Op donderdag 4 juni vond binnen de reeks VTH & Innovatie een netwerksessie plaats over innovatie bij projectontwikkelaars, met specifieke aandacht voor de rol van digitalisering, data en AI in het vergunningenproces. Tijdens de bijeenkomst namen Patrick Kemperman, omgevingsmanager bij BAM, en Bart de Jong, teamleider omgevingsmanagement bij BAM, de deelnemers mee in de manier waarop een grote ontwikkelende bouwer omgaat met de snel veranderende praktijk van vergunningverlening, toezicht en samenwerking met gemeenten. De sessie maakte onderdeel uit van de bredere reeks bijeenkomsten waarin gemeenten, omgevingsdiensten en marktpartijen kennis en ervaringen delen rondom de uitvoeringspraktijk van de Omgevingswet en technologische ontwikkelingen binnen het VTH-domein.

Al aan het begin van de sessie werd duidelijk dat de bouwsector midden in een fundamentele verandering zit. Waar bouwprojecten jarenlang werden georganiseerd rondom losse tekeningen, rapporten en documentstromen, verschuift de praktijk steeds meer richting volledig digitale processen. Volgens BAM is die verandering niet langer een ontwikkeling van de toekomst, maar dagelijkse realiteit. Grote bouwprojecten worden tegenwoordig ontworpen, uitgewerkt en beheerd vanuit digitale modellen waarin enorme hoeveelheden informatie samenkomen.
Het BIM-model speelt daarin een centrale rol. BIM – Building Information Modeling – werd door de sprekers niet alleen gepresenteerd als een 3D-model van een gebouw, maar vooral als een integraal informatiesysteem waarin alle gegevens over een project samenkomen. Het gaat daarbij niet alleen om afmetingen of constructieve onderdelen, maar ook om planning, materialen, installaties, duurzaamheid, veiligheid en uiteindelijk zelfs beheer en onderhoud. Daardoor verandert ook de aard van vergunningverlening. Waar een gemeente vroeger voornamelijk pdf-bestanden en tekeningen beoordeelde, ontstaat nu steeds vaker de vraag hoe een digitaal model beoordeeld en gebruikt kan worden binnen het vergunningenproces.
Volgens BAM biedt dat grote kansen. Een digitaal model bevat veel meer informatie dan traditionele documenten en kan bovendien continu worden bijgewerkt. Daardoor ontstaat een actueler beeld van een project en kunnen wijzigingen sneller inzichtelijk worden gemaakt. Tegelijkertijd werd benadrukt dat het werken met BIM nog lang niet overal vanzelfsprekend is. Binnen veel gemeentelijke processen wordt nog sterk gestuurd op documenten in plaats van data. Dat leidt regelmatig tot dubbel werk: gegevens die al aanwezig zijn in een model moeten alsnog apart worden aangeleverd in andere formats of systemen.
Tijdens de presentatie lieten Patrick Kemperman en Bart de Jong zien dat juist daar een belangrijk spanningsveld ontstaat. Bouwbedrijven investeren fors in digitalisering en werken steeds meer datagedreven, terwijl gemeentelijke systemen en werkprocessen vaak nog niet volledig zijn ingericht op die manier van werken. Hierdoor ontstaan vertragingen, interpretatieverschillen en extra administratieve lasten. BAM gaf daarbij aan dat het niet gaat om onwil, maar om een gezamenlijke zoektocht naar nieuwe standaarden en werkafspraken.
Een belangrijk thema binnen de sessie was datakwaliteit. De sprekers benadrukten meerdere keren dat digitalisering alleen succesvol kan zijn wanneer de onderliggende informatie betrouwbaar en eenduidig is. In een BIM-model werken veel disciplines samen: architecten, constructeurs, adviseurs, aannemers, installateurs en opdrachtgevers voegen allemaal informatie toe. Wanneer gegevens op verschillende manieren worden geregistreerd of wanneer definities ontbreken, ontstaan fouten die zich verderop in het proces opstapelen.
Binnen grote projecten heeft dat directe gevolgen. Een klein verschil in naamgeving, codering of classificatie kan later leiden tot discussies tijdens toetsing, uitvoering of oplevering. BAM investeert daarom steeds meer in standaardisatie van informatie en het structureren van datasets. Daarbij werd aangegeven dat niet alleen techniek belangrijk is, maar ook duidelijke afspraken tussen organisaties. Uniforme standaarden worden volgens BAM steeds noodzakelijker om efficiënt samen te kunnen werken.
Vervolgens kwam uitgebreid de rol van AI aan bod. De sprekers waren daar genuanceerd over. Kunstmatige intelligentie wordt binnen BAM niet gezien als vervanging van professionals, maar vooral als hulpmiddel om processen slimmer in te richten. AI kan bijvoorbeeld ondersteunen bij het analyseren van documenten, het controleren van modellen, het vergelijken van gegevens of het signaleren van afwijkingen en inconsistenties.
Volgens de presentatie zit de meerwaarde vooral in het versnellen van repeterende werkzaamheden. Veel tijd binnen bouw- en vergunningprocessen gaat verloren aan controles, administratie en het zoeken naar informatie. Door AI slim in te zetten kunnen medewerkers sneller beschikken over relevante gegevens en ontstaat meer ruimte voor inhoudelijke afwegingen en samenwerking.
Toch werd ook duidelijk gemaakt dat AI grenzen kent. Vergunningverlening en toezicht draaien immers niet alleen om regels en data, maar ook om interpretatie, belangenafweging en bestuurlijke keuzes. Een algoritme kan wel patronen herkennen of documenten analyseren, maar uiteindelijk blijft menselijke beoordeling essentieel. De sprekers waarschuwden daarom indirect voor de verwachting dat technologie alle problemen vanzelf oplost. Volgens BAM zit de echte uitdaging eerder in organisatieverandering dan in techniek alleen.
Interessant was daarnaast de aandacht voor de uitvoering van bouwprojecten. De digitalisering stopt namelijk niet bij de vergunningverlening. Ook tijdens de bouwfase verandert de communicatie tussen aannemer, ontwikkelaar en gemeente sterk. BAM werkt steeds vaker met realtime informatie-uitwisseling, digitale meldingen en direct gekoppelde projectgegevens. Daardoor kunnen wijzigingen sneller worden gedeeld en ontstaat tijdens de uitvoering meer transparantie.
Voor VTH-afdelingen heeft dat grote gevolgen. Toezicht verschuift steeds meer van het controleren van papieren dossiers naar het werken met actuele digitale projectinformatie. Volgens de sprekers vraagt dit om nieuwe vaardigheden binnen gemeentelijke organisaties. Medewerkers moeten niet alleen regelgeving begrijpen, maar ook kunnen werken met digitale modellen, datasets en geautomatiseerde processen.
Tijdens de bijeenkomst werd ook stilgestaan bij verschillen tussen gemeenten. Vanuit BAM werd aangegeven dat ontwikkelaars regelmatig tegen uiteenlopende werkwijzen aanlopen. Iedere gemeente heeft eigen systemen, procedures en informatiebehoeften. Voor landelijke opererende partijen zorgt dat voor veel complexiteit. Hoewel de Omgevingswet meer uniformiteit beoogt, blijkt de praktijk nog sterk versnipperd.
Juist daarom pleitte BAM meerdere keren voor intensievere samenwerking tussen overheid en marktpartijen. Niet vanuit traditionele rollen waarin iedere organisatie zijn eigen proces verdedigt, maar vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de keten slimmer in te richten. Volgens de sprekers ontstaat innovatie namelijk pas echt wanneer partijen gezamenlijk kijken naar standaardisatie, gegevensuitwisseling en werkprocessen.
De sessie liet daarnaast zien dat innovatie binnen de bouwsector steeds sneller gaat. Ontwikkelingen rondom emissieloos bouwen, duurzaamheid, digitale samenwerking en datagedreven werken volgen elkaar in hoog tempo op. BAM positioneert zich nadrukkelijk als organisatie die hierin investeert en experimenteert met nieuwe werkwijzen en technologieën.
Wat uiteindelijk vooral uit de bijeenkomst naar voren kwam, is dat digitalisering veel verder gaat dan automatisering alleen. Het raakt de complete uitvoeringspraktijk van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Rollen veranderen, informatiestromen veranderen en samenwerking verandert. Voor gemeenten betekent dit dat ook VTH-afdelingen zich verder zullen moeten ontwikkelen richting een meer data- en informatiegestuurde werkwijze.
De netwerksessie maakte duidelijk dat de toekomst van vergunningverlening steeds meer draait om betrouwbare data, digitale samenwerking en gezamenlijke standaarden. Tegelijkertijd werd ook zichtbaar dat deze ontwikkeling nog volop in beweging is. Technische mogelijkheden groeien snel, maar de organisatie van processen, verantwoordelijkheden en samenwerking loopt daar soms nog achteraan.
Juist daarom zijn bijeenkomsten als deze waardevol. Ze bieden ruimte om praktijkervaringen uit te wisselen, knelpunten bespreekbaar te maken en gezamenlijk te verkennen hoe overheid en markt elkaar beter kunnen vinden in een steeds digitalere bouwpraktijk. Binnen de reeks VTH & Innovatie staat die gezamenlijke zoektocht centraal: leren van experimenten, inzicht krijgen in ontwikkelingen en samen bouwen aan een toekomstbestendige uitvoeringspraktijk.
Meer info op de website van VNG: https://vng.nl/artikelen/terugkijken-vth-innovatie-innovatie-bij-projectontwikkelaars-4-juni-2026
