Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBZWB:2026:7918

Toewijzing VCM - 3 weken

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 October 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:7918 text/xml public 2026-10-02T14:29:09 2026-08-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-20 C/02/450396 / FA RK 26-3671 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7918 text/html public 2026-10-01T16:24:27 2026-10-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7918 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-07-2026 / C/02/450396 / FA RK 26-3671
Toewijzing VCM - 3 weken
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450396 / FA RK 26-3671

Datum uitspraak: 20 juli 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1] ,

verblijvende in een [accommodatie] te [plaats 2] ,

advocaat mr. F.J. Koningsveld uit Breda.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 juli 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

mevrouw [persoon 1] , kinderarts;

mevrouw [persoon 2] , leidinggevende kinderafdeling;

mevrouw [persoon 3] , psycholoog centrum voor eetstoornis;

mevrouw [persoon 4] , systeemtherapeut;

de heer [persoon 5] , arts in opleiding tot psychiater;

de ouders van betrokkene.
<nr>2</nr>Wat vaststaat 2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van de gemeente Breda heeft de crisismaatregel op 15 juli 2026 afgegeven.
<nr>3</nr>Het verzoek 3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
<nr>4</nr>De standpunten 4.1.
Betrokkene geeft aan dat het goed met haar gaat. Zij vindt het stom om hier te verblijven. Het liefst wil betrokkene naar huis en als dat niet kan wil zij terug naar [accommodatie] . Betrokkene was daar eerder ook en daar lukte het wel om te eten. Betrokkene heeft van [accommodatie] begrepen dat zij terug mocht komen wanneer zij motivatie had. Het liefst wil betrokkene geen sondevoeding omdat het plaatsen hiervan elke keer veel pijn oplevert. Betrokkene is van mening dat zij zelf moet bepalen of ze wil eten of niet en dat dit niet gedwongen moet.
4.2.
De systeemtherapeut verklaart dat zij betrokkene een tijdje geleden heeft gezien en samen met haar de MFT heeft afgemaakt.
4.3.
De psycholoog verklaart dat er een wachtlijst is bij [accommodatie] die misschien wel maanden bedraagt.
4.4.
De vader van betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene MFT heeft gedaan maar dit heel fout en problematisch is geweest. Het programma paste absoluut niet bij betrokkene, omdat het niet werd aangepast aan haar LVB en autisme. Betrokkene is vervolgens in het ziekenhuis beland en is voor de laatste sessie naar MFT gegaan. Daarna is betrokkene één week thuis geweest vanuit het ziekenhuis waarna ze vanuit GGZ naar [accommodatie] is gegaan. Betrokkene is daar drie maanden geweest en is goed hersteld waarbij ze ongeveer naar haar streefgewicht is gegaan. Uiteindelijk is betrokkene thuis komen te zitten in een zorgvacuüm en is er vanuit GGZ niets ondernomen en is er geen nazorg geweest. Betrokkene is volledig gestopt met eten en uiteindelijk door haar moeder naar de SEH gebracht met een opname tot gevolg. Na drie dagen is betrokkene ’s avonds weggelopen en opgepakt. Op zaterdag is er een mijlpaal bereikt waarbij het echt niet goed ging en de vader kan zich voorstellen dat dit voor een probleem heeft gezorgd op de kinderafdeling. Na het toedienen van medicatie heeft betrokkene uiteindelijk rust gevonden. Uiteindelijk verbeterde het niet en werd de inname van eten extreem lastig waardoor alle waardes slechter werden. Het ziekenhuis heeft uiteindelijk aangegeven dat ze het niet meer trekken, aldus de vader. Het ziekenhuis is, zonder medeweten van de ouders, opzoek gegaan naar alternatieve plekken. Uiteindelijk is besloten om betrokkene te laten opnemen in een gesloten GGZ-instelling met een crisismachtiging. Voorts geeft de vader van betrokkene aan dat zij geweigerd is in [plaats 3] omdat haar IQ te laag is om deel te mogen nemen aan de behandeling. Per augustus wordt er een huis geopend in Limburg via een organisatie die bereid zou zijn om betrokkene op te nemen. Betrokkene kent die mensen al doordat zij hier op de afdeling komen. De kliniek gaat per 3 augustus open en de periode tot dan moet overbrugd worden. Tevens is de kliniek bereid om garant te staan voor haar somatische toestand. Voorts geeft de vader aan dat zij het niet oneens zijn met het feit dat er een crisismachtiging is afgegeven om dwangvoeding mogelijk te maken omdat zij ook zien dat het niet langer zo kan. Sterker nog, er loopt een aanvraag voor een zorgmachtiging waar zij het ook mee eens zijn. De plek van opname is vooral storend, mede vanwege de rol van GGZ. De vader vindt het moeilijk te verteren dat betrokkene juist nu naar een faciliteit van GGZ moet die twee keer eerder heeft gezegd haar niet te kunnen helpen. Volgens de vader zijn er andere opties mogelijk, zoals kortdurend naar [accommodatie] of enkel naar [plaats 3] voor stabilisatie en dan niet deelnemen aan het programma. Wat er volgens de vader nu gebeurt, kan ook in de thuissituatie en ambulant. Betrokkene gaat op dit moment vier uur met verlof mee naar huis en dit gaat elke keer zonder problemen. Het moment waarop nu de sondevoeding aan betrokkene gegeven wordt door een verpleegkundige van het ziekenhuis, is volgens de vader funest voor de verdere eetmomenten op de dag. De vader van betrokkene is van mening dat er op dit moment niet vanuit betrokkene wordt gedacht en zij hier absoluut niet op haar plek zit.
4.5.
De moeder van betrokkene vult aan dat betrokkene bij [accommodatie] at en daar weer op de automatische trein stapt als ze daar zit.
4.6.
De kinderarts verklaart dat er sprake is van een erg schrijnende situatie waarbij betrokkene te maken heeft met een ernstige eetstoornis met als gevolg daarvan een somatische bedreiging. Er wordt gezien dat betrokkene overal tussen wal en schip valt en er geen één organisatie is die haar goed kan helpen. Op de kinderafdeling kan de hoofdproblematiek van haar eetstoornis niet worden aangepakt. Het lichaam van betrokkene zit in de reservestand. Amsterdam zou een goede plek voor betrokkene zijn maar hier zijn weinig bedden en is er een maandenlange wachttijd. Verder geeft de kinderarts aan dat er op een gegeven moment werd gezien dat betrokkene verder achteruitgang en het op psychiatrisch vlak escaleerde met weglopen. Dat stuk kan de kinderafdeling niet aan wat de voornaamste reden voor de crisismaatregel is geweest. De kinderarts verklaart dat de huidige samenwerking (tussen het ziekenhuis en de GGZ instelling waar betrokkene nu verblijft) super uitzonderlijk is. Er is vanuit alle kanten onmacht omdat er geen goede plek is voor betrokkene. Vanuit de verpleging is er aangegeven om mee te denken met de voeding. Betrokkene is in [plaats 3] geweigerd vanwege een aantal redenen. De kinderarts geeft aan dat zij graag wil dat er een behandelaar garant staat voor haar somatische toestand. Verder is het weglopen en terugbrengen van betrokkene op de kinderafdeling traumatiserend voor haar eetstoornis en de afdeling, nu hier ook politie aan te pas is gekomen. De kinderafdeling is geen psychiatrische afdeling. Voorts geeft de kinderarts aan dat thuiszorg geen dwangvoeding mag geven en het ziekenhuis dit wel mag onder de WGBO. Vanuit somatisch oogpunt maakt de kinderarts zich zorgen als betrokkene thuis zit en het ontspoort. Betrokkene balanceert qua lichamelijke waarde op het randje en heeft geen reserves.
4.7.
De AIOS deelt mede dat er direct is gekeken naar mogelijkheden voor opname en geprobeerd zo goed als mogelijk mee te denken voor de medische zorg. Op de afdeling is psychiatrische zorg die ervoor zorgt dat het probleem rondom het weglopen wel kan tegenhouden maar het is geen medische afdeling zoals een MPU. Er was sprake van een probleem omdat de sondevoeding niet gegeven kon worden. Uiteindelijk is er een samenwerkingsverband ontstaan met het ziekenhuis waarbij er iedere ochtend om 10.00 uur een verpleegkundige langskomt voor de sondevoeding. Verder wordt er gezien dat betrokkene rustig is en veel op haar kamer zit. In samenwerking met haar ouders wordt geprobeerd een setting te creëren die zo fijn mogelijk is. Vanuit betrokkene wordt er geen escalatie gezien. Volgens de AIOS is het op dit moment nog te vroeg om met de onderliggende problematiek aan de slag te gaan. Psychiatrisch gezien zou betrokkene met ambulante begeleiding naar huis kunnen.
4.8.
De leidinggevende van de kinderafdeling verklaart dat er sprake is van een bijzondere samenwerking op de best mogelijke manier om de lijntjes kort te houden. De kinderafdeling is een klinische afdeling en geen psychiatrische afdeling.
4.9.
De advocaat verklaart dat het een ongelofelijk lastige situatie is en iedereen het erover eens is dat dit niet de beste plek is voor betrokkene. De advocaat vraagt zich af of het alternatief van ouders, al dan niet met een stukje verplichte zorg met dwangvoeding, voldoende is om af te wenden dat ze in ieder geval hier niet wordt opgenomen. Er worden mogelijkheden gezien maar de advocaat snapt de zorgen ook heel goed. De advocaat is van mening dat er sprake is van een alternatief om dit af te wenden.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en ernstige verstoorde ontwikkeling.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er bij betrokkene een voorlopige diagnose is gesteld; een eetstoornis van het restrictieve type. Zij is tevens bekend met ADHD, autisme en een IQ van 73. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene niet wil eten en naar huis wil gaan. Betrokkene is eerder van de kinderafdeling weggelopen. Daarnaast heeft betrokkene al een aantal maal voeding onder dwang gekregen en tevens sederende noodmedicatie. Betrokkene heeft zich eveneens suïcidaal geuit.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.
5.6.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene toont geen ziekte-inzicht en weigert de aangeboden behandeling.
5.7.
Hoewel de rechtbank zich er zeker van bewust is, dat de huidige plek geen goede plek is voor betrokkene, acht zij op dit moment de lichamelijke gezondheid van betrokkene doorslaggevend om toch de machtiging – inclusief de opname - af te geven. Betrokkene zelf geeft, ook op de zitting, aan dat zij zelf bepaalt wanneer zij eet en al dan niet met haar ouders mee zal gaan, op het moment dat er een sonde ingebracht moet worden voor voeding of er medische controles dienen plaats te vinden. De rechtbank ziet hierin een groot risico dat de situatie toch weer escaleert als betrokkene niet opgenomen blijft, waarbij er dan mogelijk wederom allerlei maatregelen ingezet dienen te worden die traumatiserend voor betrokkene zullen zijn. De rechtbank hoopt dat betrokkene op 3 augustus a.s. terecht kan bij de instantie in Limburg en hoopt met de huidige machtiging ervoor te zorgen dat de lichamelijke gezondheid van betrokkene niet nog verder verslechterd. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend.
<nr>6</nr>De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 augustus 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 24 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen