Het kabinet wil een einde maken aan wat al langer als een kwetsbare schakel in de verduurzamingsketen wordt gezien: de kwaliteit van energielabels. Met een nieuwe algemene maatregel van bestuur wordt publiekrechtelijk toezicht op het stelsel van energielabels voorbereid. Daarmee krijgt de overheid voor het eerst een formele rol in een systeem dat tot nu toe grotendeels draaide op zelfregulering door de branche.

De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw, kortweg TloKB, moet die toezichthoudende rol gaan vervullen namens het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het voorstel is op 19 juni 2026 in de ministerraad besproken en gaat nu via de voorhangprocedure naar de Tweede en Eerste Kamer. Dat betekent dat het parlement zich er nog over kan uitspreken voordat de wijziging definitief wordt gemaakt.
De aanleiding is duidelijk: het energielabel speelt een steeds grotere rol op de woningmarkt en bij utiliteitsgebouwen. Het label bepaalt mede de extra leenruimte voor energiezuinige woningen, heeft invloed op verduurzamingsmaatregelen en telt mee in het woningwaarderingsstelsel voor huurwoningen. Ook voor bedrijfspanden en andere utiliteitsgebouwen is het label steeds belangrijker geworden. Juist daarom, zo stelt het kabinet, moet de betrouwbaarheid ervan boven elke twijfel verheven zijn.
In de praktijk blijkt dat nog niet altijd het geval. In de nota bij het voorstel wordt gesproken over een toename van incidenten en fouten bij het vaststellen van energielabels. Die fouten kunnen grote gevolgen hebben. Huurders kunnen bijvoorbeeld te veel huur betalen als een woning achteraf op een te hoog energielabel blijkt te zijn ingeschaald. Ook voor kopers, verhuurders en financiers kan een onjuist label verstrekkende gevolgen hebben, omdat steeds meer financiële en juridische besluiten op dat label worden gebaseerd. De economische betekenis van het instrument is daarmee in korte tijd sterk gegroeid, terwijl het toezicht daarop achterbleef.
Tot nu toe rustte het kwaliteitssysteem vooral op certificering van energielabeladviseurs en accreditatie van de certificerende instellingen, de zogeheten CI’s. Dat systeem was in belangrijke mate gebaseerd op privaatrechtelijke borging binnen de sector zelf. De overheid had daarin geen formele toezichtrol. Met de nu voorgestelde wijziging verandert dat. De TloKB krijgt publiekrechtelijke bevoegdheden om toezicht te houden en, wanneer dat nodig is, ook bestuursrechtelijk in te grijpen. Dat kan bijvoorbeeld via een last onder dwangsom als regels worden overtreden.
Volgens de toelichting is er de afgelopen periode veel afgestemd met de sector om tot deze wijziging te komen. De Raad voor Accreditatie, InstallQ en verschillende brancheverenigingen zouden overwegend positief staan tegenover het voorstel. Dat is niet onbelangrijk, want het nieuwe stelsel raakt aan een gevoelig punt: de balans tussen vakinhoudelijke zelfregulering en overheidscontrole. Het kabinet kiest nu nadrukkelijk voor een zwaardere publieke waarborg, zonder het bestaande systeem volledig op de schop te nemen.
De keuze voor de TloKB als toezichthouder is logisch vanuit de opbouw van het huidige stelsel. De organisatie houdt namens het Rijk al toezicht op onder meer het stelsel voor kwaliteitsborging in de bouw, erkende kwaliteitsverklaringen en gasverbrandingsinstallaties. Daardoor beschikt zij al over de nodige deskundigheid en ervaring om ook de energielabelketen te bewaken. Het ministerie verwacht dat er met één aanspreekpunt bovendien meer overzicht ontstaat voor gebruikers van het energielabel en voor partijen die vragen hebben over de kwaliteit van het stelsel.
Politiek gezien sluit het voorstel aan op een eerder unaniem aangenomen motie van Beckerman en De Groot. Die motie vormde al in 2024 de aanleiding voor de aankondiging van een publieke toezichthouder. In de maanden daarna is het voorstel verder uitgewerkt tot een ontwerpbesluit dat nu klaarstaat voor de formele parlementaire behandeling. Daarmee zet het kabinet een volgende stap in de professionalisering van het energielabelstelsel.
De timing is niet toevallig. Sinds 29 mei 2026 geldt een nieuw energielabel voor woningen en gebouwen, waarmee het onderwerp opnieuw onder de aandacht is gekomen. Terwijl de labelsystematiek wordt vernieuwd, groeit ook de druk om de controle daarop te versterken. Het kabinet lijkt te willen voorkomen dat een instrument dat steeds bepalender wordt voor prijzen, financiering en duurzaamheid, zijn geloofwaardigheid verliest door gebrekkige kwaliteitsbewaking.
Voor de sector betekent het voorstel waarschijnlijk meer toezicht, strengere controle en mogelijk ook meer administratieve druk. Tegelijk kan het bijdragen aan meer vertrouwen in het energielabel als basis voor beleid en marktwerking. Dat vertrouwen is, zeker nu duurzaamheidseisen steeds verder doorwerken in de waarde van gebouwen, van groot belang. De vraag is nu hoe Tweede en Eerste Kamer het voorstel beoordelen en of zij voldoende waarborgen zien in de gekozen constructie. Maar één ding is duidelijk: het tijdperk waarin energielabels vooral een zaak van de sector zelf waren, lijkt ten einde te lopen.
