Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Rechtspraak Woo januari t/m juni 2026

In deze blog hebben wij de kern van opvallende uitspraken over de Woo (Wet open overheid) uit de periode januari-april op een rijtje gezet.

2 July 2026

Nieuws

books in shelves in room

1.     Actieve openbaarmaking van boetebesluiten?

ABRvS 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1532

Boetebesluiten worden in artikel 3.3, lid 2, aanhef en onder k, sub 5o, van de Woo uitgezonderd van de actieve openbaarmakingsplicht voor bestuursorganen. Omdat deze bepaling nog niet in werking is getreden, moet op grond van artikel 3.1 van de Woo – de algemene inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking – worden beoordeeld of een bestuursorgaan kan overgaan tot spontane openbaarmaking van een boetebesluit.

In dat geval moet het bestuursorgaan niet alleen beoordelen of uitzonderingsgronden aan openbaarmaking in de weg staan en of de openbaarmaking een redelijk belang dient, maar moet het bestuursorgaan ook een nadere belangenafweging maken. Deze nadere afweging ziet op het (zwaarwegende) algemene belang dat met openbaarmaking wordt gediend tegenover het belang van de betrokkene om geen onevenredig nadeel te lijden als gevolg van de publicatie.

Ook na inwerkingtreding van bovengenoemde bepaling in artikel 3.3 van de Woo blijft een bestuursorgaan bevoegd om op grond van artikel 3.1 van de Woo een boetebesluit spontaan openbaar te maken, aldus de Afdeling.

2.     Verzoek om precisering in bezwaar (na afloop twee weken termijn)

ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:206 Zowel voor een regulier Woo-verzoek als voor een bijzonder verzoek op grond van artikel 5.5 van de Woo geldt dat duidelijk moet zijn op welke aangelegenheden of documenten het verzoek betrekking heeft. Als dat niet het geval is, kan het bestuursorgaan de verzoeker vragen om zijn Woo-verzoek te preciseren (verduidelijken). In tegenstelling tot de Wob, waarin werd bepaald dat een verzoek om precisering zo spoedig mogelijk moet worden gedaan, bepaalt de Woo dat een dergelijk verzoek binnen twee weken moet worden gedaan (zie artikel 4.1, lid 5, van de Woo).

De Afdeling heeft in de uitspraak van 14 januari 2026 geoordeeld dat deze termijn van twee weken niet fataal is. Ook na het verstrijken van deze termijn kan nog om precisering worden verzocht, zelfs in bezwaar, aldus de Afdeling. Dit volgt uit de aard van de bezwaarprocedure: een volledige heroverweging van het primaire besluit, waarbij eventuele gebreken kunnen worden hersteld.

Wel moeten bestuursorganen de verzoeker voldoende behulpzaam zijn bij het preciseren van het verzoek. Dit kan bijvoorbeeld door op dezelfde dag als het verzoek om precisering telefonisch contact met de verzoeker op te nemen.

3.    Ontbreken (uitgebreide) toelichting zoekslag is geen zorgvuldigheidsgebrek

Rb. Den Haag 14 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9100

Bij de afhandeling van Woo-verzoeken staat de zoekslag centraal. De zoekslag moet deugdelijk – oftewel inzichtelijk en zorgvuldig – zijn (zie bijv. ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:367).

Naar het oordeel van de rechtbank houdt dit niet in dat bestuursorganen verplicht zijn de volledige methode van het zoeken naar documenten tot in detail toe te lichten, noch dat het (niet of onvoldoende) toelichten van de zoekslag automatisch leidt tot een zorgvuldigheidsgebrek. Vergelijk in dit verband ook de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 november 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:12798), waaruit volgt dat een toelichting op de zoekslag in het verweerschrift in beroep kan volstaan.

  •  Extra motivering bij documenten > 5 jaar (5.3 Woo) niet van toepassing bij 5.5 Woo, maar wel motiveren

ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2063

Bij een verzoek op grond van artikel 5.5 van de Woo staat een belangenafweging centraal tussen het belang dat door de uitzonderingsgrond wordt beschermd en het individuele belang van de verzoeker, waarbij het algemene openbaarheidsbelang geen rol speelt (vgl. ABRvS 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3872).

Daarom is artikel 5.3 van de Woo, dat ziet op het openbaarheidsbelang, niet van toepassing op verzoeken deze verzoeken. Toch moet de ‘leeftijd’ van de informatie worden betrokken bij de zorgvuldige belangenafweging die op grond van artikel 5.5 van de Woo moet worden gemaakt, aldus de Afdeling.

4.     Uitzonderingsgrond: persoonlijke levenssfeer en vanwege functie in de openbaarheid treden

ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2063

Op grond van vaste rechtspraak kunnen namen van medewerkers die vanwege hun functie in de openbaarheid treden slechts in beperkte mate een beroep doen op het belang van de persoonlijke levenssfeer (bijv. ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5250). Dit betekent dat hun namen in beginsel openbaar worden gemaakt.

De Afdeling heeft in de uitspraak van 15 april 2026 meer duidelijkheid gegeven over de vraag wanneer iemand wegens zijn of haar functie in de openbaarheid treedt. De enkele omstandigheid dat een medewerker in het kader van zijn of haar werk contact heeft met personen van buiten de organisatie, is daarvoor onvoldoende. Dat betekent namelijk nog niet dat die medewerker de organisatie ook naar buiten toe vertegenwoordigt. Beslissend is welke functie de betrokkene uitoefende ten tijde van de totstandkoming van het document waarin zijn of haar naam wordt genoemd.

5.    Uitzonderingsgrond: persoonlijke beleidsopvattingen

ABRvS 8 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1961

Met de uitspraak van 8 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4814, heeft de Afdeling het begrip ‘formele bestuurlijke besluitvorming’ in artikel 5.2, lid 3, van de Woo nader ingevuld, grotendeels in lijn met de conclusie van A-G Wattel van 9 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3096).

Het begrip laat zich niet eenduidig afbakenen. Per geval moet worden beoordeeld of een document is opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming. Bij die beoordeling kan van belang zijn of het document aan de ambtsdrager of het bestuursorgaan genoemd in artikel 5.2, lid 3, van de Woo is voorgelegd. Maar wat als dit niet is gebeurd of niet kan worden achterhaald?

Als documenten niet zijn voorgelegd of dit niet kan worden achterhaald, moet worden gekeken naar de vorm en inhoud van het document. Op basis daarvan beoordeelt de Afdeling of aannemelijk is dat het document ten behoeve van formeel bestuurlijke besluitvorming is voorgelegd of daarvoor rijp is. Een aanknopingspunt daarvoor is of het een concept betreft, gericht aan de ambtsdrager of het bestuursorgaan, met een concreet voorstel en/of beslispunt.

Verder is de Afdeling duidelijk dat het enkel aanduiden van een document als ‘concept’ onvoldoende is om te concluderen dat het niet is opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming.

6.    Misbruik artikel 4.6 Woo

Rechtbank Noord-Holland 24 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4788

OP grond van Art 4.6 Woo is sprake van misbruik als 1. De verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of 2. het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft.

Misbruik is niet snel aan de orde, maar in deze uitspraak houdt het besluit tot buiten behandeling stellen wegens misbruik stand.

Achtergrond is een arbeidsconflict tussen verzoeker en de gemeente Haarlem. Wetenswaardig voor de toepassing van artikel 4.6 Woo is de onderbouwing van het misbruik-besluit: de rechtbank vond de volgende gedragingen van verzoeker voldoende om misbruik aan te nemen:

  • Groot aantal verzoeken (61 Woo-verzoeken en 31 bezwaarschriften in 2,5 jaar);
  • Meerdere klacht- en tuchtprocedures;
  • Inhoudelijke overeenkomsten/herhalingen in de stukken (m.n. over de afdeling HRM);
  • Procedeerhouding (met verwijten en frustraties);
  • concrete aanwijzingen in correspondentie.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.