Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Kwaliteitsborging mist nog te vaak bouwfouten

Bij de helft van de door de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) onderzochte bouwprojecten schoot de kwaliteitsborging tekort. Uit het halfjaarverslag 2026 blijkt dat kwaliteitsborgers gebreken regelmatig niet signaleren, terwijl instrumentaanbieders onvoldoende toezicht houden op de uitvoering van hun eigen stelsels. De bevindingen zetten extra druk op het nog jonge stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).

19 August 2026

Toezichthouder ziet hardnekkige tekortkomingen

Ruim twee jaar na de invoering van het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen blijft de vraag centraal of het systeem daadwerkelijk leidt tot betere bouwkwaliteit. De eerste cijfers over 2026 geven daar vooralsnog geen overtuigend positief antwoord op.

De TloKB inspecteerde in de eerste helft van 2026 in totaal 64 bouwprojecten, goed voor 548 bouwwerken. Daarbij werden 761 bouwonderdelen beoordeeld op naleving van de bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hoewel 92,8 procent van de onderzochte bouwonderdelen uiteindelijk als voldoende werd beoordeeld, blijkt uit de inspecties dat het borgingsproces zelf regelmatig tekortschiet.

Van de 64 inspectierapporten stuurde de TloKB er maar liefst 32 door naar instrumentaanbieders voor opvolging vanwege onvoldoende resultaten van de kwaliteitsborging. Dat betekent dat bij de helft van de onderzochte projecten aanleiding bestond om nader toezicht of corrigerende maatregelen te verlangen.

Verbetering van bouwkwaliteit blijft uit

De kernvraag is of de bouwkwaliteit verbetert ten opzichte van eerdere jaren. Volgens de TloKB is daarvan nog geen sprake.

In het jaarverslag over 2025 concludeerde de toezichthouder dat 39,3 procent van de geïnspecteerde projecten ondanks kwaliteitsborging niet volledig voldeed aan de bouwtechnische eisen. De cijfers over de eerste helft van 2026 laten slechts een beperkte stijging zien van het aandeel bouwonderdelen dat voldeed: van 92,2 naar 92,8 procent. De TloKB noemt dit geen significante verbetering.

Bij 7,2 procent van de onderzochte bouwonderdelen voldeden de prestaties niet aan de minimale bouwtechnische eisen en was het volgens de toezichthouder niet aannemelijk dat de kwaliteitsborger het gebrek alsnog zou signaleren voordat het werk werd afgerond.

De bevinding is relevant omdat het stelsel juist is ontworpen om bouwfouten vroegtijdig te detecteren en te herstellen, nog voordat een bouwwerk in gebruik wordt genomen.

Kleine gebreken krijgen onvoldoende aandacht

Een opvallende conclusie uit zowel de inspecties als het handhavingstoezicht betreft de manier waarop kwaliteitsborgers risico's wegen.

De TloKB constateert dat kwaliteitsborgers bouwonderdelen met een relatief beperkte impact op gebruikers minder vaak controleren. Voorbeelden zijn de breedte van deuropeningen en voorzieningen die gebouwen beschermen tegen ratten en muizen. Juist die benadering staat op gespannen voet met de uitgangspunten van het stelsel, waarin naleving van alle bouwtechnische eisen centraal staat.

Uit de inspectiecijfers blijkt dat 36,5 procent van de afwijkende bouwonderdelen niet eens was opgenomen in het borgingsplan met een specifieke beheersmaatregel. In andere gevallen waren maatregelen wel gepland, maar werd het gebrek alsnog niet ontdekt. Bij 41,1 procent van de afwijkende onderdelen waarvoor een maatregel was vastgesteld, leidde die maatregel niet tot signalering van het gebrek.

De trend is zorgwekkend omdat hiermee de praktische werking van risicogericht toezicht ter discussie komt te staan. Wanneer bepaalde onderdelen structureel buiten beeld blijven, ontstaat het risico dat afwijkingen onopgemerkt in het eindresultaat terechtkomen.

Instrumentaanbieders onder verscherpt toezicht

Niet alleen kwaliteitsborgers liggen onder het vergrootglas. De TloKB richt haar kritiek nadrukkelijk ook op de instrumentaanbieders, die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de kwaliteitsborgers die onder hun instrument werken.

Volgens de toezichthouder zijn er aanwijzingen dat sommige aanbieders onvoldoende controleren of kwaliteitsborgers hun taken daadwerkelijk uitvoeren. Uit inspecties en dossieronderzoek blijkt dat twee instrumentaanbieders stelselmatig tekortschieten in hun toezichthoudende taken en informatieverplichtingen. Geconstateerde tekortkomingen betreffen onder meer gebrekkige registratie van afwijkingen, het niet toetsen van bepaalde bouwonderdelen en onvolledige rapportages van bouwplaatsinspecties.

De TloKB heeft daarom tegen twee instrumentaanbieders een voornemen tot handhaving aangekondigd in de vorm van een last onder dwangsom. Daarnaast wil de organisatie een einde maken aan de praktijk waarbij bouwonderdelen met een beperkte impact niet worden gecontroleerd.

Komend najaar worden alle instrumentaanbieders opnieuw geïnspecteerd, waarbij vooral hun toezicht op kwaliteitsborgers centraal staat.

Groeiende bouwproductie vraagt om effectief toezicht

De bevindingen komen op een moment waarop het stelsel omvangrijker wordt. In de eerste helft van 2026 registreerde de TloKB 3.774 opgeleverde bouwwerken en 25.811 bouwwerken in uitvoering binnen het KB-stelsel. Het aandeel van het stelsel in de totale vergunde nieuwbouw bleef stabiel op ongeveer 15 procent. Woningen vormen ruim 80 procent van de bouwproductie waarop het nieuwe systeem van toepassing is.

Tegelijkertijd laat de rapportage zien dat een beperkt aantal marktpartijen een groot deel van de werkzaamheden uitvoert. Vijf kwaliteitsborgers zijn betrokken bij ruim de helft van alle projecten en borgen meer dan 62 procent van alle bouwwerken binnen het stelsel.

Dat vergroot het belang van effectief toezicht. Fouten of tekortkomingen bij een beperkt aantal spelers kunnen daardoor invloed hebben op een aanzienlijk deel van de bouwproductie.

Voorzichtig positief signaal bij prefab en montagebouw

Een van de weinige lichtpunten in het halfjaarverslag komt uit de hoek van montage- en prefabbouw.

De TloKB voerde 24 inspecties uit binnen deze categorie en beoordeelde daarbij 306 bouwonderdelen. De inspecteurs constateerden gemiddeld minder afwijkingen dan bij traditionele bouwmethoden. Ook werden geconstateerde gebreken vaker adequaat geborgd. De toezichthouder benadrukt echter dat de aantallen nog te klein zijn om harde conclusies te trekken over structurele kwaliteitsverschillen.

Opvallend is tegelijkertijd dat het aandeel prefab- en montagebouw binnen het KB-stelsel juist afneemt. Waar deze bouwmethode in 2025 nog 43 procent van de gemelde bouwwerken vertegenwoordigde, bedraagt dat aandeel in 2026 34,7 procent.

Vertrouwen in het stelsel staat op het spel

Het halfjaarverslag maakt duidelijk dat het debat over de effectiviteit van de Wkb nog niet is beslecht. De bouwkwaliteit laat slechts beperkte vooruitgang zien, terwijl tekortkomingen in de uitvoering van kwaliteitsborging en het toezicht daarop hardnekkig blijken.

De TloKB trekt daarom nog geen definitieve conclusies over de prestaties van het stelsel. Dat oordeel volgt pas op basis van de jaarcijfers over 2026. Wel is de boodschap van de toezichthouder helder: kwaliteitsborgers moeten alle bouwtechnische eisen serieus nemen en instrumentaanbieders moeten actiever ingrijpen wanneer dat niet gebeurt.

Voor gemeenten, bouwers en beleidsmakers wordt de tweede helft van 2026 daarmee een belangrijke test. Als de aangekondigde verbetermaatregelen geen zichtbaar effect hebben, zal de discussie verschuiven van de uitvoering van het stelsel naar de vraag of het stelsel zelf voldoende waarborgen biedt voor de bouwkwaliteit die de wetgever voor ogen had.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.