Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RVS:2026:4365

Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

Raad van State 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2026:4365 text/xml public 2026-08-05T10:33:01 2026-07-27 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-07-29 BRS.26.003561 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4365 text/html public 2026-07-27T16:35:03 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:4365 Raad van State , 29-07-2026 / BRS.26.003561
Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

BRS.26.003561

ECLI:NL:RVS:2026:4365

Datum uitspraak: 29 juli 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[betrokkene],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 juli 2026 in zaak nr. NL26.4934 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

Bij uitspraak van 7 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.

2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door haar ingestelde hoger beroep is beslist;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.

w.g. Stoové

voorzieningenrechter

w.g. Graat

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026

307-1169

Artikel delen