ECLI:NL:RBZWB:2026:7819text/xmlpublic2026-09-28T15:36:012026-08-17Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-07-17C/02/450274 / FA RK 26-3598UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7819text/htmlpublic2026-09-24T15:29:022026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:7819 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-07-2026 / C/02/450274 / FA RK 26-3598 Voortzetting crisismaatregel Wvggz
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/450274 / FA RK 26-3598
Datum uitspraak: 17 juli 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. G.H.M. van Laarhoven te Tilburg. 1Het verloop van de procedure1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 14 juli 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juli 2026 te [plaats 2] , [accommodatie] , [adres]. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; mevrouw [persoon 1], geriater tevens regiebehandelaar; de heer [persoon 2], verpleegkundige. Tevens waren aanwezig: mevrouw [persoon 3], co-assistent; mevrouw [persoon 4], arts in opleiding tot geriater. 1.3. De officier is zoals hij al aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2Wat vaststaat Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 13 juli 2026 afgegeven. 3Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie. 4De standpunten4.1. Betrokkene merkt op dat het vandaag [datum] is. Hij vervolgt dat iedereen in de GGZ instelling lief en aardig voor hem is. Verderop in het gesprek geeft hij aan dat
hij in de GGZ instelling in zijn vrijheden erg wordt beperkt en dat hij zich niet buiten de instelling mag begeven. Dat hij zojuist zou hebben gezegd dat iedereen hier lief en aardig voor hem is kan hij zich niet meer herinneren. Hij woont alleen en alle taken, waaronder de was verricht hij geheel zelfstandig. Hij heeft alleen moeite met computers. Het liefst wil hij zo snel mogelijk terug naar huis. Met hooguit wat extra ambulante zorg kan hij zich daar prima redden. Een voortzetting van de verplichte crisisopname voor een periode langer dan een week is voor hem absoluut niet bespreekbaar. 4.2. De geriater heeft naar voren gebracht dat betrokkene sinds juni 2026 - aanvanke-lijk op vrijwillige basis - is opgenomen bij het centrum Senioren met een delirant toestandsbeeld bij een urineweginfectie, waarbij sprake was/is van toenemende verwardheid en manische ontregeling. Aangezien er ook rekening wordt gehouden met cognitieve achteruitgang is de zorg tevens daarop gericht. Echter zal er daarover diagnostisch pas meer duidelijkheid kunnen ontstaan zodra de psychotische toestand voldoende is geweken. Ook zal naar verwachting een periode van minstens een aantal weken dan nog nodig zijn om daarop voldoende zicht te krijgen. Betrokkene krijgt zorg geboden in de vorm van medicatie, waaronder anti psychotica en daarnaast blaaskatheterisatie, waarop controles worden uitgeoefend. Betrokkene weigert regelmatig aan toediening medicatie, waaronder de blaaskatheterisatie, mee te werken. Verder begeeft hij zich herhaaldelijk naar de deur met de bedoeling om terug naar huis te gaan of loopt hij binnen bij andere kamers en neemt hij vervolgens spullen mee naar buiten. Ook zorgt betrokkene zelf voor onvoldoende intake van vocht en voeding. Als voorbeeld daarvan benoemt zij dat betrokkene een week geleden is flauw gevallen, nadat hij te weinig had gedronken. Zij ziet gelet op het huidige toestandsbeeld van betrokkene geen mogelijkheden om hem voldoende veilig en verantwoord met ontslag te laten gaan. Dit gelet op de bij betrokkene gebleken actuele behoefte aan 24-uurs zorg en toezicht en de aanmerkelijke kans dat hij dan zal stoppen met het gebruik van de hem voorgeschreven medicatie. Daarbij betrekt zij ook dat betrokkene alleen woont met slechts geringe huishoudelijke ondersteuning en dat zijn ex-partner en zijn twee zoons, deels vanwege de grote reisafstand, daarin slechts een beperkte rol (kunnen) vervullen. Hoewel de aanvraag van een zorgmachtiging al in voorbereiding is kan zij rekening houdend met alle actuele factoren en omstandigheden, zoals hiervóór omschreven, achter een voortzetting crisismaatregel staan. Wel met dien verstande, dat het ‘uitoefenen van toezicht’ bij gebrek aan mogelijkheden daartoe niet aan de orde is. 4.3. De verpleegkundige sluit zich aan bij dat wat door de geriater naar voren is gebracht. Hij licht daarop toe dat voor het toepassen van zorg, zoals bijvoorbeeld blaaskatheterisatie, wegens het weigeren van die zorg door betrokkene er enkele keren forse fysieke dwangmaatregelen moesten worden ingezet. 4.4. De advocaat van betrokkene voert aan dat zijn cliënt duidelijk is in zijn standpunt, namelijk dat hij vindt dat hij per direct uit de GGZ instelling dient te worden ontslagen en dat hij thuis prima voor zichzelf kan zorgen. Verder wijst hij erop dat zijn cliënt thuis in het kader van zijn medicatiegebruik al gebruik maakte van een baxterrol en hij voornemens is dit consequent te blijven doen. Verder is zijn cliënt bereid om, voor zover nodig, van ambulante wel en niet planbare zorg gebruik te maken. Namens betrokkene stelt hij zich met deze toelichting op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. 5De beoordeling5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang. 5.3. Ook is uit de overgelegde stukken en de zitting naar het oordeel van de rechtbank gebleken van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten bipolaire-stemmingsstoornissen. Daarnaast is er een vermoeden van cognitieve achteruitgang. Of en in hoeverre het laatste aan de orde is zal naar verwachting pas in een later stadium diagnostisch kunnen worden vastgesteld. 5.4. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene aanvankelijk vrijwillig in de GGZ instelling is opgenomen in een toestand van toenemende verwardheid en manische ontregeling bij een delirant beeld bij een urineweginfectie. Met de tot dusver geboden klinische zorg wordt enige verbetering gezien, zij het dat de toestand van betrokkene nog verre van stabiel is. Ook blijkt dat betrokkene, althans op dit moment, op andere vlakken waaronder ten aanzien van zelfzorg, maar ook voor het consequent (blijven) gebruiken van (anti psychotische) medicatie en somatische zorg, behoefte heeft aan continue zorg en toezicht. Die zorg is noodzakelijk ter voorkoming van ernstig nadeel, zoals hiervóór omschreven, maar ook wegens andere gezondheidsrisico’s die betrokkene loopt als gevolg van onvoldoende vocht- en voedstelintake. 5.5. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak bestaat. 5.6. Naar het oordeel van de rechtbank is er ook sprake van verzet bij betrokkene. Gebleken is dat gedurende de klinische opname er forse dwangmaatregelen ingezet moesten worden om aan betrokkene de hem voorgeschreven medicatie en somatische zorg te kunnen bieden. Daarbij komt dat betrokkene laat blijken dat hij vindt dat hij per direct kan en wil terugkeren naar huis en dat hij met eventueel aanvullende ambulante zorg voldoende in staat is voor zichzelf te zorgen. 5.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 5.8. Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor de duur van drie weken. 6De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:
[betrokkene]
, geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 augustus 2026; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 28 juli 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.