Beroep ntb niet-ontvankelijk. Doorzenden als bezwaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 September 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:8731
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
09-09-2026
Datum publicatie
28-09-2026
Zaaknummer
BRE 26/70
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBZWB:2026:8731text/xmlpublic2026-09-28T17:00:122026-09-09Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-09-09BRE 26/70UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLBredaBestuursrecht; BestuursprocesrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8731text/htmlpublic2026-09-23T13:12:132026-09-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:8731 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-09-2026 / BRE 26/70 Beroep ntb niet-ontvankelijk. Doorzenden als bezwaar.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 26/70
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser en de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, de Ksa.Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de Ksa volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van 18 september 2025. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk? 3. Niet in geschil is dat de beslistermijn voor het Woo-verzoek was verstreken voordat eiser op 20 december 2025 beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Dit brengt mee dat eiser rechtsgeldig beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. 3.1. De rechtbank stelt vast dat de Ksa na het instellen van het beroep alsnog op 6 maart 2026 een besluit heeft genomen. 3.2. Niet gebleken is dat eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig nemen van een besluit door de Ksa. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek door de Ksa zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Doorzending
4. Bij brief van 8 april 2026 heeft de rechtbank aan eiser de vraag voorgelegd of hij het al dan niet eens is met het besluit van de Ksa van 6 maart 2026. Eiser kan zich niet in dit besluit vinden en heeft het beroep niet ingetrokken. Bij brief van 16 april 2026 heeft eiser inhoudelijke gronden tegen het besluit van 6 maart 2026 ingediend. 4.1. Gelet op de aard van het geschil ziet de rechtbank aanleiding het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit van 6 maart 2026 te verwijzen naar de Ksa ter behandeling als bezwaar (artikel 6:20, vierde lid, van de Awb). 4.2. Dit betekent dat de rechtbank het beroepschrift ingevolge artikel 6:15 van de Awb als bezwaarschrift zal doorzenden aan het bestuursorgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat eiser terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek, bepaalt de rechtbank dat de Ksa aan eiser het door hem betaalde griffierecht moet vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk; verwijst het beroep tegen het besluit van 6 maart 2026 naar de Ksa ter behandeling als bezwaar; bepaalt dat de Ksa het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 9 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.