Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Raad van State keurt initiatiefwet grondgebonden melkveehouderij niet goed: "Niet in behandeling nemen tenzij aangepast"

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het initiatiefwetsvoorstel voor een wettelijke grondgebonden melkveehouderij niet in behandeling te nemen, tenzij het substantieel wordt aangepast. Het advies, vastgesteld op 3 juni en gepubliceerd op 8 juni 2026, noemt tal van bezwaren die de effectiviteit, uitvoerbaarheid en rechtsgrondslag ondermijnen.

8 June 2026

Het voorstel van voormalig Kamerlid Holman (NSC) en Kamerlid Grinwis (CU) beoogt grondgebondenheid wettelijk vast te leggen, agrarische grond te verdelen in een Agrarische Hoofdstructuur (AHS) en Maatschappelijke Landbouwgebieden (ML), en een mestvervoersbeperking in te voeren. In de toelichting zouden deze maatregelen moeten leiden tot een gesloten mestkringloop en betere balans tussen landbouw, natuur en water.

De Raad van State signaleert echter dat de indieners hun brede landbouwvisie te veel één-op-één in wetstekst willen gieten. De reikwijdte is te breed en onduidelijk: de toelichting noemt veel doelen die niet tegelijk haalbaar zijn en maakt niet helder welke concrete problemen precies worden opgelost.

Een centraal kritiekpunt is de onduidelijke definitie en invulling van ‘grondgebondenheid’. De voorgestelde grondnormen — gekoppeld aan grootvee-eenheden (GVE) en melkopbrengst — leiden volgens de Afdeling niet tot de beoogde kringlooplandbouw en zullen het zevende Nederlandse Actieprogramma bij de Nitraatrichtlijn niet uitvoeren.

Ook de gebiedsdifferentiatie tussen AHS en ML roept serieuze twijfels op. De Afdeling noemt ruimtegebrek, onduidelijkheid over vergoedingen (circa €900 miljoen per jaar geraamd) en juridische en uitvoeringsvragen. Het is onduidelijk wie de vergoedingen betaalt, op welke juridische grondslag en of de Europese Commissie goedkeuring voor steunregelingen zal geven.

De voorgestelde mestvervoersbeperking — mest alleen binnen 100 km of binnen regionale grenzen — wordt gezien als tussenstap, maar de Raad van State oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat daarmee structurele mestoverschotten worden opgelost of dat dit bijdraagt aan een daadwerkelijk gesloten kringloop. Daarnaast ontbreken einddatums en onderbouwing van uitzonderingen, wat fraude en complexe afzetstromen kan bevorderen.

Verder wijst de Afdeling op praktische knelpunten: handhaafbaarheid, uitvoeringstoetsen door RVO, NVWA en het ontbreken van een uitgewerkte rechtsbescherming en eigendoms- en proportionaliteitsvragen. Ook de verhouding tussen Meststoffenwet en Omgevingswet vraagt nadere uitwerking.

Kortom: de Afdeling ziet “serieuze complicaties en risico’s” bij alle drie hoofdsporen van het wetsvoorstel en adviseert om de wetstekst te beperken, te concretiseren en technisch en juridisch te onderbouwen voordat verder procederen zinvol is.

De initiatiefnemers kunnen het voorstel herzien en terugbrengen met aangescherpte definities, betere onderbouwing van normen, financiële dekking en duidelijkheid over EU‑goedkeuring en uitvoerbaarheid. Tot die tijd raadt de Raad van State aan het voorstel niet in behandeling te nemen.

Het volledige advies van de Afdeling advisering is beschikbaar op de website van de Raad van State.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

KENNISPARTNER

Nelleke Linthorst