Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:7780

Intrekkingsbeschikking

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 September 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:7780 text/xml public 2026-09-28T13:40:01 2026-08-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-17 C/02/442798 / FA RK 25-6328 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7780 text/html public 2026-09-23T12:45:54 2026-09-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7780 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-07-2026 / C/02/442798 / FA RK 25-6328
Intrekkingsbeschikking

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/442798 / FA RK 25-6328

datum uitspraak: 17 juli 2026

intrekkingsbeschikking

op het (gewijzigde) verzoekschrift van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. S.X. Scholten te Vlissingen,

over de minderjarige

[de minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2021 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [de minderjarige] ,

Als belanghebbenden in onderhavige procedure worden aangemerkt:

[de vrouw],

hierna te noemen de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg,

mr. M.P. Kapteijn, advocaat te Middelburg, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over [de minderjarige] .
<nr>1</nr>Het verdere procesverloop 1.1.
De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de (tussen)beschikking van 30 december 2025 tot benoeming van een bijzondere curator en alle daarin genoemde stukken;

- het op 30 januari 2026 ontvangen verslag van de bijzondere curator;

- het op 3 maart 2026 door mr. Kouijzer ingediende F9-formulier;

- het op 4 maart 2026 door mr. Scholten ingediende F9-formulier;

- het op 2 april 2026 ontvangen gewijzigde verzoekschrift, met bijlage;

- de brief van 22 mei 2026 van mr. Scholten;

- het op 5 juni 2026 door mr. Kouijzer ingediende F9-formulier;

- het op 23 juni 2026 door mr. Scholten ingediende F5-formulier.
<nr>2</nr>De verdere beoordeling 2.1
De man heeft bij inleidend verzoekschrift verzocht, voor zover nog aan de orde:

te bepalen dat vervangende toestemming wordt verleend voor erkenning door de man van [de minderjarige] ;

een omgangsregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddagmiddag tot zondagavond bij de man verblijft en een vaste doordeweekse dag;

te bepalen dat wanneer de man en de vrouw, met ingang van het moment waarop [de minderjarige] door de man is erkend, samen het ouderlijk gezag uitoefenen;

te bepalen dat wanneer het ouderlijk gezag niet door de rechtbank wordt vastgesteld, de vrouw de man maandelijks schriftelijk informeert over [de minderjarige] .
2.2.
De man heeft op 2 april 2026 zijn verzoek ten aanzien van de omgangsregeling gewijzigd, in die zin dat hij heeft verzocht om bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een omgangsregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] wekelijks op zaterdag van 13.00 tot 18.00 uur bij hem verblijft. In zijn gewijzigd verzoekschrift heeft de man aangegeven zijn verzoeken tot vervangende toestemming voor erkenning, tot gezamenlijk ouderlijk gezag en tot het vaststellen van een informatieregeling in te trekken.
2.3.
Bij F5-formulier van mr. Scholten van 23 juni 2026 is namens de man (ook) het gewijzigde verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling ingetrokken.
2.4.
Nu alle (gewijzigde) verzoeken van de man zijn ingetrokken, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van die verzoeken. De rechtbank wijst om die reden de verzoeken van de man af.
2.5.
Vanwege de intrekking van alle (gewijzigde) verzoeken van de man, zal de geplande zitting in deze zaak op 29 september 2026 niet doorgaan. De advocaten van partijen, de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming hebben hierover reeds bericht van de rechtbank ontvangen.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure in eerste aanleg als beëindigd kan worden beschouwd.
<nr>3</nr>De beslissing
De rechtbank
3.1.
wijst de verzoeken van de man af;
3.2.
beschouwt de taak van de bijzondere curator in de procedure in eerste aanleg als beëindigd.

Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. Lavrijssen, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Artikel delen