Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

De Omgevingswet loopt vast — en het kabinet legt de rekening elders neer

De kabinetsreactie op het reflectierapport "Werk aan de winkel" van de Evaluatiecommissie Omgevingswet leest als een oefening in bestuurlijk wegkijken. De Evaluatiecommissie stelt fundamentele vragen over het functioneren van de Omgevingswet. Het kabinet heeft het over tijdelijke kinderziektes en hanteert het frame dat het stelsel prima werkt, maar dat de praktijk nog even moet leren.

25 June 2026

Die voorstelling van zaken verplaatst de verantwoordelijkheid nadrukkelijk naar decentrale overheden. Zij worden geacht de knelpunten op te lossen, terwijl die in belangrijke mate voortkomen uit onduidelijke/ontbrekende keuzes en manco's van het stelsel.

Met een behoorlijke druk op deze overheden als gevolg. Zonder oplevering van het "plan-MER Bruidsschat" moet élke gemeente én élk waterschap zelf hun bruidsschat gaan be-MER'en. Met extra werk, vertraging en juridische kwetsbaarheid als gevolg.
En: om gebruik te kunnen maken van de decentrale afwegingsruimte, is vaak ook een toets met MER nodig. Waarbij veel decentrale overheden de prioriteit hebben op de basis op orde krijgen. Dát vraagt al zo veel capaciteit dat er weinig ruimte is voor die decentrale afwegingsruimte.

Het kabinet stelt dat meer samenwerking en "leren werken" deze problemen gaat oplossen. Waar is het besef dat veel decentrale overheden op de grens van hun capaciteit zitten? De flexibiliteit die het kabinet noemt leidt in de praktijk juist vaak tot complexiteit omdat per geval beoordeeld moet worden: extra afwegingslast, versnipperde besluitvorming, verlies van de integrale afweging, de salami-tactiek, ...

Ook wijst het kabinet het dringende verzoek van de Evaluatiecommissie om niet te spreken over 'nota ruimte' maar 'nationale omgevingsvisie' van de hand. Dat is niet te rijmen met de claim dat de Rijksoverheid het goede voorbeeld geeft bij de inzet van Omgevingswet-instrumenten.
Hiermee geeft het kabinet juist het signaal af dat niet-Omgevingswet instrumenten oké zijn. En bevordert het precies de versnippering die de Omgevingswet had moeten oplossen.

Daarnaast gaat het argument dat vergunningvrij zou leiden tot versnelling zeker niet altijd op. Vergunningvrij betekent een verschuiving: van toetsing aan de voorkant naar toetsing aan de achterkant. Met gevolgen voor de rechtszekerheid, meer discussies "achteraf" (mogelijk tot aan de Raad van State), noodzaak tot een grotere capaciteit bij VTH-afdelingen (met forse financiële consequenties), en mogelijk forse vertraging.
Al helemaal als niet duidelijk is hoe om moet worden gegaan met (specifieke) zorgplichten.

En dan ook nog de mankementen van het DSO. Ook daar schuift het kabinet de verantwoordelijkheid af. Maar wie was verantwoordelijk voor een goed werkend stelsel bij inwerkingtreding Omgevingswet? Juist.

Kortom: het beeld dat het kabinet schetst herken ik niet.
Het reflectierapport wél.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.