ECLI:NL:RBZWB:2026:8712text/xmlpublic2026-09-28T17:00:162026-09-09Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-09-04BRE 26/642UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLBredaBestuursrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8712text/htmlpublic2026-09-23T13:25:482026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:8712 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-09-2026 / BRE 26/642 NTB NO machtiging.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 26/642
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2026 in de zaak tussen
Actief Werkt! Techniek B.V., uit Leeuwarden, eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 1 september 2025 tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) van [ex-werknemer] , een (ex-)werknemer van eiseres. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat [gemachtigde] geen toereikende machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen.
Indien voor een rechtspersoon beroep wordt ingesteld, dient de machtiging te zijn ondertekend door de daartoe bevoegde bestuurders. De gemachtigde dient tevens de juiste uittreksels en, indien van toepassing, statuten te overleggen, waarmee de rechtbank kan vaststellen of de bestuurders bevoegd zijn om namens de rechtspersoon een machtiging te verlenen. Als dat na een herstelmogelijkheid niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Is een toereikende machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door [gemachtigde] . Zij vermeldt daarin dat zij de gemachtigde is van Actief Werkt! Techniek B.V. De overgelegde machtiging is ondertekend door [persoon 1] en [persoon 2] . Daarmee is er echter geen toereikende machtiging overgelegd waaruit blijkt dat [gemachtigde] gemachtigd is om beroep in te stellen namens Actief Werkt! Techniek B.V. Uit de overgelegde uittreksels blijkt namelijk dat [persoon 1] en [persoon 2] gezamenlijk bevoegd zijn met andere bestuurders. Hierbij wordt verwezen naar statuten. Deze statuten zijn niet bijgevoegd aan het beroepschrift. De rechtbank kan dus niet vaststellen of [persoon 1] en [persoon 2] zonder meer bevoegd zijn om de machtiging te verlenen. 4.1. De rechtbank heeft [gemachtigde] per brief van 14 april 2026 verzocht om binnen twee weken een (toereikende) machtiging toe te sturen. Daarbij heeft de rechtbank aangegeven dat indien niet aan het verzoek voldaan wordt, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. [gemachtigde] heeft vervolgens opnieuw de reeds overgelegde uittreksels en machtiging, ondertekend door [persoon 1] en [persoon 2] toegestuurd.
[gemachtigde] heeft verder geen andere stukken waaruit blijkt dat zij (rechtsgeldig) is gemachtigd om beroep in te stellen namens Actief Werkt! Techniek B.V ingediend. Is het verzuim verontschuldigbaar?
5. [gemachtigde] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat [gemachtigde] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van I. Ambachtsheer, griffier, op 4 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.