Gezien de complexiteit en het gebrek aan inhoudelijke samenhang in het huidige omgevingsrecht, werkt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu aan de ontwikkeling aan één Omgevingswet. Deze Omgevingswet is gericht op een duurzame bescherming van onze fysieke leefomgeving en van burgers. Voor deze transitie heeft Minister Schultz van Haegen vijf Adviesgroepen ingesteld, te weten: de Adviesgroep Wonen & Cultuur, onder leiding van de heer drs. D.B. Stadig, de Adviesgroep Milieu & Energie, onder leiding van de heer drs. E.H.T.M. Nijpels, de Adviesgroep Verkeer & Vervoer, onder leiding van de heer dr. J.C. Verdaas, de Adviesgroep Natuur, onder leiding van de heer prof. mr. P.C.E. van Wijmen en de Adviesgroep Water, onder leiding van de heer drs. L.H.M. Kohsiek.

Start met fundament en vaststellen uitgangspunten voor de nieuwe Omgevingswet
Gezien de complexiteit en het gebrek aan inhoudelijke samenhang in het huidige omgevingsrecht, werkt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu aan de ontwikkeling aan één Omgevingswet. Deze Omgevingswet is gericht op een duurzame bescherming van onze fysieke leefomgeving en van burgers. Voor deze transitie heeft Minister Schultz van Haegen vijf Adviesgroepen ingesteld, te weten: de Adviesgroep Wonen & Cultuur, onder leiding van de heer drs. D.B. Stadig, de Adviesgroep Milieu & Energie, onder leiding van de heer drs. E.H.T.M. Nijpels, de Adviesgroep Verkeer & Vervoer, onder leiding van de heer dr. J.C. Verdaas, de Adviesgroep Natuur, onder leiding van de heer prof. mr. P.C.E. van Wijmen en de Adviesgroep Water, onder leiding van de heer drs. L.H.M. Kohsiek.
De voorzitters van de Adviesgroepen bieden op 7 november de eerste adviezen aan de minister aan. In een gezamenlijk advies formuleren de voorzitters de uitgangspunten voor de nieuwe Omgevingswet. Deze punten hebben betrekking op de wetsystematiek. De Adviesgroepen hanteren deze punten voor reflectie op voorstellen die de komende periode vanuit de programmadirectie Eenvoudig Beter van het Ministerie van I&M aan de Adviesgroepen worden voorgelegd.
In het advies aan de Minister formuleren de voorzitters onder andere de volgende uitgangspunten:
Het Europees recht is uitgangspunt voor de Omgevingswet. Waar mogelijk worden de richtlijnen overgenomen zonder verdere vertaling of uitwerking. Er dient aangesloten te worden bij de terminologie van het Europese recht.
Er vindt integratie plaats van toetsingskaders (zoals gezondheid, veiligheid, ecosysteem, leefbaarheid, natuur en culturele waarden) naar één afwegingskader. Bij een beslissing over een project of gebied dienen alle aspecten van de leefomgeving in samenhang afgewogen te worden.
Er geldt een heldere verdeling van verantwoordelijkheden, waarbij sprake is van een hiërarchie van bestuursorganen en waarbij per initiatief één bestuursorgaan verantwoordelijk is voor afwegingen en voor samenhangende besluitvorming (conform systematiek Wro).
Regels over voorbereiding van besluiten, bezwaar, (hoger) beroep, toezicht en handhaving moeten op één plek (in één wet) worden vastgelegd.
De onderzoekslast wordt verminderd, gegeven de enorme onzekerheidsmarges, en er is sprake van een regeling voor de houdbaarheid van onderzoeksuitkomsten. Alle bestaande onderzoeksverplichtingen zouden geharmoniseerd en geabstraheerd op één plek (in één wet) moeten worden opgenomen.
Algemene regels hebben de voorkeur boven individuele toestemming, volgens de ladder (voorkeursvolgorde): zorgplicht, algemene regels en vergunningplicht.
Naast dit gezamenlijke advies heeft elke Adviesgroep een eerste eigen advies uitgebracht. Daarin komen relevante toekomstige ontwikkelingen en prioriteiten voor de Omgevingswet aan de orde.
Het gezamenlijke advies van de voorzitters en de adviezen van de vijf Adviesgroepen zijn te downloaden via:
https://omgevingswet.pleio.nl/pg/pages/view/426113/adviesrapporten-adviescommissies