de jeugdbeschermer van de GI. De jeugdbeschermer praat te veel en heeft ook dingen tegen haar vader gezegd waarvan [minderjarige 1] niet wilde dat haar vader die wist of die niet juist waren. Zo is aan haar vader verteld dat [minderjarige 1] weer open zou staan voor contact met haar vader, terwijl dat niet het geval is. [minderjarige 1] heeft het gevoel dat de jeugdbeschermer haar naar haar vader probeert te “pushen”. De jeugdbeschermer wilde ook contact met de school van [minderjarige 1] , maar [minderjarige 1] is van mening dat dat haar eigen plek is en wil daarom niet dat de jeugdbeschermer op school komt. Zij zit nu op een nieuwe school en wil een nieuwe start. Zij vertrouwt de jeugdbeschermer niet en heeft alleen via app contact. De jeugdbeschermer maakt het volgens [minderjarige 1] erger; ze voelt zich niet serieus genomen door haar.

Volgens [minderjarige 1] is haar vader niet lief geweest. Zij droomt er vaak van dat hij haar moeder en haar broertje gaat vermoorden. Ze zag haar vader overal, dacht haar vader te zien in willekeurige voorbijgangers, terwijl ze wist dat dat niet zo was. Ze raakte dan in paniek en op school bleef dan haar hartslag hoog en kreeg ze geen rust meer. [minderjarige 1] vertelt dat er met behulp van de Masic is vastgesteld dat er sprake is van intieme terreur.

Ook heeft ze een hekel aan haar achternaam. Vroeger zei haar vader dat zolang ze [geslachtsnaam van de vader] heette, hij de baas over haar was. Hij geniet van macht en ze heeft niet het idee dat hij het beste met haar voor heeft. Ze zit er mee dat ze overal met die naam wordt aangesproken.

Daarnaast wil ze niet dat haar vader informatie kan opvragen bij haar behandelaar.

[minderjarige 1] heeft aangegeven dat zij al vier jaar de wens heeft dat zij geen contact meer met haar vader heeft en dat hij geen gezag meer over haar heeft.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1
Door of namens de vader is tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat de vader zeer van slag is door de brief van [minderjarige 1] . Hij heeft al heel erg veel moeten incasseren. Hij vindt het te ver gaan dat hij niet langer het gezag over [minderjarige 1] heeft. Het is al 2,5 jaar zo goed als stil en hij krijgt geen informatie over haar. Hij wil graag op de hoogte gehouden worden over [minderjarige 1] . Nadat het contact was verbroken, heeft hij twee keer een telefoongesprek met [minderjarige 1] gehad; de dag nadat de ondertoezichtstelling was uitgesproken en nadat de resultaten van de MASIC test bekend waren. Dat waren fijne rustige gesprekken. Dat vond [minderjarige 1] ook. Ze zei “je bent rustig gebleven en je hebt goed geluisterd”. Hij heeft gezegd dat zij alles goed heeft verwoord en hij heeft [minderjarige 1] meegedeeld dat hij open staat voor meer contact, maar dat hij dat verder aan haar over laat. Hij heeft wel met haar verjaardag een kaart en een cadeau gestuurd. Het is hem niet bekend waarom zij geen contact met hem wil.

De vader vreest dat hij zijn dochter volledig gaat verliezen als zijn gezag over haar beëindigd wordt. Er is nu al lange tijd geen contact met [minderjarige 1] en dat doet wat met hem. Hij heeft het er moeilijk mee dat het niet zo goed gaat met [minderjarige 1] . Hij gunt haar het beste en gunt haar rust, maar hij had gehoopt dat de ondertoezichtstelling verandering had kunnen brengen en er kleine stapjes gezet konden worden richting contact. Maar dat is niet het geval. De vader kan moeilijk begrijpen dat het ouderlijk gezag zou worden beëindigd. Hij heeft altijd toestemming gegeven als er beslissingen moesten worden genomen. Hij loopt er wel eens tegen aan dat hij niet goed weet hoe zijn handtekening te zetten omdat hij niet handig is met computers en geen printer heeft, maar uiteindelijk verleent hij de gevraagde toestemming altijd. Daarnaast zijn er kennelijk beslissingen genomen waar vader, ondanks het gezamenlijk gezag, niet bij betrokken is geweest, zoals de wisseling van de school van [minderjarige 1] . Dat bevreemdt hem.

Het beëindigen van het gezag is een ingrijpende maatregel, juist omdat de band dan helemaal doorgesneden wordt. Er is dan geen sprankje hoop meer op contactherstel. De vader erkent dat hij vanwege het ontbreken van contact niet goed weet wat er in het leven van [minderjarige 1] speelt, maar niet te verwachten is dat in de komende elf maanden (tot aan het 18e levensjaar van [minderjarige 1] ) dusdanige beslissingen moeten worden genomen dat vader niet meer goed in staat is om te bepalen wat in het belang is van [minderjarige 1] . Hij wil heel graag dat [minderjarige 1] rust krijgt en in zoverre zou het beëindigen van het gezag goed zijn voor haar, maar aan de andere kant heeft hij zijn eigen gevoel bij de beëindiging van het gezag. Hij vreest de band met [minderjarige 1] volledig te verliezen en is daarnaast ook bang dat dit zijn relatie met haar broer [minderjarige 2] beïnvloedt.

Er is gesteld dat informatie over [minderjarige 1] aan de vader zou zijn gegeven, maar dat is niet juist. Hij weet niet welke opleiding ze volgt of hoe het gaat op school. Uitgezonderd wat tijdens de mondelinge behandeling daarover is gedeeld, weet de vader daar niets van. Kennelijk is er een ander gezinsplan naar de vader gestuurd.
4.2
De moeder wist dat [minderjarige 1] een brief had geschreven aan de kinderrechter, maar zij wist niet wat daar in staat. [minderjarige 1] moet rust en stabiliteit krijgen en de kans krijgen om verder te gaan met haar leven. Dat gunt de moeder haar. De moeder denkt dat [minderjarige 1] rust krijgt als er een oplossing komt waarin zij gehoord wordt. Ze heeft heel wat meegemaakt en heeft nachtmerries en angsten gehad. Het ging heel slecht met haar. Ze wil graag verder met haar leven, los van de herinneringen. Ze wil afsluiten en verder gaan, maar de instanties zijn vaak gefocust op het contact met haar vader. Daar heeft ze last van en ook dat de vader in discussie kan gaan en een bepalende factor kan zijn als er beslissingen moeten worden genomen.

Na het gesprek met de kinderrechter gaat het beter met [minderjarige 1] . Ze heeft er vertrouwen in dat er naar haar is geluisterd. Ze gaat weer naar school en zij loopt stage. Wel speelt op de achtergrond deze procedure mee.

[minderjarige 1] heeft de telefoongesprekken anders beleefd dan hoe de vader deze heeft ervaren. Zij wilde weten wat haar vader vond van de ondertoezichtstelling en van de resultaten van de MASIC test. [minderjarige 1] wilde hem confronteren, erkenning krijgen en van hem horen dat hij spijt had of het zo allemaal niet had bedoeld. Hij heeft haar woorden verdraaid en daardoor werd de buikpijn voor [minderjarige 1] alleen maar groter.
4.3
De GI heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota die aan het dossier is toegevoegd, omdat de jeugdbeschermer niet op de zitting aanwezig kon zijn Al vanaf de eerste gesprekken gaf [minderjarige 1] aan dat zij geen contact met haar vader wilde en dat zij haar achternaam wilde wijzigen. Ze geeft al langere tijd aan stress en angst te ervaren in relatie tot haar vader. Er is volgens de GI geen perspectief op verbetering daarin. Het is belangrijk voor [minderjarige 1] dat zij serieus genomen wordt. Dat doet de jeugdbeschermer ook. De GI wil graag zien dat zij hulp krijgt om met deze stress om te gaan. Het is de GI niet bekend in hoeverre [minderjarige 1] onbedoeld door de moeder wordt beïnvloed. Omdat er op dit moment geen contact is met de jeugdbeschermer is het lastig om in gesprek te gaan met [minderjarige 1] . Zij doet zichzelf daarmee tekort.

De vader blijft de ouder van [minderjarige 1] en is een onderdeel van haar identiteit. Ondanks het ontbreken van contact heeft hij gezag. De vader lijkt het gezag niet te misbruiken en werkt mee. Vader heeft wel moeite om zich te verplaatsen in het perspectief van een ander of begrijpt dingen anders. Totdat [minderjarige 1] 18 jaar oud is, blijft de informatie uitwisseling bestaan.

Het beëindigen van het gezag is een onomkeerbare stap met verstrekkende gevolgen jegens de vader. Het is mogelijk dat een dergelijke beslissing [minderjarige 1] rust biedt waardoor zij nu of in de toekomst wel meer open zal staan voor het contact van de vader. Het zou echter ook kunnen dat zij het als een bevestiging ziet dat haar vader geen rol meer in haar leven speelt.
4.4
De Raad adviseert het gezag van de vader over [minderjarige 1] te beëindigen. De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het een grote stap is voor [minderjarige 1] om de kinderrechter een brief te schrijven. Een kind doet dat alleen als het erg klem zit. Uit het rapport van de Raad blijkt dat [minderjarige 1] een meisje is dat veel heeft meegemaakt in haar leven en die angstige gevoelens, stress en onrust ervaart. Ze heeft “een rugzak vol bagage” waar ze mee moet leren omgaan. Ze is nu op een leeftijd dat ze steeds zelfstandiger wordt. Zij voert haar ontwikkelingstaken uit door haar leven in te richten op een manier waarbij zij zich prettig voelt en waarbij zij zelf wil bepalen wie beslissingen over haar mag nemen. Daar moet serieus naar geluisterd worden. Dit luisteren leidt er niet per definitie toe dat haar wens moet worden gehonoreerd, maar wel moet serieus worden gekeken wat in haar belang is. De Raad denkt dat [minderjarige 1] erg bezig is met een verwerkingsproces. Als je weinig erkenning van een ouder krijgt, dan heb je als kind het gevoel dat die ouder geen beslissingen neemt die in jouw belang zijn. Als daar onvoldoende aandacht voor is, stopt het verwerkingsproces.

[minderjarige 1] is bezig om voor zichzelf te kaderen hoe ze verder moet met al die bagage in haar rugzak. Het lijkt erop alsof de vader niet goed bij haar kan aansluiten. Heeft de vader oprechte excuses aangeboden? En waarom heeft de vader bijvoorbeeld contact opgenomen met school, terwijl [minderjarige 1] contact met hem vermijdt?

Tegelijkertijd ziet de Raad dat haar brief de vader raakt, dat hij verdriet heeft en dat hij [minderjarige 1] mist. Voornamelijk hoort de Raad daarin dat het moeilijk is voor hemzelf, maar de Raad wil juist [minderjarige 1] voorop stellen, wat zij meemaakt en waar zij naar op zoek is.

[minderjarige 1] heeft nu ruimte nodig voor haar boosheid, verdriet en onmacht. Als haar door vader ruimte wordt gegeven, dan kan die boosheid, verdriet en onmacht zakken en bestaat er in de toekomst wellicht de mogelijkheid dat zij weer contact met de vader heeft. Dat contact moet nu niet geforceerd worden, want dat maakt de relatie tussen hen nog verder kapot en dat gunt de Raad de vader en [minderjarige 1] niet.

Als de kinderrechter zou besluiten het gezag te beëindigen en de vader daarmee akkoord zou gaan, is dat niet om [minderjarige 1] haar zin te geven maar om aan te sluiten bij wat zij nodig heeft en in haar belang het beste is. In die situatie bestaat er volgens de Raad weinig risico dat [minderjarige 1] zich nog meer afgewezen voelt door de vader.
<nr>5</nr>De beoordeling van de kinderrechter 5.1
[minderjarige 1] heeft de kinderrechter een vraag gesteld via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, zoals bijvoorbeeld met een brief, e-mailbericht of telefoontje, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. Een kind kan alleen gebruik maken van de informele rechtsingang als dat in de wet is bepaald. Dat betekent dat de kinderrechter over een beperkt aantal onderwerpen een beslissing kan nemen.

Wat zegt de wet?
5.2
Op grond van artikel 1:251a, lid 4, van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) kan de rechter na ontbinding van een huwelijk ambtshalve bepalen dat het gezag aan één van de ouders toekomt, indien hem/haar blijkt dat een minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, in het geval dat:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Dit kan alleen als er sprake is geweest van een huwelijk en er niet eerder door een rechter een beslissing is genomen over het gezag. De kinderrechter stelt vast dat aan deze voorwaarden is voldaan. Gelet hierop kan [minderjarige 1] worden ontvangen in haar aanvraag.
5.3
De kinderrechter is van oordeel dat niet aan de criteria van onderdeel a van artikel 1:251a, lid 4, BW is voldaan. Niet gebleken is dat [minderjarige 1] klem of verloren is of zal raken tussen haar ouders omdat gezagsbeslissingen die genomen moeten worden ten aanzien van haar niet of niet voortvarend genoeg genomen worden. De vader geeft immers toestemming wanneer dat nodig is. De kinderrechter ziet ook niet dat de vader gezagsbeslissingen tegenhoudt of misbruik maakt van zijn gezag.
5.4
Wel is naar het oordeel van de kinderrechter in dit geval een wijziging van het gezag anderszins in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk (onderdeel b van artikel 1:251a, lid 4, BW). Bij de beoordeling daarvan staat het belang van [minderjarige 1] voorop.
5.5
Het is de kinderrechter duidelijk dat de verhouding tussen de ouders en die tussen [minderjarige 1] en haar vader ernstig is verstoord. Ook is duidelijk dat er zich tussen de ouders veel heeft afgespeeld waar [minderjarige 1] veel van heeft meegekregen. Er is sprake geweest van onder meer ernstige en langdurige conflicten tussen de ouders. Ook heeft zich veel afgespeeld tussen [minderjarige 1] en haar vader. Zo heeft [minderjarige 1] namens de vader e-mails gestuurd aan de moeder en herinnert [minderjarige 1] zich heel goed dat de vader een asbak naar haar heeft gegooid. Dit alles heeft een grote impact gehad op [minderjarige 1] . De kinderrechter verwijst hiervoor naar de procedure inzake het verzoek tot ondertoezichtstelling wat heeft geleid tot de beschikking die hiervoor in 2.5. is genoemd.
5.6
[minderjarige 1] heeft al circa 2,5 jaar geen contact meer met haar vader. Zij wijst elke vorm van contactherstel af. In de afgelopen periode van ondertoezichtstelling is gebleken dat [minderjarige 1] duidelijk en overtuigend is in haar wens dat zij geen contact meer wil met de vader. De interventies van de GI gericht op contactherstel hebben bij haar enkel voor meer weerstand gezorgd. De GI heeft dat tijdens de mondelinge behandeling bevestigd.

Het contact met haar vader wordt door [minderjarige 1] als pijnlijk ervaren. Zij heeft angst voor haar vader en zij ervaart daardoor stress en onrust. Zij zag hem overal – ook al wist ze dat hij het niet was – en raakte daardoor in paniek. Zij heeft een angststoornis ontwikkeld waarvoor zij is behandeld. Zij voelt zich ook niet serieus genomen door haar vader.

Het is de vader niet gelukt om het voor [minderjarige 1] minder belastend te maken. De twee telefoongesprekken die zij hebben gevoerd na het verlies van het fysieke contact, zijn door [minderjarige 1] en de vader verschillend ervaren. Volgens de vader waren het fijne gesprekken, terwijl [minderjarige 1] deze gesprekken volgens de moeder als vervelend heeft ervaren en onbevredigend. De gesprekken vonden plaats nadat de ondertoezichtstelling was uitgesproken en de resultaten van de MASIC test bekend waren. Het lijkt er op dat [minderjarige 1] van de vader wilde horen dat hij zich in de beslissing en de resultaten herkende en erkende wat zijn handelen heeft teweeg gebracht. Ook in het gesprek dat [minderjarige 1] met de kinderrechter heeft gevoerd, geeft zij blijk van die behoefte aan erkenning door de vader. Juist het ontbreken van die erkenning en de gevolgen die dat handelen van de vader voor [minderjarige 1] heeft gehad, heeft invloed op het verwerken van wat er in het verleden allemaal is gebeurd. De vader lijkt niet in staat te zijn zich daadwerkelijk open te stellen voor de ervaringen van [minderjarige 1] en haar emoties daarbij en zijn rol daarin te erkennen en verantwoordelijkheid daarvoor te nemen. Zolang dit niet verandert, zal [minderjarige 1] de rol van haar vader als negatief (blijven) ervaren en zal het zetten van stappen door haar in de richting van de vader heel moeilijk zijn.

De forse weerstand die [minderjarige 1] vertoont jegens de vader is schadelijk voor haar ontwikkeling naar volwassenheid. Het is ook enige tijd heel slecht gegaan met [minderjarige 1] en ze is toen enkele maanden niet naar school kunnen gaan. Zij heeft behandeling gehad voor haar angststoornis.

Het is belangrijk dat [minderjarige 1] tijd krijgt om te verwerken wat er allemaal is gebeurd. Dat lukt nu niet (goed), omdat zij teveel stress heeft van wat er speelt met haar vader.
5.8
Door het gezag te beëindigen hoopt de kinderrechter, zoals ter zitting ook door de Raad naar voren is gebracht, dat [minderjarige 1] het verleden kan gaan verwerken, dat zij zich op die verwerking kan focussen, alsmede op de ontwikkeltaken die bij haar leeftijd horen. De beleving die [minderjarige 1] nu heeft bij de vader en zijn rol in haar leven belemmert haar daar nu bij.

De kinderrechter begrijpt dat dit heel moeilijk moet zijn voor de vader en begrijpt de angst van de vader dat hij de band met [minderjarige 1] helemaal zal verliezen. Dit doet echter niet af aan de diepgewortelde wens van [minderjarige 1] dat zij haar eigen beslissingen kan nemen, samen met de moeder waarbij zij woont. Zij is op een leeftijd en in een situatie waarin de kinderrechter niet langer om haar mening heen kan. Zo komt zij weliswaar op dit moment nog verder verwijderd te staan van haar vader, maar het ouderlijk gezag van de vader belemmert haar nu in haar verwerkingsproces van het verleden. Door [minderjarige 1] nu ruimte te geven voor dit verwerkingsproces en de rust te gunnen die zij zelf voelt te gaan hebben indien de vader geen gezag meer heeft, kan zij een voor haar negatieve periode afsluiten en ontstaat er mogelijk juist rust en ruimte bij haar om de vader weer toe te laten tot haar leven en toch weer enige vorm van contact met haar vader te krijgen. De vader is en blijft immers haar vader, ook zonder gezag.
5.9.
Voor wat betreft de angst van de vader dat [minderjarige 2] in een vergelijkbare situatie komt, merkt de kinderrechter op dat [minderjarige 2] een ander kind is dan [minderjarige 1] , dat op regelmatige basis contact heeft met zijn vader en wellicht heeft hij, mede gezien zijn leeftijd, de relatie van de ouders onderling en zijn eigen relatie met de vader anders ervaren. Bovendien is de GI nog bij hem betrokken.
5.10
De kinderrechter zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor [minderjarige 1] belangrijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
5.11
In verband met het bepaalde in artikel 2, aanhef en sub a, van het Besluit Gezagsregisters zal de kinderrechter de griffier verzoeken een aantekening te doen in het gezagsregister van de gewijzigde gezagssituatie.
<nr>6</nr>Brief aan [minderjarige 1] 6.1.
De kinderrechter vindt het belangrijk om [minderjarige 1] een brief te sturen met uitleg over de beslissing en beide ouders daarvan op de hoogte te stellen. In deze brief die, geadresseerd aan [minderjarige 1] naar het woonadres van [minderjarige 1] wordt verzonden leest [minderjarige 1] het volgende.

Beste [minderjarige 1] ,

Jij hebt op 24 maart 2026 een brief aan de kinderrechter gestuurd. Daarna heb ik op 22 april 2026 met jou gesproken over je brief. Ik heb toen aangegeven dat ik later ook met jouw ouders zou spreken. Dit heb ik gedaan op een zitting op 24 juni 2026. Je moeder is via een beeldverbinding aangesloten en je vader is samen met zijn advocaat gekomen. Ook was er een vertegenwoordiger van de jeugdbescherming aanwezig en een medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming om de kinderrechter advies te geven.

Tijdens de zitting heb ik een korte samenvatting gegeven van jouw brief en het gesprek dat ik met je had. Daarna heb ik met alle anderen hierover gesproken

De kinderrechter heeft goed geluisterd naar jou, jouw ouders, de jeugdbeschermer en de medewerkster van de Raad en ik heb besloten om het gezag van je vader over jou te beëindigen dat wil zeggen dat je vader voortaan niet meer betrokken zal zijn bij beslissingen over jou. Hierna leg ik uit waarom ik dat heb besloten.

De kinderrechter moet bij het nemen van een beslissing altijd verschillende dingen meewegen en uiteindelijk na een afweging een beslissing nemen. Als die beslissing over kinderen gaat dan is de mening van die kinderen heel belangrijk. Maar kinderrechters moeten uiteindelijk beslissen in het belang van een kind. De kinderrechter wil benadrukken dat zij deze beslissing niet neemt enkel en alleen omdat jij het vraagt en omdat jij dat zo wilt. Deze beslissing wordt genomen omdat deze het beste voor jou wordt gevonden.

Voor de kinderrechter is duidelijk dat jij al lange tijd geen contact hebt met je vader. Dat wil jij op dit moment ook niet meer. Ook is duidelijk dat jij al langere tijd de wens hebt dat je vader geen beslissingen meer over jou kan of mag nemen. Jij voelt je al langere tijd niet fijn en prettig bij het gezag van je vader en dat hij nog beslissingen over jou kan nemen, terwijl jij geen contact meer met hem hebt. Je hebt me verteld dat je vanwege (het handelen van) je vader veel stress hebt en last hebt van een angststoornis. Je bent bezig met het verwerken van alles wat in het verleden is gebeurd.

Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat je vader je erg mist. Hij heeft verteld dat hij niet wil dat zijn gezag over jou eindigt omdat hij bang is dat hij dan helemaal geen band meer heeft met jou. Hij heeft er veel verdriet van dat jullie al zo lang geen contact meer met elkaar hebben. Hij gunt jou het beste en hij zou het ook fijn vinden en het je gunnen als je rust krijgt en verder met je leven kunt zonder dat er vervelende gebeurtenissen uit het verleden daar invloed op hebben. Ik vind het knap van je vader dat hij dat zo kan benoemen.

De kinderrechter vindt dat in dit geval jouw belang zwaarder moet wegen dan het belang van je vader om het gezag te houden. Jij zit nu nog in een proces waar je alle gebeurtenissen uit het verleden een plaatsje moet geven en een voor jou heel vervelende periode wilt kunnen afsluiten. Dit is (ook) belangrijk voor jouw ontwikkeling naar volwassenheid. De Raad heeft aangevoerd dat zolang jij de band van het gezag met je vader hebt, je niet volledig alle gebeurtenissen uit het verleden kunt verwerken en daardoor ook onrust en stress zult blijven ervaren. De kinderrechter snapt goed wat de Raad daarmee bedoelt en is het met de Raad eens.

Ik hoop wel dat als jij op enig moment weer rust hebt, je minder boos bent op je vader en minder angstig bent of onrust en stress ervaart, dat je dan ook op een andere manier naar je vader gaat kijken. Misschien dat je in de toekomst op enige wijze weer contact wilt en kunt hebben met je vader op een manier die jij prettig vindt.

Ik zal de inhoud van de brief die ik je nu stuur in de beslissing voor je ouders zetten, zodat ze weten wat ik jou heb geschreven.

De kinderrechter hoopt dat deze beslissing jou rust en duidelijkheid geeft en dat je verder stappen kunt gaan zetten om te verwerken wat er verwerkt moet worden. Voor de toekomst wenst de kinderrechter jou alle goeds toe en voor nu een hele fijne zomervakantie!

Met vriendelijke groet, ook namens de kinderrechter,

De griffier.
<nr>7</nr>De beslissing van de kinderrechter
De kinderrechter:

bepaalt ambtshalve dat het gezag van de vader over [minderjarige 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009, wordt beëindigd en dat de moeder voortaan alleen met het gezag over [minderjarige 1] is belast;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Merbel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Van ‘t Westeinde, griffier.

Mededeling van de griffier:

Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof:

a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;

d. door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Artikel delen