Uit recent onderzoek van Berenschot naar netcongestie in Noord-Holland volgt dat dit een dominante beperkende factor is voor ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Op zoek naar oplossingen kondigde het kabinet in het coalitieakkoord de Crisiswet Netcongestie aan. Op 11 september 2026 volgde de uitwerking hiervan in de brief ‘Crisiswetgeving netcongestie’ van staatssecretaris De Bat van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het kabinet kiest hierin voor een aanpak die doet denken aan de Crisis- en herstelwet.

Een van de belangrijkste wensen van deze crisiswetgeving is het inperken van de mogelijkheden voor bezwaar en beroep bij energieprojecten. Als gevolg van de crisiswetgeving netcongestie zal daarom de vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit voor nieuwe midden- en hoogspanningsstations komen te vervallen. Bij uitbreidingen van bestaande midden- en hoogspanningsstations schrapt het kabinet ook de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit. De redenering is als volgt: als geen omgevingsvergunning nodig is, is er ook geen besluit waartegen bezwaar of beroep kan worden ingesteld.
Voor projecten waarvoor wel een omgevingsvergunning nodig blijft, worden de beroepsprocedures versneld. Op grond van het Besluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten gaan vanaf 1 oktober 2026 beroepen tegen bepaalde elektriciteitsprojecten rechtstreeks naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een pro-formaberoepschrift is niet mogelijk en in beginsel moet de Afdeling uitspraak doen binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift. Daarmee wordt een deel van de aanbevelingen overgenomen uit het rapport van de NVDE en Van Doorne.
Niet alle voorstellen uit dit rapport neemt het ministerie over. De voorgestelde (her)invoering van de lex silencio positivo, waarbij een vergunning van rechtswege wordt verleend als de beslistermijn wordt overschreden, komt er niet.
Daarnaast werkt het kabinet aan de wettelijke verankering van een zogenaamde ‘energietoets’. De voorloper hiervan zien we in de praktijk al terug. Zo verplicht artikel 7.74a van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening om bij bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, bedrijventerreinen en datacenters, rekening te houden met de gevolgen voor het energiesysteem.
Ook stikstof komt aan bod. Het kabinet wil de uitzondering voor de stikstofbeoordeling voor elektriciteits- en waterstofinfrastructuur uit het Europese Grids Package versneld invoeren. Daarnaast wordt gewerkt aan een speciaal versnellingsregime voor urgente energieprojecten. Hiervoor onderzoekt het kabinet verdergaande maatregelen, zoals het overslaan van stappen in de projectprocedure en het heroverwegen van milieueisen.
De wens om de aanleg van energie-infrastructuur sneller te realiseren is goed te begrijpen. Of dat de inperking van de rechtsbescherming rechtvaardigt, is misschien nog een discussie waard. Bovendien is de gekozen aanpak een interessante ontwikkeling vanuit het perspectief van de Omgevingswet. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet was juist het bundelen van sectorale regels tot één samenhangend stelsel. Nu zien we voor urgente maatschappelijke opgaven opnieuw sectorspecifieke regels ontstaan, zoals de Wet op de defensiegereedheid en het STOER-rapport.
De brief van de staatssecretaris laat duidelijk zien dat het kabinet haast wil maken met de aanpak van netcongestie. Wij volgen deze ontwikkelingen op de voet. Heeft u vragen over de gevolgen van de Crisiswet Netcongestie voor uw project of vergunningstraject? Neem gerust contact met ons op!
