De feiten op grond waarvan de rechter volgens verzoekster blijk heeft gegeven van vooringenomenheid, althans de schijn daarvan heeft gewekt, hebben zich ter zitting van 8 september 2026 voorgedaan. Dat betekent dat verzoekster in beginsel ter zitting tot wraking van de rechter had kunnen overgaan. Het wrakingsverzoek is echter vijf dagen later ingediend. Er zijn omstandigheden denkbaar om een w...