Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RVS:2026:4370

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel wn Migratie een aanvraag van betrokkene om verlenging van haar verblijfsdocument EU/EER, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

Raad van State 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2026:4370 text/xml public 2026-08-05T10:33:08 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-07-30 BRS.26.003607 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4370 text/html public 2026-07-28T10:36:20 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:4370 Raad van State , 30-07-2026 / BRS.26.003607
Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel wn Migratie een aanvraag van betrokkene om verlenging van haar verblijfsdocument EU/EER, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

BRS.26.003607

ECLI:NL:26:4370

Datum uitspraak: 30 juli 2026

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 22 juni 2026 in zaak nr. NL26.4799 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om verlenging van haar verblijfsdocument EU/EER, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

Bij besluit van 20 januari 2026 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 22 april 2025 herroepen, de minister opgedragen om zo snel als mogelijk, in ieder geval binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak, het gevraagde document aan betrokkene af te geven en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.

2.Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3.De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek af;

II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.

w.g. Drop

voorzieningenrechter

w.g. Hanrath

griffier

uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2026

977

Artikel delen