Aansluitende zorgmachtiging verleend voor twaalf maanden
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:7751
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-08-2026
Datum publicatie
25-09-2026
Zaaknummer
C/02/450026 / FA RK 26-3463
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
ECLI:NL:RBZWB:2026:7751text/xmlpublic2026-09-25T14:52:332026-08-15Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-07-15C/02/450026 / FA RK 26-3463UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLMiddelburgCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7751text/htmlpublic2026-09-23T09:40:422026-09-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:7751 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-07-2026 / C/02/450026 / FA RK 26-3463 Aansluitende zorgmachtiging verleend voor twaalf maanden
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/450026 / FA RK 26-3463 Datum uitspraak: 15 juli 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg. 1Het verloop van de procedure1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 6 juli 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 juli 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1], verpleegkundig specialist. Verschenen, maar niet gehoord is:
- [persoon 2], zorgmedewerker. 2Wat vaststaat2.1. Bij beschikking van 2 februari 2026 van deze rechtbank is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, met ingang van 2 februari 2026 en tot en met 2 augustus 2026. 3Het verzoek3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. 4De standpunten4.1. Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het nu wel goed met hem gaat. Een tijdje terug ging het wat minder goed met hem. Er zijn de afgelopen tijd ook wat incidenten voorgevallen, maar daar kon betrokkene niets aan doen. Hij heeft zijn ruzies bovendien weer bijgelegd. Betrokkene vindt het dan ook oneerlijk dat er weer een zorgmachtiging voor hem wordt verzocht. 4.2. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene wil de zorg het liefst in het vrijwillig kader voortzetten en op termijn afbouwen. Hij ervaart de zorgmachtiging als een straf. Hij heeft echter wel wat aan de zorg en vindt het tijdens incidenten wel fijn dat de zorg bij hem betrokken is. Hij kan dan ook instemmen met de verzochte vormen van verplichte zorg. Betrokkene probeert zijn medicatie zo goed mogelijk in te nemen. De frequentie van de afspraken met het FACT-team vindt hij wel wat veel. 4.3. De verpleegkundig specialist benoemt dat de situatie van betrokkene de afgelopen tijd is verbeterd. Toch blijven er nog incidenten voorvallen, niet zo zeer met het FACT-team, maar met derden. Daar kan betrokkene nog behandeling voor gebruiken. Dit kan (nog) niet in het vrijwillig kader plaatsvinden, omdat betrokkene zijn eigen (rigide) ideeën heeft over hoe de behandeling er uit moet zien. Daarbij is betrokkene weliswaar redelijk trouw in het nakomen van zijn afspraken, maar hij is tegelijkertijd geneigd om zijn medicatie te laten staan of naar eigen inzicht in te nemen. Daarom dient er opnieuw een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene te worden verleend. 5De beoordeling5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene is bekend met een psychotische kwetsbaarheid en heeft al meerdere paranoïde psychoses doorgemaakt. Daarnaast is er sprake van cannabisgebruik en bestaat er het vermoeden van een onder gemiddeld intelligentieniveau. De psychische stoornis is door of namens betrokkene niet betwist. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene, vanuit zijn psychotische toestandsbeeld dat gepaard gaat met extreme achterdocht en paranoïde wanen, dreigend en (verbaal en fysiek) agressief gedrag kan vertonen richting derden. Er is eerder aangifte gedaan tegen betrokkene wegens bedreiging en mishandeling. Verder is betrokkene door de verschillende conflicten zijn baan verloren. Het ontbreekt betrokkene daardoor thans aan zinvolle dagbesteding. Een eerdere poging tot beschermd wonen is mislukt en door het verblijf van betrokkene in de thuissituatie dreigen zijn ouders overbelast te geraken. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene wil de afspraken met het FACT-team graag in frequentie verlagen. Betrokkene beschikt echter niet over ziektebesef en -inzicht en het risico bestaat dat hij zijn noodzakelijk geachte medicatie snel wil afbouwen, waarbij de kans op een toename van de psychotische klachten vanuit de zorg reëel wordt geacht. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 5.9. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 5.10. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden, met ingang van heden en tot en met 15 juli 2027. 6De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 juli 2027. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 22 juli 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.