Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RVS:2026:4369

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 juli 2025 in zaak nr. NL25.23233. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij verzoeker opg...

Raad van State 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2026:4369 text/xml public 2026-08-05T10:32:59 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-07-30 BRS.25.001028 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4369 text/html public 2026-07-28T09:12:39 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:4369 Raad van State , 30-07-2026 / BRS.25.001028
Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 juli 2025 in zaak nr. NL25.23233.

De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend.

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij verzoeker opgekomen proceskosten.

BRS.25.001028

ECLI:NL:RVS:2026:4369

Datum uitspraak: 30 juli 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker],

verzoeker,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).

Procesverloop

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 juli 2025 in zaak nr. NL25.23233.

De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend.

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij verzoeker opgekomen proceskosten.

Overwegingen

1.        Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te vergoeden. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

2.        Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat, wanneer de minister, zoals in dit geval, hangende het beroep in verband met het niet tijdig nemen van een besluit, dit besluit alsnog neemt, dit wordt aangemerkt als tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb (uitspraken van 28 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:665, onder 1.2, en 24 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4296, onder 5). De Afdeling ziet daarom aanleiding om de minister in de proceskosten te veroordelen.

3.        De minister moet de in verband met het hoger beroep gemaakte proceskosten vergoeden (een punt voor het hogerberoepschrift). Het hoger beroep gaat uitsluitend over het door de minister niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verzoeker een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De Afdeling past daarom wegingsfactor 0,5 toe.

Het besluit van 26 juni 2026

4.        Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken. De toetsing van de Afdeling beperkt zich dus tot het besluit van 26 juni 2026. Dat besluit wordt namelijk, gelet op artikel 6:20, derde lid, in samenhang gelezen met artikel 6:24 van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. De minister heeft in het besluit van 26 juni 2026 de asielaanvraag van verzoeker afgewezen. Verzoeker heeft laten weten het niet eens te zijn met dat besluit.

5.        De Afdeling ziet in dit geval aanleiding om het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 26 juni 2026, krachtens artikel 6:20, vierde lid, van de Awb, te verwijzen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. De Afdeling acht het passend dat de rechtbank het beroep tegen dat besluit toetst en dat tegen dat oordeel hoger beroep openstaat. De rechtbank is er namelijk op ingericht om in eerste aanleg asielbesluiten te toetsen en zitting te houden in dit soort zaken. Hiermee wordt ook recht gedaan aan de in afdeling 4 van hoofdstuk 7 van de Vw 2000 neergelegde functie van de hogerberoepsrechter.

6.        De Afdeling verwijst het beroep naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

II.        verwijst het beroep van rechtswege tegen het besluit van 26 juni 2026, V-[...], ter behandeling als beroep naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle.

Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.T. Gazai, griffier.

w.g. Den Heyer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Gazai

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2026

1028

Artikel delen