Voor de handreiking Activiteiten & Milieuzonering, mijn mening is en blijft dat de voorgestelde systematiek onuitvoerbaar is. De nieuwe systematiek vermindert de afhankelijkheid van milieucategorieën en activiteitenlijsten, maar verruilt die winst voor een aanzienlijk complexer systeem van gebruiksruimte, maatwerk en voortdurende beheerslast.

Voor het merendeel van de gemeenten gaat die systematiek zwaar uitpakken. Voordat een planregel gemaakt kan worden, moet op beleidsniveau worden uitgewerkt hoe een gemeente de systematiek gaat toepassen (lees: 342x het wiel uitvinden).
Dat was "vroeger" niet nodig: bepalen milieucategorie (lijst bedrijven), toets aan de richtafstand, en alleen als het niet past: een beoordeling of afgeweken kon worden.
De nieuwe systematiek vraagt om specialistische kennis die veel gemeenten niet/beperkt in huis hebben. Zonder milieujuridische, akoestische, geurtechnische (enz...) specialisten kunnen zij dat niet zelf. Niet alleen is de afhankelijkheid van omgevingsdiensten en externe adviseurs onvermijdelijk, ook moeten er beduidend meer onderzoeken worden uitgevoerd.
Ook is het een feit dat bedrijven niet statisch zijn, maar dynamisch. De nieuwe systematiek gaat echter uit van het bijhouden van de feitelijke situatie: meldingen, vergunningen, maatwerkvoorschriften, benutte milieugebruiksruimte, en nog meer. De vraag "hoe" een gemeente dat moet doen (omgevingsplan? Extern register? Anders? Wie beheert dat? Hoe is het inzichtelijk? Hoe actueel te houden? Hoe kan handhaving hiermee werken?) krijgt nul aandacht.
Ook juridisch ontstaat er forse complexiteit. De Omgevingswet presenteert een activiteitgerichte aanpak, maar het Besluit kwaliteit leefomgeving bevestigt dat die benadering in de praktijk onvoldoende houvast biedt.
Daardoor ontstaat continu de vraag hoe wijzigingen bij bedrijven beoordeeld moeten worden: per afzonderlijke activiteit, of op het niveau van 'bedrijf als geheel'. En als voor het tweede gekozen wordt, wat is dan de juridische grondslag (art. 5.58 Bkl biedt die namelijk níet in alle gevallen)?
En: is de nieuwe systematiek wel begrijpelijk? Het oude systeem (milieucategorie met richtafstand) was goed uit te leggen en te begrijpen. Het nieuwe systeem is gebaseerd op zaken als geluid- en geurruimte, feitelijke versus toegedeeld gebruiksruimte, en leunt zwaar op milieuonderzoeken per situatie om een beoordeling te kunnen maken. Is het dan nog mogelijk op voorhand in te schatten wat waar wel/niet mag, of kan alleen de specialist dat? Wat doet dit met de rechtszekerheid?
Met als toetje: omdat elke gemeente dit anders gaat doen, gaat het een behoorlijke puzzel worden voor wie met regels uit meerdere gemeenten te maken heeft.
De handreiking vertrekt vanuit het idee dat rigide richtafstanden het probleem zouden zijn. Het resultaat dreigt een systeem te worden dat net zo rigide is, maar bovendien moeilijker uitvoerbaar, uitlegbaar en beheersbaar.

