Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Toets en toezicht van installaties door gemeenten vaak onvoldoende

In Nederland wordt regelmatig via de media aandacht besteed aan het slecht of onvoldoende functioneren van installaties, soms zelfs met grote gevolgen voor de gezondheid. Met name ventilatie, rookgasafvoeren maar ook drinkwater (legionella) zijn belangrijke zaken waar verkeerde montage of gebruik tot problemen kan leiden.

InterConcept 12 October 2011

Nieuws

In Nederland wordt regelmatig via de media aandacht besteed aan het slecht of onvoldoende functioneren van installaties, soms zelfs met grote gevolgen voor de gezondheid. Met name ventilatie, rookgasafvoeren maar ook drinkwater (legionella) zijn belangrijke zaken waar verkeerde montage of gebruik tot problemen kan leiden.

In nagenoeg elk bouwwerk en de gebruiksfuncties (Bouwbesluit) komen installaties voor van simpel, bij relatief kleine gebouwen, tot zeer complex bij onder andere  kantoorcomplexen. Voorbeelden van installatieonderdelen zijn ventilatie, riolering, verwarming, koeling, energie en brandmeldinstallaties.

Wie heeft er ooit de dimensionering van riolering of ook maar het strangenschema of de plaats van ventielen van een ventilatiesysteem gecontroleerd of ook maar gekeken naar de drinkwaterinstallaties.

Conform het Bouwbesluit maakt het indienen van de installaties bij een aanvraag omgevingsvergunning onderdeel uit van de vereiste indieningsbescheiden conform de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). Bij de toetsing op volledigheid van een aanvraag omgevingsvergunning dient een gemeente te controleren of alle stukken ook daadwerkelijk zijn toegevoegd aan een aanvraag. Het ontbreken ervan kan aanleiding zijn om deze alsnog door de aanvrager te laten aanvullen.

Helaas wordt dit aspect vaak bij de volledigheidstoets over het hoofd gezien. Een oorzaak ligt toch vaak aan het ontbreken van een checklist waar alle onderdelen van de indieningsbescheiden afgevinkt kunnen worden. Ook de tijdsdruk (veel aanvragen op naam) speelt een belangrijke rol.

Naast het ontbreken van sommige installatiebescheiden blijkt dat ook de toets door de vergunningverlener/beoordelaar vaak niet wordt uitgevoerd. De tijdsdruk is hier een grote factor, maar een belangrijke reden is ook de onbekendheid van de materie. De berekeningen zijn soms moeilijk te beoordelen, mede doordat de gebruikte opzet van de berekeningen steeds weer bij een andere aanvraag in een andere vorm wordt aangeboden en daardoor soms onbegrijpelijk.  Daarnaast moet voor de controle gebruik gemaakt worden van de NEN-normen; de aanschaf van de aan het Bouwbesluit gerelateerde normen is niet goedkoop, laat staan dat de berekeningsmethodiek vaak complex is. Alleen specialisten die veel werken met de normen kunnen in een korter tijdsbestek de berekeningen en de bijbehorende tekeningen beoordelen. In het kader van bezuinigingen gaan steeds meer gemeenten toetsingsprotocollen opstellen waar de installaties een lagere prioriteit krijgen.

Zeker bij de kleinere gemeenten ontbreekt vaak de capaciteit en kennis om aandacht te besteden aan de installaties. Dit betekent nog steeds niet dat de installaties daardoor minder belangrijk zijn. Het oplossen van het niet-toetsen door voorwaarden op te nemen in de beschikking is een veel gebruikt middel, maar lost eigenlijk niets op. Het beoordelen van installaties door onafhankelijke bureaus vergt wel een investering, maar kan tot een kwaliteitsverbetering leiden.

Niet alleen in de toetsingsfase maar ook in de toezichtfase zou er meer aandacht aan de installaties besteed kunnen worden. Een toezichthouder is vaak niet in het bezit van goede installatietekeningen omdat deze vaak pas in een later stadium worden gemaakt. Ook hier ontbreekt het vaak aan praktische kennis om de uitvoering van installaties te kunnen beoordelen. Daarnaast zijn er maar weinig opleidingen waar aandacht besteed wordt aan de praktische kant van de uitvoeringsaspecten van installaties. Het controleren wordt vaker ook moeilijker gemaakt doordat bepaalde installaties alleen met specifieke meetapparatuur gecontroleerd kunnen worden. De aanschaf van geijkte apparatuur staat eigenlijk niet in verhouding tot de frequentie van het gebruik. Een oplossing kan zijn door de meetresultaten/inregelstaten e.d. bij de oplevering op te vragen. Een andere oplossing kan zijn door steekproefsgewijs metingen door derden te laten uitvoeren.

Hoewel de eindverantwoordelijkheid voor een goed functionerende installatie bij de opdrachtgever blijft liggen zal een gemeente zich bij problemen/klachten toch steeds naar de media moeten verdedigen over zijn rol in het bouwproces.

Door InterConcept

Artikel delen