Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Brugleuning voldoet niet aan Bouwbesluit, maar toch gebouwd conform vergunning

Een opvallende uitspraak van de Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften (ATGB) laat zien hoe lastig de verhouding kan zijn tussen een verleende omgevingsvergunning en de technische voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Centraal staat een nieuw gebouwde brug voor gemengd verkeer binnen een 30 km/h-zone, waar de gemeente na oplevering constateerde dat de openingen in de vloerafscheiding te groot waren.

8 June 2026

De brug is uitgevoerd met stalen liggers en horizontale staalkabels. Daarbij loopt de bovenste ligger schuin op tot bijna twee meter hoogte. Juist in dat oplopende deel ontstaan volgens de gemeente openingen waardoor een bol met een diameter groter dan 0,5 meter kan passeren. Daarmee zou de vloerafscheiding in strijd zijn met artikel 2.19 van het Bouwbesluit 2012.

Discussie over veiligheid

De vergunninghouder stelde dat de leuning juist bewust was ontworpen om doorvalgevaar voor kleine kinderen te voorkomen. Tot een hoogte van 85 centimeter zouden de openingen kleiner zijn dan 50 centimeter, terwijl daarboven volgens de aanvrager feitelijk geen relevant risico meer bestaat. Ook werd aangevoerd dat het Bouwbesluit geen eisen stelt aan overklauterbaarheid van brugleuningen.

De gemeente hield echter vast aan de letterlijke voorschriften van het Bouwbesluit. Voor vloerafscheidingen bij bruggen voor langzaam verkeer geldt namelijk een minimale hoogte van 1,3 meter én de eis dat nergens openingen aanwezig mogen zijn waar een bol van meer dan 0,5 meter doorheen past. Volgens de gemeente was daarvan bij het oplopende deel wel degelijk sprake.

Vergunning wel verleend

Interessant aan deze zaak is dat de betreffende details al zichtbaar waren op de vergunningtekeningen. Hoewel de openingen niet expliciet waren bemaatvoerd, kon uit de tekeningen volgens de ATGB redelijk eenvoudig worden afgeleid dat de constructie niet volledig aan artikel 2.19 voldeed. Toch zijn daar tijdens de vergunningprocedure geen aanvullende vragen over gesteld.

Daarmee ontstond een juridisch spanningsveld. In de vergunning stond enerzijds dat gebouwd moest worden overeenkomstig het Bouwbesluit 2012. Anderzijds vermeldde dezelfde vergunning dat de aanvraag wél aan het Bouwbesluit was getoetst. Volgens de ATGB is dat tegenstrijdig.

De commissie wijst er bovendien op dat uit jurisprudentie volgt dat een algemene voorwaarde over naleving van het Bouwbesluit niet automatisch prevaleert boven de concreet verleende vergunning. Wie bouwt conform de verleende vergunning, voldoet in beginsel aan zijn verplichtingen.

Geen gelijkwaardigheid aangetoond

Toch betekent dat niet dat de constructie inhoudelijk acceptabel is. De ATGB is helder: de vloerafscheiding voldoet niet rechtstreeks aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012. Ook een beroep op gelijkwaardigheid slaagt niet, omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de gebruiksveiligheid gelijkwaardig is aan de wettelijke eis.

Dat oordeel is relevant voor de praktijk. Regelmatig wordt bij infrastructurele projecten gezocht naar esthetische of innovatieve oplossingen die afwijken van standaarddetails. Deze uitspraak onderstreept dat een beroep op gelijkwaardigheid goed moet worden onderbouwd. Alleen wijzen op de feitelijke veiligheid of de ontwerpintentie is onvoldoende.

Rol van het bevoegd gezag

Tegelijkertijd legt de uitspraak ook verantwoordelijkheid bij het bevoegd gezag. De ATGB stelt dat de aannemer, door overeenkomstig de vergunning te bouwen, heeft gehandeld conform artikel 1b van de oude Woningwet — tegenwoordig opgenomen in artikel 2.7a van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Als de gemeente het gerealiseerde bouwwerk alsnog onveilig vindt, dan kan zij volgens de commissie een maatwerkvoorschrift opleggen op grond van artikel 3.7 Bbl. Daarbij moet het bevoegd gezag wel motiveren waarom sprake is van een onveilige situatie en bovendien beoordelen of alsnog een gelijkwaardige oplossing mogelijk is.

Belang voor de praktijk

Deze casus laat zien hoe belangrijk een zorgvuldige toetsing tijdens de vergunningfase blijft. Zeker bij afwijkende ontwerpen kunnen ogenschijnlijk kleine details grote juridische gevolgen hebben. Voor ontwerpers en aannemers biedt de uitspraak enige bescherming wanneer exact volgens vergunning wordt gebouwd. Voor gemeenten is het een waarschuwing dat onduidelijkheden of afwijkingen al tijdens de toetsing expliciet moeten worden beoordeeld.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.