ABRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5501. T.I.V. Beheer B.V. betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college geen zorgvuldig onderzoek naar legalisatiemogelijkheden heeft uitgevoerd. Daarover voert zij aan dat vergunningvrij een situatie kan worden gecreëerd die ruimtelijk bezien vergelijkbaar is met de huidige situatie.

Volgens T.I.V. Beheer B.V. staat het bestemmingsplan namelijk toe dat één van de twee woongedeeltes wordt uitgebreid tot maximaal 600 m3 en kunnen daarin vergunningvrij meerdere badkamers en keukenblokken worden aangebracht. Het college staat bovendien toe dat [persoon A] en [persoon B], met hun zoon [persoon B], in de bedrijfswoning samenwonen. Aangezien het college dat in het legalisatieonderzoek niet heeft onderkend, is de beslissing op bezwaar onzorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
De Afdeling overweegt dat het college moet beoordelen of er concreet zicht op legalisatie bestaat van de feitelijke situatie waarvoor de last onder dwangsom is opgelegd, in dit geval de aanwezigheid van een tweede bedrijfswoning. De situatie waar T.I.V. Beheer B.V. op wijst ziet daar niet op, maar gaat over een andere situatie die volgens haar vergunningvrij kan worden gecreëerd. Alleen al daarom hoefde het college de door T.I.V. Beheer B.V. genoemde situatie niet te betrekken in het onderzoek naar legalisatiemogelijkheden. In wat T.I.V. Beheer B.V. heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het college een onzorgvuldig onderzoek naar de legalisatiemogelijkheden heeft uitgevoerd.
