Nederland praat al jaren over stikstof alsof het vooral een technisch dossier is. Een kwestie van modellen, normen, depositie, Natura 2000, zones, vergunningverlening en juridische houdbaarheid. Maar achter die woorden zitten mensen.

Boerengezinnen. Bedrijven die in generaties zijn opgebouwd. Grond die niet alleen productiemiddel is, maar ook onderpand, familiegeschiedenis, pachtbasis, landschap en toekomst. Ouders die hebben geïnvesteerd. Kinderen die twijfelen of ze nog durven overnemen. Banken die meekijken. Verpachters die voorwaarden stellen. En ondernemers die elke dag voedsel produceren in een land waar ruimte schaars is, regels complex zijn, grondprijzen extreem hoog zijn en de maatschappelijke druk blijft toenemen.
In deze bijdrage betoog ik dat de kabinetsplannen over stikstof niet alleen als landbouw- of natuurbeleid moeten worden beoordeeld. Ze zijn ook een toets voor de rechtsstaat.
Want een betrouwbare overheid kan boeren niet jarenlang vergunningen verlenen, investeringen mogelijk maken, toezicht houden en beleid bevestigen, om vervolgens te zeggen dat hun vergunningen onzeker zijn, hun grond mogelijk minder waard wordt, hun bedrijf in een zone ligt en hun toekomst afhankelijk is van provinciale uitwerking.
De Brabantse casus maakt dat pijnlijk concreet. Vijf boeren dreigen hun natuurvergunning te verliezen, terwijl zij hebben gewerkt binnen het stelsel dat de overheid zelf heeft vastgesteld. Dat raakt niet alleen vijf bedrijven. Het raakt de vraag wat een vergunning nog waard is. Wat rechtszekerheid betekent. En of individuele ondernemers de rekening mogen krijgen van jarenlang bestuurlijk falen.
Natuurherstel is nodig. Dat staat niet ter discussie. Ook de landbouw heeft opgaven en zal blijven veranderen. Maar verandering vraagt bewijs, proportionaliteit, volledige compensatie, vergunningzekerheid en menselijkheid. Geen grove cirkels op een kaart zonder dragende gebiedsspecifieke onderbouwing. Geen afwaardering via de achterdeur. Geen beleid dat extensivering predikt terwijl grond schaars, duur en vaak niet beschikbaar is. Geen overheid die vertrouwen vraagt, maar bestaande vergunninghouders niet beschermt.
Boeren zijn geen beleidsvariabele. Zij zijn voedselmakers, vakmensen en dragers van een eeuwenoud cultuurlandschap. Wie hen vraagt te veranderen, moet naast hen gaan staan in plaats van tegenover hen.
Alleen dan kan stikstofbeleid rechtvaardig, uitvoerbaar en rechtsstatelijk zijn.
