Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Het Lente-akkoord, een papieren tijger?

Na de winter komt altijd weer de lente. De verwarming kan uit en ramen en deuren gaan weer open om de frisse lentelucht binnen te laten. Zuinig, comfortabel én gezond. Dat is ook de bedoeling wat partijen met het Lente-akkoord willen bereiken. Een gezond en comfortabel binnenklimaat in combinatie met lagere energiekosten.

InterConcept 20 December 2011

Na de winter komt altijd weer de lente. De verwarming kan uit en ramen en deuren gaan weer open om de frisse lentelucht binnen te laten. Zuinig, comfortabel én gezond. Dat is ook de bedoeling wat partijen met het Lente-akkoord willen bereiken. Een gezond en comfortabel binnenklimaat in combinatie met lagere energiekosten. Met een energiereductie van 25 % in 2011 t.o.v. 2007 en een reductie van 50% in 2015 t.o.v. 2007 is het voortaan lente in de nieuwbouw! Het Lente-akkoord is een afspraak tussen de Rijksoverheid en marktpartijen om op korte termijn steeds energiezuiniger te gaan bouwen.

Een onderdeel om dit doel te bereiken is de introductie van de EPG, NEN 7120 en aanpassing van het Bouwbesluit.

De Energieprestatienorm van gebouwen (EPG) is een nieuwe, overkoepelende bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen. De EPG geldt zowel voor woningen als voor utiliteitsgebouwen (kantoren, scholen, winkels, ziekenhuizen en dergelijke). Het Nederlandse normalisatie-instituut NEN heeft de nieuwe norm op 15 april 2011 gepubliceerd. Ook heeft de NEN nog twee andere nieuwe normen gepubliceerd, die allebei samenhangen met de EPG. Dit zijn de energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau (EMG) (NVN 7125) en de ventilatienorm (NEN 8088-1).

Met de nieuwe normen voldoet Nederland aan de eisen van de herziene Europese richtlijn Energieprestatie van gebouwen (EPBD).

De software voor de Energie Prestatie Gebouwen (EPG) die per 1 januari 2012 de EPN zou vervangen, komt begin februari 2012 beschikbaar. Ook lijkt de NEN norm Ventilatie nog steeds niet optimaal op de EPG aan te sluiten. Inmiddels heeft het debat in de Tweede Kamer plaatsgevonden over het nieuwe Bouwbesluit en de invoering daarvan is uitgesteld tot 1 april 2012. Op waarschijnlijk zijn voorlaatste werkdag als minister heeft Donner bekend gemaakt dat, na overleg met de bouwsector, de EPG per 1 juli 2012 van kracht zal worden.

Vanaf die datum zal het gebruik van deze normen verplicht zijn voor nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen (gebruiksgebouwen). Tot die datum gelden de bestaande energieprestatienormen voor woningen (NEN 5128) en utiliteitsgebouwen (NEN 2916).

De EPG geldt in eerste instantie alleen voor nieuwbouw. Op termijn zal de EPG ook gelden voor bestaande gebouwen. Op 5 december 2012 is hiervoor een motie ingediend door Paulus Jansen. De regering wordt in de motie verzocht om binnen zes maanden met nadere voorstellen te komen die de investeringen in de bestaande gebouwenvoorraad stimuleren (Green Deals), zoals:

1. differentiatie van de onroerende zaakbelasting op basis van het energielabel;

2. fiscale prikkels gericht op collectieve aanpak van het eigen woningbezit;

3. gefaseerde invoering van een minimum-energielabel voor bestaande gebouwen.

Vooralsnog blijven hiervoor de huidige ISSO-publicaties gelden.

De EPG is iets anders dan de Energieprestatie-coëfficiënt (EPC). De norm EPG geeft de bepalingsmethode aan, de EPC geeft het niveau aan waaraan het gebouw minimaal moet voldoen.

Op dit moment voldoet een belangrijk deel van de nieuwbouwwoningen wat ventilatie en energieprestatie betreft niet aan het Bouwbesluit. Dat moet beter, zeker omdat met het Lente-akkoord is afgesproken om in de nieuwbouw een energiebesparing te realiseren van 25% in 2011 en 50% in 2015.

Op het gebied van duurzaamheid valt vooral bij de bestaande gebouwenvoorraad nog veel te halen. Vooral oude woningen en kantoorpanden zijn veelal niet energiezuinig gemaakt.

Dak- en muurisolatie zijn de meest toegepaste bouwkundige energiebesparende maatregelen. Zonnepanelen worden vaker toegepast als installatietechnische oplossing dan nieuwe ketels.

Vaak ziet de bouwsector het meeste heil in een combinatie van bouwkundige en installatietechnische maatregelen om bestaande bouw energiezuiniger te maken. Dit is geheel conform de trias energetica, een driestappenplan om klimaatneutraal te worden, hét overheidsdoel in 2020. Volgens deze leer moet eerst het onnodige energieverbruik worden teruggedrongen, bijvoorbeeld door dak- en muurisolatie. Vervolgens moet de resterende behoefte zo duurzaam mogelijk worden ingevuld. Als dit niet volstaat, moeten fossiele bronnen zo efficiënt mogelijk gebruikt worden. De opmars van zonnepanelen duiden op een zo duurzaam mogelijke invulling van de resterende energiebehoefte.

Een onderdeel van de gehele aanpak voor nieuwbouw zal bestaan uit praktische aandachtspunten voor professionele opdrachtgevers om aan het begin en einde van het bouwproces de opleverkwaliteit van gezonde, energiezuinige woningen te borgen. De aandachtspunten zijn waar nodig praktisch uitgewerkt en toegelicht. De aanpak vergemakkelijkt voor ontwikkelaars het waarborgen van de kwaliteit van hun eindproduct. Aan de kop, door kwaliteitseisen voor te schrijven en door bouwers bij de aanbesteding inzichtelijk te laten maken hoe ze de afgesproken opleverkwaliteit zullen realiseren. En bij de staart, door voor de oplevering te controleren of de bouwers de overeengekomen kwaliteit hebben gerealiseerd, zo nodig aan de hand van gecertificeerde kwaliteitskeuringen. Deze aanpak heeft dan ook al de kop-staart methode meegekregen.

In de woningbouw is het gebruik van een warmtepomp sterk in opmars. Mits goed geïnstalleerd leidt een warmtepomp tot een hoge energieprestatie en een gezond binnenklimaat. De installatie is echter precisiewerk, waar in de praktijk nogal eens iets mee mis gaat. Een werkgroep heeft hiervoor een publicatie gemaakt met de "do's" en "dont's" bij het plaatsen van warmtepompen.

Bronnen:

-         

www.rijksoverheid.nl

-          www.lente-akkoord.nl ;

-          www.gebiedenenergieneutraal.nl ;

Door InterConcept

Artikel delen