ECLI:NL:RBZWB:2026:9439text/xmlpublic2026-10-01T16:20:302026-09-30Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-06-19C/02/448599 HA RK 26-100 (E)UitspraakWrakingNLBredaCiviel recht; Burgerlijk procesrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9439text/htmlpublic2026-10-01T13:41:572026-10-01Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:9439 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-06-2026 / C/02/448599 HA RK 26-100 (E) wraking, niet-ontvankelijk.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie Breda zaaknummer C/02/448599 HA RK 26-100 beslissing van 19 juni 2026 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van: mr. [verzoeker 1] en [verzoeker 2],
verder ook te noemen verzoekers. 1Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit: de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak met zaaknummer C/02/441063/ HA RK 25-240; de processtukken zoals opgenomen in het wrakingsdossier met nummer C/02/447914 HA RK 26-89; het wrakingsverzoek, ontvangen op 26 mei 2026; de berichten van de gewraakte rechters van 1 juni 2026 en van 2 juni 2026 waarin zij kenbaar hebben gemaakt niet in de wraking te berusten. 2Het verzoek2.1. Het verzoek strekt tot wraking van mr. Kok, mr. Bergen en mr. Sterk, hierna te noemen de rechters, in hun hoedanigheid van rechters van de wrakingskamer die heeft beslist op het verzoek van verzoeker [verzoeker 1] in bovengenoemd wrakingsdossier op 19 mei 2026. 2.2. De rechters berusten niet in het wrakingsverzoek. 3De gronden van het verzoek De wrakingskamer maakt uit het verzoek van verzoekers op dat zowel [verzoeker 1] als
[verzoeker 2] de rechters partijdig vinden omdat zij als leden van de wrakingskamer het e-mailbericht van 15 mei 2026 als ‘te laat’ hebben gekwalificeerd en dit stuk buiten beschouwing hebben gelaten. Daarnaast hebben zij in hun beslissing van
19 mei 2026 [verzoeker 1] neergezet als iemand die zich onfatsoenlijk zou hebben gedragen. 4De beoordeling4.1. Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 4.2. Hieruit vloeit voort dat wraking alleen mogelijk is zolang een zaak nog door de betreffende rechter wordt behandeld. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een rechter te wraken wanneer de behandeling van een zaak al is geëindigd door het geven van een beslissing. Aangezien het huidige verzoek tot wraking van rechters is ingediend nadat zij als leden van de wrakingskamer een beslissing hadden gegeven op het eerdere wrakingsverzoek, is het verzoek te laat gedaan. 4.3. Dit leidt tot de conclusie dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en dat de wrakingskamer afziet van een mondelinge behandeling van het verzoek, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol). 5De beslissing De rechtbank: verklaart verzoekers in hun verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk. Deze beslissing is gegeven op 19 juni 2026 door mr. Peters, mr. Kool en
mr. Leppens, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van
mr. Rockx, griffier. Omdat de voorzitter is verhinderd om te tekenen, is deze beslissing ondertekend door mr. Leppens. De beslissing wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.