Verkorte beschikking mbt verhuizing, school, omgang en informatieregeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:7802
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-08-2026
Datum publicatie
28-09-2026
Zaaknummer
C/02/442759 / FA RK 25-6312
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
ECLI:NL:RBZWB:2026:7802text/xmlpublic2026-09-28T15:09:322026-08-17Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-07-17C/02/442759 / FA RK 25-6312UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLMiddelburgCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7802text/htmlpublic2026-09-24T09:52:292026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:7802 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-07-2026 / C/02/442759 / FA RK 25-6312 Verkorte beschikking mbt verhuizing, school, omgang en informatieregeling
verkorte beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/442759 / FA RK 25-6312
Zaaknummer: C/02/443641 / FA RK 26-29 datum uitspraak: 17 juli 2026 verkorte beschikking over vervangende toestemming verhuizing en inschrijving kinderen op het nieuwe adres, over vervangende toestemming inschrijving nieuwe school, over de zorgregeling en over een informatieregeling
in de zaken van
[de vrouw]
,
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. E. Sijnesael in Middelburg, tegen
[de man],
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat: mr. S.X. Scholten in Vlissingen, over de minderjarigen:
[minderjarige 1]
, geboren te [geboorteplaats 1] (Verenigde Arabische Emiraten) op [geboortedag 1] 2008, hierna: [minderjarige 1],
[minderjarige 2]
, geboren te [geboorteplaats 1] (Verenigde Arabische Emiraten) op [geboortedag 2] 2009, hierna: [minderjarige 2],
[minderjarige 3]
, geboren te [geboorteplaats 2] (Syrië) op [geboortedag 3] 2014, hierna: [minderjarige 3],
[minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 4] 2016, hierna [minderjarige 4]. Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, locatie Middelburg, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd. 1Het procesverloop C/02/442759 / FA RK 25-6312
1.1 In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 27 november 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het rapport van de Raad d.d. 18 maart 2026;
- het op 30 juni 2026 ontvangen verweerschrift met zelfstandig verzoek met bijlagen;
- het bericht van mr. Sijnesael d.d. 7 juli 2026 met bijlage. C/02/443641 / FA RK 26-29 1.2. In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 19 december 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het e-mailbericht van de griffier van deze rechtbank aan de Raad d.d. [geboortedag 4] 2026;
- het op 30 juni 2026 ontvangen verweerschrift met zelfstandig verzoek met bijlagen;
- het bericht van mr. Sijnesael d.d. 7 juli 2026 met bijlage. 1.2 De verzoeken zijn mondeling behandeld op 14 juli 2026. Bij die behandeling zijn gekomen partijen, met hun advocaten en een tolk in de Syrisch-Arabische taal. Ook was een vertegenwoordiger van de Raad aanwezig. 1.3 De rechter heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. [minderjarige 1] heeft hier geen gebruik van gemaakt. [minderjarige 2] en [minderjarige 4] hebben dit gedaan door hun mening te schrijven op het keuzeformulier dat zij retour hebben gezonden aan de rechtbank. [minderjarige 3] heeft haar mening kenbaar gemaakt in een afzonderlijk gesprek met de rechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter samengevat wat [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben verteld en geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten2.1 Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank van 6 februari 2019 is de echtscheiding uitgesproken en deze beschikking is op 6 maart 2019 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand die daarvoor zijn bedoeld. 2.2 Tijdens het huwelijk van partijen zijn [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] geboren. 2.3
[minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verblijven bij de vrouw. 2.3
[minderjarige 1] is inmiddels meerderjarig. Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4]. 2.4 Bij voornoemde echtscheidingsbeschikking d.d. 6 februari 2019 is voor zover hier van belang ook bepaald dat de overige onderlinge regelingen uit het aangehechte convenant en het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking. In dit ouderschapsplan, welke door partijen ondertekend is op 16 januari 2019, is opgenomen dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de vrouw hebben alsmede een zorgregeling, waarover partijen hebben afgesproken dat zolang de man een kamer bewoont de kinderen elke zondag bij hem verblijven. Vanaf het moment dat de man over woonruimte beschikt waar de kinderen kunnen overnachten, verblijven de kinderen gedurende elk weekend van vrijdag tot zondagavond bij de man. [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven dan ook gedurende de helft van de vakanties bij de man. [minderjarige 4] wordt door ouders nog te jong geacht om een langere aaneengesloten periode bij de man te zijn. 2.5 Bij vonnis van 11 december 2025 is de zorgregeling tussen de man en de kinderen zoals vastgelegd in het voornoemde ouderschapsplan geschorst totdat de Raad onderzoek heeft verricht en in de bodemprocedure op de verzoeken van de vrouw is beslist. De Raad is daarbij verzocht om ten behoeve van de bodemprocedure met zaaknummer C/02/442759 / FA RK 25-6312 een onderzoek in te stellen en aan de hand daarvan een advies te geven over de in het vonnis opgenomen vragen ten aanzien van het gezag en het contact van de man met de kinderen. 2.6 Beide partijen en de kinderen hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. 3De verzoeken C/02/442759 / FA RK 25-6312 3.1 De vrouw verzoekt:
- de man de omgang met de kinderen van partijen voor onbepaalde tijd te ontzeggen;
- de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
- kosten rechtens. C/02/443641 / FA RK 26-29 3.2 De vrouw verzoekt:
- aan de vrouw vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing van haar met de kinderen naar (de omgeving van) [plaats];
- aan de vrouw vervangende toestemming te verlenen in die zin dat de toestemming van de rechtbank in de plaats komt van de toestemming van de man voor de inschrijving van de kinderen van partijen op het adres van de nieuwe woning van de vrouw;
- aan de vrouw vervangende toestemming te verlenen in die zin dat de toestemming van de rechtbank in de plaats komt van de toestemming van de man voor de inschrijving van de kinderen op de nieuwe school van de kinderen;
- de beschikking, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
- kosten rechtens. 3.3 De man is het niet eens met de voornoemde verzoeken van de vrouw en verzoekt deze verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen. 3.4. De man verzoekt bij wijze van zelfstandig verzoek in beide procedures:
- de vrouw te verplichten om de man tweewekelijks per e-mail te informeren over ontwikkelingen in het leven van de kinderen, waaronder hun schoolprestaties, hun medische situatie en hun sociale ontwikkeling en/of nevenactiviteiten als sport, plus het meesturen van een foto. 3.3 Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om de verzoeken te beoordelen, hierna ingegaan. 4De beoordeling4.1 De beslissing luidt zoals hieronder is bepaald. Aan partijen is medegedeeld dat de nadere schriftelijke uitwerking van deze beschikking binnen zes weken, uiterlijk 27 augustus 2026, zal volgen. 5De beslissing De rechtbank C/02/442759 / FA RK 25-6312 5.1 wijst het verzoek van de vrouw tot ontzegging van de omgang van de man met de kinderen af; 5.2 wijzigt de zorgregeling zoals vastgelegd in het ouderschapsplan d.d. 16 januari 2019 en welke is gehecht aan de beschikking van 6 februari 2019 en bepaalt dat de man, [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van begeleide omgang met elkaar en dat de betrokken hulpverlening vanuit Saeda met [minderjarige 2] in gesprek zal gaan om de ruimte voor contactherstel met de man te onderzoeken. Indien blijkt dat hiervoor een opening wordt gezien dan dient het contact met de man onder begeleiding en op geleide van [minderjarige 2] te worden vormgegeven; C/02/443641 / FA RK 26-29 5.3 verleent de vrouw - ter vervanging van de toestemming van de man - toestemming om met [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verhuizen naar (de omgeving van) [plaats]; 5.4 verleent de vrouw - ter vervanging van de toestemming van de man - toestemming voor de inschrijving van de kinderen op het adres van de nieuwe woning van de vrouw; 5.5 verleent de vrouw - ter vervanging van de toestemming van de man - toestemming voor de inschrijving van de kinderen op de nieuwe school van de kinderen; 5.6 bepaalt dat de vrouw de man tweewekelijks per e-mail informeert over ontwikkelingen in het leven van de kinderen, waaronder hun schoolprestaties, hun medische situatie en hun sociale ontwikkeling en/of nevenactiviteiten en dat zij daarbij een actuele foto van de kinderen zal meesturen. Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 in aanwezigheid van Bakker-Maljers, griffier. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.