Sinds 1 juli 2026 werken we in Nederland met een nieuwe werkelijkheid. De herziene Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken (BPM 2.0) is in werking getreden, de overstap van de A1- naar de A2-dataset is verplicht geworden en het aantal milieu-impactcategorieën is uitgebreid van 11 naar 19. Daarmee sluit de Nederlandse methodiek beter aan op de Europese norm EN 15804+A2.

Wat verandert er?
Toch zie ik deze wijziging vooral als een tussenstatioen
Met de introductie van de Whole Life Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP) onder de Europese EPBD IV verschuift de focus van brede milieu-impact naar de totale klimaatimpact van een gebouw. De methode kijkt naar de broeikasgasemissies over de volledige levenscyclus, met een beschouwingsperiode van 50 jaar. Daarbij worden twee werelden samengebracht:
Daarmee ontstaat één integrale indicator voor de totale klimaatimpact van een gebouw over de hele levenscyclus. MPG en BENG worden dan niet langer los gezien, maar verbonden in één CO₂-benadering.
De gepubliceerde Bepalingsmethode WLC-GWP versie 0.9 is nog niet definitief vastgesteld, maar dient al wel als voorbereiding op de verdere uitwerking van de Routekaart WLC-GWP door het ministerie van VRO.
De richting is duidelijk: van aparte eisen voor energie en materialen naar sturing op de totale CO₂-uitstoot van gebouwen over hun volledige levenscyclus.
De overstap van A1 naar A2 verbetert hoe we milieu-impact meten. WLC-GWP verandert de vraag die we stellen: "hoe duurzaam zijn de materialen”, maar "wat is de totale klimaatimpact van dit gebouw van productie tot sloop

Door Jeroen Verberne
