Het feit dat we in Brabant niet meer kunnen bouwen omdat er geen elektriciteit meer beschikbaar is, vraagt om nieuwe ideeën. In feite ligt hier een kans voor de markt om zelf met oplossingen te komen. We moeten gaan nadenken over bouwen zonder afhankelijk te zijn van een gas- of elektriciteitsaansluiting op het grote net. Maar je kunt je ook afvragen hoe het zover heeft kunnen komen. Het verplicht gasloos bouwen is immers bepaald niet nieuw. Waarom is er dan niet veel eerder geïnvesteerd in het uitbreiden en vernieuwen van het energienet?

In mijn ogen ligt daar ook een belangrijke oorzaak bij de manier waarop we naar de energievoorziening zijn gaan kijken. Een regering kan ervoor kiezen om vandaag geld uit te geven met het oog op een probleem dat zich pas over tien of twintig jaar aandient. Een bedrijf kan dat veel moeilijker. Een bedrijf moet uiteindelijk winst maken. Tien jaar ‘te vroeg’ investeren betekent voor een bedrijf jarenlang geld uitgeven aan capaciteit waar op dat moment nog onvoldoende rendement tegenover staat. Vanuit het perspectief van een bedrijf is dat dus een slechte investering.
Voor een regering ligt dat anders. Die hoeft niet op iedere investering direct winst te maken. Een regering kan juist vooruitkijken en investeren in de toekomstige behoefte van het land en de samenleving. Een bedrijf denkt in de eerste plaats aan zijn eigen rendement; een overheid zou in de eerste plaats moeten nadenken over de lange termijn en het algemeen belang.
Hetzelfde geldt in zekere zin voor de wooncrisis. Projectontwikkelaars beginnen doorgaans pas met ontwikkelen wanneer de verwachte winst voldoende hoog is. Pas dan wordt een project daadwerkelijk opgestart. Het gevolg is dat de woningbouw achter de feiten aanloopt. Vervolgens wordt van de overheid verwacht dat zij allerlei doelstellingen — bijvoorbeeld op het gebied van betaalbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit — loslaat om de bouw vooral zo snel mogelijk van de grond te krijgen. Ook hier blijkt dat maatschappelijke behoefte en commerciële investeringsbereidheid niet automatisch samenvallen.
Daarom vind ik de liberalisering van de energievoorziening achteraf bezien ook een ongelukkige ontwikkeling. Een essentiële voorziening als energie laat zich niet altijd goed organiseren volgens dezelfde logica als een gewone commerciële markt. Juist bij infrastructuur die tientallen jaren vooruit moet worden gepland, kan het maatschappelijke belang botsen met de economische prikkel om pas te investeren wanneer de vraag en het rendement er daadwerkelijk zijn.
Dat betekent overigens niet dat we nu alleen maar naar de overheid of de netbeheerders moeten wijzen. Het probleem ligt er nu en daar zullen we iets mee moeten.
Ontwikkel je nu een rijtje huizen of een complete wijk, dan moet je dus ook de energievoorziening zelf ontwikkelen. Niet als een bijzaak, maar als een integraal onderdeel van het bouwproject.
Ik denk dat het kan, maar dan zullen verschillende expertises moeten samenwerken.
Denk bijvoorbeeld aan woningen die in de zomer minder warm worden en in de winter minder snel afkoelen. Aan het opslaan van warmte in de zomer om die in de winter te kunnen gebruiken. Aan veel zonnepanelen, warmtepompen, huisbatterijen en warmteopslag in de grond.
De woningen zullen bij aanschaf duurder zijn, maar daar staat tegenover dat ze gedurende de jaren dat je er woont veel zuiniger en mogelijk goedkoper kunnen zijn. Je hebt immers geen externe energiekosten en de bijbehorende energiebelastingen meer. Ook een dure netaansluiting is niet nodig. Natuurlijk moet het eigen energienet wel worden onderhouden, dus ook daar staan kosten tegenover.
Het vraagt echter wel om een andere manier van wonen. Geen airco’s, ook niet wanneer je het later toch een graad te warm of te koud vindt in de slaapkamer. De energievraag daarvan kan het systeem uit balans brengen.
Dit soort woningen vraagt dus ook om een bepaald type consument. Je hoeft geen boomknuffelaar te zijn, maar je moet je wel realiseren dat je in de zomer een flinke hoeveelheid energie moet opwekken en opslaan om de winter door te komen.
Verspil je die energie in de zomer, dan kan het in de winter koud worden en moet je mogelijk alsnog naar aanvullende oplossingen zoeken. Als bewoner moet je dus bewust met energie blijven omgaan.
Niet iedere consument zal daar zin in hebben. Maar dat hoeft ook niet. Het zou juist mooi zijn als de markt zich richt op de mensen die hier wél voor openstaan en bereid zijn om op deze manier te wonen.
Misschien ligt hier wel een kans om woningbouw weer mogelijk te maken, juist nu het grote energienet zijn grenzen bereikt. En misschien dwingt de huidige situatie ons daarmee ook om opnieuw na te denken over de vraag wie verantwoordelijk is voor langetermijninvesteringen in voorzieningen die voor iedereen essentieel zijn.
Door Tom Lassing en Elise Kort
