Informele rechtsingang, wijziging hoofdverblijf en aanpassing contactregeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:7806
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-08-2026
Datum publicatie
28-09-2026
Zaaknummer
C/02/446839 / FA RK 26-1758
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
ECLI:NL:RBZWB:2026:7806text/xmlpublic2026-09-28T13:50:022026-08-17Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-07-17C/02/446839 / FA RK 26-1758UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7806text/htmlpublic2026-09-28T13:49:242026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:7806 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-07-2026 / C/02/446839 / FA RK 26-1758 Informele rechtsingang, wijziging hoofdverblijf en aanpassing contactregeling
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/446839 / FA RK 26-1758
Datum uitspraak: 17 juli 2026 nadere beschikking op de vraag van de minderjarige door middel van een informele rechtsingang
[minderjarige]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2013,
hierna te noemen [minderjarige] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. van Riel uit Breda ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
voorheen advocaat: mr. N. Meijer uit Rotterdam, onttrokken op 10 juli 2026, mr. J.A. SCANLAN,
kantoorhoudende in Roosendaal,
in haar hoedanigheid als bijzondere curator over [minderjarige] ,
hierna te noemen de bijzondere curator. De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda , hierna te noemen de Raad, is op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter over de vraag van de minderjarige te adviseren. 1Het verdere verloop van de zaak1.1 Het verdere verloop van de zaak blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 5 juni 2026 en alle daarin vermelde stukken;
- het rapport van de bijzondere curator van 6 juli 2026, ontvangen door de rechtbank op 6 juli 2026;
- de brief van mr. Van Riel van 10 juli 2026 met drie producties;
- het onttrekkingsbericht van mr. Meijer van 10 juli 2026. 1.2 De behandeling van de zaak is met gesloten deuren voortgezet op de zitting van14 juli 2026. Daarbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- de bijzondere curator;
- een vertegenwoordigster van de Raad. 2De nadere beoordeling2.1 Bij beschikking van 5 juni 2026 is mr. J.A. Scanlan benoemd tot bijzondere curator voor [minderjarige] . Aan haar is verzocht de volgende vragen te onderzoeken en te beantwoorden en de rechtbank daarover te rapporteren:
- of het belang van [minderjarige] gediend is met een wijziging zijn verblijfplaats en een eventuele wijziging van de zorgregeling en welke gevolgen dit heeft in praktische zin, bijvoorbeeld voor het voetballen van [minderjarige] ;
- hoe de communicatie tussen de ouders verloopt en indien deze voor verbetering vatbaar is, op welke wijze dit kan worden bewerkstelligd;
- indien sprake is van een slechte communicatie, welk effect dit heeft op [minderjarige] ;
- wat de werkelijke wensen en behoeften zijn van de [minderjarige] ten aanzien van het hoofdverblijf en de zorgregeling.
De behandeling van de zaak is aangehouden tot de zitting van 14 juli 2026 in afwachting van het rapport van de bijzondere curator. 2.2 De bijzondere curator heeft op 6 juli 2026 verslag uitgebracht van het onderzoek dat zij heeft verricht. In dit verslag is - samengevat - het volgende naar voren gebracht.
Geadviseerd wordt om de vraag van [minderjarige] uitvoerbaar bij voorraad toe te wijzen, waarbij de wijziging van de hoofdverblijfplaats ingaat op het moment dat [minderjarige] bij zijn vader is om de zomervakantie van 2026 door te brengen. Gebleken is dat [minderjarige] echt bij zijn vader in [woonplaats] wil gaan wonen en dat hij dezelfde zorgregeling wenst te hebben met zijn moeder als hij nu met zijn vader heeft. Praktisch gezien zal die regeling niet mogelijk zijn als de moeder op de zaterdagen blijft werken. [minderjarige] heeft behoefte aan een woonomgeving waar hij zich fijn voelt, zijn vrienden om zich heen heeft, zijn voetbal (zowel trainingen als wedstrijden) kan beoefenen en naar een school kan die aansluit bij zijn behoeftes (kleinschalig, sporten en vrienden). [minderjarige] vindt de nabijheid van oma vaderszijde vertrouwd en geruststellend.
Het is in het belang van [minderjarige] dat hij vóór het nieuwe schooljaar naar zijn vader in [woonplaats] verhuist. [minderjarige] geeft aan dat hij het rustig vindt bij zijn vader en dat hij de woning van de vader, die is gelegen in een wijk waar hij veel vrienden heeft, fijn vindt. Ook is [minderjarige] enthousiast over de middelbare school waar hij daar naar toe kan ( [middelbare school 1] in [woonplaats] ) en waar ook zijn vrienden naar toe gaan. Niet uitgesloten kan worden dat [minderjarige] zich eenzaam voelt in [plaats] . Hij voelt zich in ieder geval niet thuis op [middelbare school 2] in [plaats] waar hij in het nieuwe schooljaar kan starten. Het is van belang dat [minderjarige] naar een school kan gaan waar hij zich op zijn gemak voelt.
Op dit moment kan [minderjarige] maar deels deelnemen aan voetbalwedstrijden voor zijn [club] en kan hij doordeweeks niet trainen met zijn clubmaten omdat hij dan in [plaats] is. Voetbal moet in [woonplaats] door kunnen gaan als [minderjarige] naar [woonplaats] mag verhuizen. Het moet niet zo zijn dat [minderjarige] geen wedstrijden meer in het weekend kan spelen.
Een verhuizing naar [woonplaats] leidt er automatisch toe dat het contact tussen [minderjarige] en de moeder anders komt te liggen. [minderjarige] heeft die wijziging overzien en nagedacht wat die regeling zou moeten zijn. [minderjarige] wil in de weekenden in [woonplaats] wedstrijden spelen en geeft duidelijk aan graag te willen dat zijn moeder daarbij aanwezig is. De zorgregeling zou er volgens de bijzondere curator als volgt uit kunnen zien:
Tijdens het voetbalseizoen
Het ene weekend verblijft [minderjarige] van vrijdag na school tot zondag 19:00 uur bij de moeder, waarbij de moeder [minderjarige] vrijdag van school ophaalt en hem op zaterdag voor een wedstrijd in de middag naar [woonplaats] brengt en na de wedstrijd terug neemt naar [plaats] . De vader haalt [minderjarige] op zondag bij de moeder op. Als de wedstrijd in de ochtend is, dan haalt de moeder [minderjarige] op na de wedstrijd, waarbij het de keuze van de moeder is of zij (een deel van) die wedstrijd meekijkt. De vader haalt [minderjarige] op zondag bij de moeder op.
Het andere weekend kan de moeder [minderjarige] direct na de wedstrijd (ongeacht of die in de ochtend of in de middag is) mee naar [plaats] nemen als zij dat met haar werk kan regelen. De vader haalt [minderjarige] om 19:00 uur bij de moeder op.
Buiten het voetbalseizoen
De zorgregeling die nu voor de vader geldt, kan bij een verhuizing van [minderjarige] voor de moeder gelden, waarbij ook het halen en brengen wordt omgekeerd.
De vader heeft aangedragen dat [minderjarige] ook tijdens de studiedagen naar de moeder kan. Dit is voor [minderjarige] goed omdat bij een wijziging van zijn hoofdverblijfplaats naar de vader hij minder tijd met de moeder zal doorbrengen. De studiedagen kunnen het verlies aan contact enigszins compenseren. Voor de verdeling van de schoolvakanties en feestdagen kan dezelfde regeling worden aangehouden.
De communicatie tussen de ouders verloopt slecht. Berichten worden uitsluitend met elkaar gedeeld via Whatsapp. [minderjarige] geeft aan er geen last van te hebben dat zijn ouders niet vriendelijk tegen elkaar zijn en dat zij het zelf uit moeten zoeken. Dit betekent echter niet dat [minderjarige] de spanning tussen de ouders niet voelt. Belangrijk is dat de ouders op zo’n kort mogelijke termijn met elkaar om de tafel gaan om zaken naar elkaar uit te spreken en om duidelijke afspraken te maken hoe zij elkaar voortaan gaan bejegenen, zeker als [minderjarige] bij hen in de buurt is. Beide ouders hebben aan de bijzondere curator aangegeven dat zij bereid zijn om met een mediator aan de slag te gaan. Bij de mediator hebben de ouders bovendien de mogelijkheid om nadere afspraken met elkaar te maken over hoe de zorgregeling zou moeten lopen. Van beide ouders zal in een mediationtraject veel gevraagd worden, maar dat moeten zij voor [minderjarige] over hebben. 2.3 Door en namens de moeder is ter zitting, onder verwijzing naar de brief van mr. Van Riel van 10 juli 2026 en de daarbij overgelegde producties, aangevoerd dat de moeder niet kan instemmen met het advies van de bijzondere curator. De moeder maakt zich grote zorgen over [minderjarige] wanneer hij zijn hoofdverblijfplaats bij de vader krijgt, en zij voorziet dat [minderjarige] hierop op termijn gaat terug komen. Bij de vader is geen sprake van een stabiele en veilige (opvoed)situatie voor [minderjarige] . De vader drinkt en heeft agressie-regulatieproblemen. De moeder heeft het gevoel dat zij er meer voor [minderjarige] kan zijn dan de vader. Hoewel de bijzondere curator aangeeft dat volgens haar geen sprake is van een loyaliteitsconflict bij [minderjarige] , heeft de moeder het idee dat bij [minderjarige] sprake is van dieperliggende problematiek. De moeder maakt zich hierover zorgen en acht het in het belang van [minderjarige] dat hij voorlopig nog bij haar blijft wonen, temeer nu [minderjarige] pas sinds het laatste half jaar aangeeft bij de vader te willen wonen. [minderjarige] heeft dit eerder nooit naar de moeder uitgesproken. Tegenover een medewerker van het CJG heeft [minderjarige] bovendien aangegeven dat het rustiger voor hem zou zijn om bij de moeder te blijven wonen. Op grond van dit alles twijfelt de moeder of de vraag van [minderjarige] om komend schooljaar bij de vader te mogen wonen uit hemzelf komt, of is ingegeven door (de wens van) de vader. Reeds op 15 maart 2026 heeft de vader namelijk te kennen gegeven dat [minderjarige] bij hem komt wonen en dat hij daarvoor een advocaat gaat inschakelen. Mocht [minderjarige] komende maanden blijven aangeven bij de vader te willen wonen, dan dient dit op termijn nader bekeken te worden. Op dit moment is een wijziging van zijn hoofdverblijfplaats naar de vader echter niet in het belang van [minderjarige] . Belangrijk is bovendien dat de ouders eerst gaan werken aan een betere verstandhouding en minder spanningsvolle overdrachtsmomenten voordat een ingrijpende beslissing als wijziging hoofdverblijfplaats wordt genomen. Desalniettemin zal de moeder meewerken aan een inschrijving van [minderjarige] op [middelbare school 1] in [woonplaats] voor het geval de vraag van [minderjarige] zou worden toegewezen. Van bezwaren van [minderjarige] om op [middelbare school 2] te starten komend schooljaar is de moeder overigens niet gebleken. 2.4 De vader heeft ter zitting aangegeven dat hij het advies van de bijzondere curator kan begrijpen en daar ook achter staat. De vader heeft zijn leven op orde. Hij heeft een stabiele woon- en leefsituatie. [minderjarige] is altijd heel vrolijk bij de vader en zijn vriendjes in [woonplaats] wonen op loopafstand van de vader. Sinds de onderhavige procedure speelt verloopt de communicatie tussen de ouders minder goed, maar de vader voorziet hierin in de toekomst geen problemen. Hij is bereid alle gegevens met de moeder te delen. Indien hulpverlening nodig wordt geacht om de onderlinge communicatie tussen hem en de moeder te verbeteren, staat de vader daar achter. Het zou echter beter zijn wanneer de ouders dit zelf kunnen oplossen. Indien de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] gewijzigd wordt naar de vader, kan de vader ermee instemmen dat de zorgregeling die thans geldt tussen de vader en [minderjarige] wordt omgedraaid. Wel zou de vader graag willen dat [minderjarige] van de vier weekenden, één weekend volledig bij hem is in verband met de voetbal. Dit kan gecompenseerd worden met een verblijf van [minderjarige] bij de moeder tijdens studiedagen. 2.5 De bijzondere curator heeft tijdens de zitting een nadere toelichting op haar rapport gegeven. Zij handhaaft haar advies. In de gesprekken met de bijzonder curator was [minderjarige] , ondanks dat de moeder [minderjarige] naar de gesprekken heeft gebracht waardoor enige terughoudendheid bij [minderjarige] verwacht had kunnen worden als sprake zou zijn van een loyaliteitsconflict, heel open. De bijzondere curator heeft niet het gevoel dat [minderjarige] een toneelstukje opvoerde. Het is niet in het belang van [minderjarige] om komend half jaar of langer, zoals verzocht door de moeder, geen wijzing in de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] te brengen. [minderjarige] komt oprecht over in zijn wens om bij zijn vader in [woonplaats] te gaan wonen, welke wens [minderjarige] al zes maanden uitspreekt. Bij de vader kan [minderjarige] uitvoering geven aan zijn grote passie, namelijk voetballen. Daarnaast ervaart [minderjarige] bij de vader rust. Ook spreekt de middelbare school waar [minderjarige] in [woonplaats] kan starten, namelijk [middelbare school 1] , hem meer aan dan [middelbare school 2] in [plaats] . [middelbare school 1] is kleinschalig en op deze school wordt veel aan sport gedaan. [minderjarige] weet dat zijn moeder veel verdriet heeft over zijn wens om bij de vader in [woonplaats] te gaan wonen, maar desondanks handhaaft hij zijn wens. Het is voor [minderjarige] duidelijk welke consequenties een wijziging van zijn hoofdverblijfplaats naar [woonplaats] voor hem heeft. [minderjarige] kon in de gesprekken niet benoemen hoe aan de zorgregeling bij een verhuizing naar [woonplaats] met zijn moeder invulling moet worden gegeven anders dan dat de zorgregeling volgens hem omgedraaid moet worden, maar dat is ook een taak voor de ouders en niet voor [minderjarige] . Ongeacht de uitkomst van de onderhavige procedure, is het van belang dat de ouders gaan werken aan een verbetering van hun onderlinge communicatie. Niet is gebleken dat [minderjarige] in een loyaliteitsconflict verkeert, maar het kan niet anders dan dat [minderjarige] de spanningen tussen zijn ouders voelt. [minderjarige] zou hiermee niet belast moeten worden. Dit staat echter een wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] op dit moment niet in de weg. 2.6 De vertegenwoordigster van de Raad heeft de kinderrechter tijdens de zitting geadviseerd om de vraag van [minderjarige] , conform het advies van de bijzondere curator, toe te wijzen. Gebleken is dat [minderjarige] heel duidelijk de wens heeft om bij zijn vader in [woonplaats] te gaan wonen. Het is niet onmogelijk dat de wens van [minderjarige] in eerste instantie is ingegeven door loyaliteit. Inmiddels heeft [minderjarige] deze wens echter zo vaak uitgesproken dat hij deze wens geïnternaliseerd heeft en is het daadwerkelijk wat [minderjarige] wil. Belangrijk is dat [minderjarige] serieus wordt genomen in zijn wens, mede gelet op zijn leeftijd. Indien dit niet wordt gedaan, kan dit de onderlinge relatie van [minderjarige] met zijn ouders negatief beïnvloeden. Bij een wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] gaat er veel veranderen. Hierover zullen de ouders samen afspraken met elkaar moeten maken. Daarnaast is het belangrijk dat de ouders met behulp van hulpverlening gaan werken aan een verbetering van hun onderlinge samenwerking en communicatie. Voorkomen moet worden dat [minderjarige] zijn ouders tegen elkaar gaat uitspelen. De ouders moeten gaan leren met elkaar op te trekken naar [minderjarige] . Indien de vraag van [minderjarige] wordt toegewezen, is het van belang dat [minderjarige] na de zomervakantie kan starten op [middelbare school 1] of een andere middelbare school in [woonplaats] . De Raad hoopt dat de moeder, vooruitlopend op de uitkomst van deze procedure, hieraan haar medewerking kan verlenen. De inschrijving van [minderjarige] op [middelbare school 2] in [plaats] is al rond. 2.7
[minderjarige] heeft gebruik gemaakt van de informele rechtsingang waarbij hij de kinderrechter heeft gevraagd om te bepalen dat hij vanaf komend schooljaar (2026/2027) bij zijn vader mag wonen. Daarmee verzoekt [minderjarige] om een wijziging van zijn hoofdverblijf van zijn moeder naar zijn vader. 2.8 In de wet is niet expliciet bepaald dat de kinderrechter in het kader van de informele rechtsingang ambtshalve een beslissing kan nemen over het wijzigen van het hoofdverblijf van een kind. Echter, omdat er wel een wettelijke basis bestaat voor de kinderrechter om naar aanleiding van een informele rechtsingang ambtshalve een beslissing te nemen over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders over een kind en in bepaalde gevallen over de wijziging van het gezag, terwijl het hoofdverblijf samenhangt met de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en het hoofdverblijf voortvloeit uit het gezag, waardoor het hoofdverblijf kan worden gezien als “het mindere” van het gezag, valt naar het oordeel van de kinderrechter niet in te zien waarom zij in het kader van de informele rechtsingang niet ook een beslissing zou kunnen nemen over het hoofdverblijf. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom ontvangen in zijn vraag tot wijziging van het hoofdverblijf en, daarmee samenhangend, tot wijziging van de verdeling van de zorgregeling tussen hem en zijn moeder. 2.9 De kinderrechter heeft goed geluisterd naar wat de betrokkenen ( [minderjarige] , de moeder, de vader, de bijzondere curator en de vertegenwoordigster van de Raad) haar hebben verteld. Ook heeft zij kennis genomen van de beschikbare stukken, waaronder het rapport van de bijzondere curator van 6 juli 2026 en de brief van mr. Van Riel van 10 juli 2026 met bijbehorende producties. Op basis daarvan komt de kinderrechter tot de conclusie dat het hoofdverblijf van [minderjarige] moet worden gewijzigd en bij de vader moet worden bepaald. Zij overweegt daartoe het volgende. 2.10
[minderjarige] heeft duidelijk aangegeven dat hij bij zijn vader wil wonen. Vanaf het moment dat [minderjarige] de brief aan de rechtbank heeft geschreven is hij standvastig geweest in zijn wens tot wijziging van zijn hoofdverblijf. Hij is hier tot op heden niet van teruggekomen. Ter zitting heeft de bijzondere curator benadrukt dat [minderjarige] in de gesprekken met haar heel open was en dat zij op geen enkel moment de indruk heeft gehad dat [minderjarige] zich niet vrij voelde om te spreken over zijn wens tot het wonen bij zijn vader, ook al weet hij dat dit de moeder veel verdriet doet. Ook is het de bijzondere curator gebleken dat de wens van [minderjarige] om bij zijn vader te wonen weloverwogen is en dat de gevolgen van een wijziging van zijn hoofdverblijf voor [minderjarige] duidelijk zijn. Of de wens van [minderjarige] wel of niet is ingegeven door loyaliteit en of hij in zijn wens al dan niet is beïnvloed door de vader, kan de kinderrechter niet vaststellen. Maar zelfs als dit het geval zou zijn, dan heeft [minderjarige] die wens inmiddels zo geïnternaliseerd, dat dit niet meer van belang is. [minderjarige] moet, mede gezien zijn leeftijd, serieus in zijn wens worden genomen. Indien dit niet gebeurt en aan de wens van [minderjarige] voorbij wordt gegaan, acht de kinderrechter met de Raad de kans zeer groot en reëel dat dit de onderlinge band tussen [minderjarige] en zijn ouders, en met name tussen [minderjarige] en de moeder, negatief zal beïnvloeden. [minderjarige] zou het de moeder namelijk kwalijk kunnen gaan nemen dat hij van haar niet de kans heeft gekregen om het wonen bij zijn vader te ervaren. Ook acht de kinderrechter het voorzienbaar dat [minderjarige] het zijn moeder zeer kwalijk zou nemen dat zij hem daarmee de mogelijkheid ontneemt om verder te groeien in zijn voetbal. 2.11 In haar oordeel neemt de kinderrechter tevens mee dat de woon- en leefomgeving van de vader aansluit bij de behoeften van [minderjarige] . Zo kan [minderjarige] bij zijn vader zijn grote passie, namelijk voetbal, uitoefenen (zowel trainingen als wedstrijden), is de woning van de vader gelegen in een wijk die [minderjarige] fijn vindt en waar ook zijn oma en vrienden wonen, en kan hij naar de middelbare school van zijn keuze gaan, namelijk [middelbare school 1] in [woonplaats] plaats van [middelbare school 2] in [plaats] . De moeder heeft weliswaar gesteld dat de (opvoed)situatie van de vader onvoldoende stabiel en veilig voor [minderjarige] is, maar daarvoor heeft de kinderrechter geen aanwijzingen noch heeft de moeder haar stelling met concrete stukken onderbouwd. Aan de zorgregeling zoals bepaald bij beschikking van 8 september 2020, waarbij [minderjarige] wekelijks in het weekend bij de vader verblijft en sprake is van een uitgebreide vakantie-, feestdagen- en bijzondere dagen regeling, wordt bovendien al jarenlang uitvoering gegeven. Wel is voor de kinderrechter vast komen te staan dat de verstandhouding tussen de ouders op dit moment flink verstoord is, waarbij met name de vader met momenten over de grenzen van de moeder lijkt heen te gaan. Zoals uitgebreid besproken ter zitting is het aan de ouders om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen. Met behulp van hulpverlening dienen zij in het belang van [minderjarige] te gaan werken aan een verbetering van hun onderlinge communicatie en samenwerking. Dit zodat de ouders het ouderschap over [minderjarige] in goed overleg kunnen uitoefenen en van belang zijnde gezagsbeslissingen over [minderjarige] genomen kunnen worden. Ter zitting hebben beide ouders aangegeven zich hiervoor in te willen zetten en hulpverlening te zullen benaderen. 2.12 Ten aanzien van het contact tussen [minderjarige] en de moeder ziet de kinderrechter (eveneens) reden om aan te sluiten bij de wens van [minderjarige] om de huidige zorgregeling om te draaien, in die zin dat [minderjarige] elk weekend naar de moeder gaat. De bijzondere curator heeft in haar rapport een voorstel voor een zorgregeling gedaan, waarbij zij onderscheid heeft gemaakt in een verblijf van [minderjarige] bij de moeder tijdens het voetbalseizoen en buiten het voetbalseizoen. Een dergelijk onderscheid acht de kinderrechter passend en aangewezen. Wel ziet zij aanleiding om een iets andere zorgregeling te bepalen dan door de bijzondere curator voorgesteld om meer rust in het verblijf van [minderjarige] bij de moeder te brengen waarbij de reisbewegingen voor [minderjarige] zo beperkt mogelijk worden gehouden en om de overdrachtsmomenten, die op dit moment spanningsvol verlopen, deels op neutraal terrein te laten plaatsvinden. Dit brengt de kinderrechter tot de volgende regeling:
- tijdens het voetbalseizoen: [minderjarige] verblijft van zaterdag na de voetbalwedstrijd tot zondag 19:00 uur bij de moeder, waarbij de moeder [minderjarige] op de zaterdag na de voetbalwedstrijd ophaalt op de desbetreffende voetbalclub waar de wedstrijd plaatsvindt en de vader [minderjarige] op zondag om 19:00 uur bij de moeder in [plaats] ophaalt.
- buiten het voetbalseizoen: [minderjarige] verblijft van zaterdag tot zondag 19:00 uur bij de moeder, waarbij de ouders het tijdstip waarop de moeder [minderjarige] op de zaterdag ophaalt bij de vader in onderling overleg bepalen. De vader haalt [minderjarige] op zondag om 19:00 uur op bij de moeder in [plaats] . De vakantie-, feestdagen- en bijzondere dagen regeling zoals bepaald bij beschikking van8 september 2020 kan ongewijzigd in stand worden gelaten.
Daarbij overweegt de kinderrechter dat indien de ouders een andere zorgregeling voor [minderjarige] willen, het hen vrij staat om hierover in goed overleg nadere afspraken met elkaar te maken. Indien de ouders er samen niet uitkomen, is het aan hen om hierin verdere (juridische) stappen te ondernemen, zonder dat [minderjarige] hiermee wordt belast. 2.13 Gelet op het vorenstaande zal de vraag van [minderjarige] worden toegewezen, in die zin dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader wordt bepaald met ingang van het verblijf van [minderjarige] bij de vader gedurende de zomervakantie 2026 en de bij beschikking van 8 september 2022 vastgestelde zorgregeling (deels) wordt gewijzigd waarbij [minderjarige] bij de moeder zal verblijven conform hetgeen onder 2.12 is overwogen. 2.14 De kinderrecht zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Zij is namelijk van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij vóór de start van het nieuwe schooljaar zijn hoofdverblijf bij de vader heeft, zodat hij in augustus kan beginnen op zijn nieuwe middelbare school. Dit betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen de beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt. 2.15 Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat, hoewel zij niet achter een wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] kan staan, zij bereid is om mee te werken aan een inschrijving van [minderjarige] op [middelbare school 1] in [woonplaats] . De kinderrechter gaat er vanuit dat de moeder zich aan deze toezegging zal houden in het belang van [minderjarige] . 2.16 Met deze beschikking zal de zaak worden afgesloten. De vraag die [minderjarige] aan de kinderrechter in het kader van de informele rechtsingang heeft gesteld is beantwoord en de bijzondere curator heeft de opdracht van de kinderrechter volbracht. De werkzaamheden van de bijzondere curator zijn daarmee dan ook geëindigd, zodat zij zal worden ontslagen van die taak met dank voor haar inspanningen. Mocht echter een rechtsmiddel worden ingesteld, dan herleeft de taak van de bijzondere curator. De kinderrechter zal daarom beslissen als hierna vermeld. 3Brief aan [minderjarige] 3.1 De kinderrechter vindt het belangrijk om [minderjarige] een brief te sturen met uitleg over haar beslissing en beide ouders daarvan op de hoogte te stellen. In deze brief die naar het adres van de moeder wordt verzonden, leest [minderjarige] het volgende. Beste [minderjarige] , Eerder heb jij gesproken met een collega rechter van mij, mr. Van Triest. Zij heeft eind mei 2026 mr. Julie Scanlan als bijzondere curator over jou benoemd. Met de bijzondere curator heb jij twee gesprekken gevoerd over je wens om voortaan bij je vader te wonen en het contact met je moeder. Ook heeft zij met jouw ouders gesproken. Daarna heeft de bijzondere curator een verslag geschreven. In haar verslag heeft zij geadviseerd om jou te volgen in jouw wens om bij je vader te gaan wonen. Ook heeft zij een voorstel gedaan voor een andere zorgregeling, waarbij jij doordeweeks bij je vader woont en elk weekend contact met jouw moeder hebt. Omdat het verslag van de bijzondere curator heel duidelijk is en haar advies overeenkomt met jouw wens over het wonen bij jouw vader en het contact met je moeder, heb ik ervoor gekozen om jou niet opnieuw uit te nodigen voor een gesprek. Voor mij is namelijk duidelijk wat jij graag wilt. Jouw ouders heb ik wel opnieuw uitgenodigd voor een gesprek op zitting, die heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Ook de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming waren uitgenodigd. Zij zijn allemaal naar de zitting gekomen en iedereen heeft verteld hoe zij of hij erover denkt. Ik heb goed geluisterd naar wat iedereen heeft gezegd. Daarna heb ik goed nagedacht over alles en een beslissing genomen. Ik heb besloten dat jij vanaf komend schooljaar bij je vader mag wonen. Dit betekent dat jouw hoofdverblijf zal wijzigen van je moeder naar je vader, en wel vanaf het moment dat je in de zomervakantie naar jouw vader gaat. Ik vind het heel belangrijk dat jij goed contact met je moeder blijft houden. Jij hebt aangegeven de zorgregeling te willen omdraaien, zodat jij je moeder elke week blijft zien. Ik begrijp jouw wens hierin. Ook vind ik het belangrijk dat jij - in rust - deelt kunt nemen aan de voetbalwedstrijden in het weekend, waarbij jij niet teveel op en neer hoeft te reizen tussen [plaats] en [woonplaats] . Ik heb daarom de volgende regeling bepaald:
- tijdens het voetbalseizoen verblijf jij van zaterdag na de voetbalwedstrijd tot zondag 19:00 uur bij je moeder, waarbij je moeder jou op de zaterdag na de voetbalwedstrijd ophaalt op de voetbalclub waar de wedstrijd plaatsvindt. Jouw vader haalt jou op zondag om 19:00 uur bij je moeder in [plaats] op.
- buiten het voetbalseizoen verblijf jij van zaterdag tot zondag 19:00 uur bij je moeder. Jouw moeder haalt jou op zaterdag bij jouw vader in [woonplaats] op, en jouw ouders spreken samen het tijdstip af waarop jij wordt opgehaald. Jouw vader haalt jou op zondag om 19:00 uur bij je moeder in [plaats] op.
De afspraken die eerder zijn gemaakt over de vakanties, feestdagen en jouw verjaardag blijven hetzelfde. Hierin verandert er dus niets voor jou. Ik hoop dat deze beslissing jou duidelijkheid en rust geeft en ik wens je het allerbeste toe. Met vriendelijke groeten, Mr. Phillips, kinderrechter. 4De beslissing van de kinderrechter De kinderrechter: 4.1 bepaalt ambtshalve de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader met ingang van het verblijf van [minderjarige] bij de vader tijdens de zomervakantie 2026; 4.2 wijzigt ambtshalve de tussen de moeder en de vader in de beschikking van8 september 2020 bepaalde zorgregeling en bepaalt dat [minderjarige] bij de moeder zal verblijven conform hetgeen onder 2.12 is overwogen; 4.3 verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.4 ontslaat mevrouw mr. J.A. Scanlan van haar taak als bijzondere curator voor [minderjarige] , tenzij een rechtsmiddel wordt ingesteld. Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Snatersen, griffier. Mededeling van de griffier:
Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof:
a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
d. door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.