Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RVS:2026:4478

Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 9 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep, geregistreerd onder NL26.9879, ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzoch...

Raad van State 5 August 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2026:4478 text/xml public 2026-08-05T10:33:25 2026-07-30 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-08-03 BRS.26.003625 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4478 text/html public 2026-07-30T10:24:44 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:4478 Raad van State , 03-08-2026 / BRS.26.003625
Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 9 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep, geregistreerd onder NL26.9879, ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

BRS.26.003625

ECLI:NL:RVS:2026:4478

Datum uitspraak: 3 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 9 juli 2026 in zaken nrs. NL26.9879 en NL26.5326 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 9 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep, geregistreerd onder NL26.9879, ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.

2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.S. Heinen, griffier.

w.g. Soffers

voorzieningenrechter

w.g. Heinen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2026

984

Artikel delen