Elke donderdag publiceert PONT de jurisprudentie van deze week over het omgevingsrecht, samengesteld door medewerkers van STAB. Hiermee mis je niets van de belangrijkste uitspraken en kun je ze eenvoudig langslopen.

Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
Week 31
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4394: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, plangrens, verkeerseffecten, aanvaardbare verkeerssituatie, gebruiksregel in begripsbepaling, redelijke termijn, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4412: Awb, Wabo; verzoek om handhaving, last onder dwangsom, spoorwegemplacement, overschrijden geluidgrenswaarden omgevingsvergunning, stofoverlast, gebrek hersteld in bezwaar, overslag van stenen, laatste trein in 2021 (Rb Midden-Nederland 22/2118)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4436: Awb, Wro; inpassingsplan, realisatie nieuw Natura 2000-gebied, exploitant melkveebedrijf, uitvoeren maatregelen beheerplan, strijd met toelatingsplanologie, gebodsbepalingen, geen verplichting evenwichtsbemesting, uitleg begrip "evenwichtsbemesting" in toelichting, geen strijd met rechtszekerheid, voldoende duidelijk en evenredig, uitvoerbaarheid evenwichtsbemesting onvoldoende duidelijk, maatregelen tegen verdroging, evenredigheid, gebruiksovergangsrecht voor twee jaar, niet aannemelijk gebruik binnen die termijn ingeperkt of beëindigd, rechtszekerheid, verwijzing naar bijlagen, bedrijf textielreiniging, totstandkoming inrichtingsplan, waterkwaliteit, voldoende onderzoek, huidige grondwaterstanden, niet noodzakelijk in kaart gebracht, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, soortenbescherming, beekprik, vergoeding voor evenwichtsbemesting, niet inzichtelijk
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4430: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, drie woongebouwen met 22 appartementen en fietsenberging, meer dan één hoofdgebouw, uitleg planregels, begrip "perceel", vertrouwensbeginsel (Rb Noord-Holland 22/4191)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4434: Awb; conclusie AG, schadevergoeding bij schending vertrouwensbeginsel, grondslag schadevergoeding, conclusie bij Amsterdamse dakopbouw-uitspraak, vertrouwensbeginsel, reacties op conclusie, dipositievereiste, bepalen omvang vergoedingsplicht
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4401: Awb, Wabo; omgevingsvergunning van rechtswege, bouwen en afwijken bpl, woning, goede ruimtelijke ordening, flexibiliteitsbepaling uit afwijkingenbeleid, welstand (Rb Noord-Holland 22/4333 en 22/4334)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4444: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, overkapping en weigering omgevingsvergunning fietsenberging met kliko-ombouw, monumentale dwarshuisboerderij, advies erfgoedcommissie, compleet tegenovergesteld, voorschrift hoogte haag, exact 2,00 m (Rb Midden-Nederland 22/5270 en 22/5218)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4449: Awb, Chw, Wro; bpl, 242 woningen, herstelbesluit, bouwhoogte 45 m, hoogbouwbeleid, alternatieven, bezonning, schaduwstudies, bouwhoogte grondgebonden woningen, natuur en groen, kappen van bomen, verkeer, parkeren
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4420: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, uitwisseling materieel tussen varkenshouderijen, niet één inrichting, eerdere uitspraak, redelijke termijn (Rb Overijssel 22/1476)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4445: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, 15 appartementen in vier bouwlagen, afwijking advies welstand, betreft niet louter bouwmogelijkheden, onvoldoende gemotiveerd, nieuw besluit, parkeren, onvoldoende gemotiveerd parkeergelegenheid binnen 100 m, redelijke termijn (Rb Noord-Nederland)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4421: Awb, Wro; wijzigingsplan, wijzigen bedrijfswoning naar burgerwoning, wijzigingsvoorwaarden, geluidsonderzoek, tegenrapport, niet uitgegaan van planologische mogelijkheden, niet alle geluidbronnen meegenomen
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4431: Awb, Wnb; afwijzing verzoek aanschrijving verhogen waterpeil, beheer essenhakhout en verwijderen braamopslag, aangemerkt als verzoek toepassing 2.4, lid 1, Wnb, goede procesorde, bevoegdheid rechtbank, bevoegdheid college, beheermaatregelen, strekking artikel 2.4, lid 1, Wnb, doeltreffende rechtsbescherming (Rb Midden-Nederland 23/2044)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4422: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, opslag en afvoer CCM (zetmeelrijk veevoer gemaakt van mais) bij varkenshouderijen, niet vaker dan vergund, voldoende onderzoek (Rb Overijssel 23/805)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4423: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, gebruik weegbrug, staan op weegbrug zonder te worden gewogen, voorschrift vergunning niet overtreden, voldoende onderzoek (Rb Overijssel 22/2148)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4419: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, bedrijfsruimte 9 m hoog, rechtbank kan niet afwijken van eerdere uitspraak, hoogte toegestaan op basis van bpl, stedenbouwkundig advies (Rb Rotterdam 22/4518)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4406: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, drie bedrijfsverzamelgebouwen, stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit, units mogelijk op basis van bpl, welstand, redelijke termijn (Rb Overijssel 22/1159)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4414: Awb, TwG; fysieke mijnbouwschade, advies deskundigen (Rb Noord-Nederland 21/3388)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4413: Awb; afwijzing aanvraag vergoeding waardedaling woning, model van Atlas (Rb Noord-Nederland 23/1499)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4417: Awb, TwG; feitelijke toevoeging woning aan werkvoorraad Lokaal Plan van Aanpak, geen procesbelang, niet-ontvankelijk (Rb Noord-Nederland 22/4442)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4435: Awb, TwG; beslissing beoordeling veiligheidsnorm, geen procesbelang bij beroep, terecht niet-ontvankelijk (Rb Noord-Nederland 23/1908)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4439: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, kunstriet op dak, advies welstandscommissie, acht woningen van gelijke architectuur, aantal andere woningen zinken dak, niet verplicht (Rb Den Haag 22/1625)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4405: Awb, Chw, Wro; bpl, twee woonblokken met 77 appartementen, hotel met 100 kamers, locatie ABC-complex, herstelbesluit, behoefte aan hotelkamers, omgevingsverordening, beëindiging gebruiksmogelijkheden, beoogde bestemming op termijn te verwezenlijken, parkeren, uitbreiding ander hotel niet toegestaan, privacy, bezonning
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4418: Awb, Wro; bpl, drie woningen, parkeerterrein, bereikbaarheid woning, afwijking van uitgangspunten buurtschappennota,
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4448: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, dakopbouw, mandelige muur, overbouw 3 cm, bouwvergunning, handhaving niet evenredig, niety tijdig nemen nieuw besluit op bezwaar (Rb Noord-Holland 23/3554)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4443: Awb, Wro; wijzigingsplan, kwaliteitsverbetering sportcomplex, drie vrijstaande woningen, niet voorzien in recreatieve verhuur aan derden, niet mogelijk door middel van wijzigingsplan
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4404: Awb, Chw, Wro, Wgh; bpl, besluit hogere waarden, overgangsrecht Aanvullingswet geluid Omgevingswet, 20 grondgebonden woningen en 3 woongebouwen met 52 woningen, relativiteit, nadere motivering, woonplan, participatie, belangenverstrengeling, ladder duurzame verstedelijking, provinciaal beleid, milieueffectrapportage, aanmeldnotitie, verkeer, parkeren, klimaatadaptieve maatregelen, zonnepanelen, woon- en leefklimaat, belangenafweging
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4427: Awb; handhaving, sluiting voor één maand, wijziging vergunning, aanpassing openingstijden, niet naleven exploitatievergunning, zelfde gronden als in beroep, geen afkoelhalfuurtje, horecanota, evenredigheid (Rb Rotterdam 23/6984)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4407: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen, afwijken bpl en uitweg, 100 vier- tot zespersoons logiesverblijven en ontvangstgebouw, tijdelijke huisvesting, maximaal vijftien jaar, shortstay arbeidsmigranten, herstelbesluit, zelfde gronden als in beroep, alternatieve locaties, aanvang instandhoudingstermijn (Rb Oost-Brabant 23/3262 en 23/3264)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4410: Awb; afwijzing verzoek handhaving, verwijderen gedenksteen oma zonder vergunning, gemeentelijk monument, belanghebbende, geen houder grafrecht, geen feitelijke gevolgen, geen aanvraag, geen besluit (Rb Noord-Nederland 24/3024)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4408: Awb; aanwijzing pand als gemeentelijk monument, erfgoedverordening, beschermingsprogramma, belanghebbende, economisch eigenaar, beoordelingsruimte, geen onevenredige gevolgen (Rb Gelderland 23/6014)
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4409: Awb, Wabo; handhaving, invordering dwangsommen, gebruik recreatiewoning als hoofdverblijf, psychische gesteldheid, geen uitzonderlijk geval (Rb Limburg 23/667)
* Rechtbank Midden-Nederland 28 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4837: Awb, Wegenwet; onttrekking aan openbaarheid, parkeerterreinen bij station, stimuleren gebruik P+R terreinen, gebruikersenquête, geheimhouding, ontmoedigen oneigenlijk gebruik, geen onevenredige nadelige gevolgen
* Rechtbank Midden-Nederland 28 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4743: Awb, Wegenwet; onttrekking aan openbaarheid, parkeerterreinen bij station, stimuleren gebruik P+R terreinen, gebruikersenquête, bevoegdheid, geen onevenredige nadelige gevolgen
* ABRvS 27 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4339: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, kantoorpand en woningen, toename aantal woningen, binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor aantal woningen, uitgaan van mogelijkheden bpl, bezonning, vergelijken met eerdere planologische mogelijkheden, parkeernormen, afwijking bpl, binnenstad (Rb Noord-Holland 23/5461)
* ABRvS 27 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4340: Awb, EVOA; vovo, bezwaar staatssecretaris tegen overbrenging van afvalstoffen, 6.000 ton non-ferrometaalconcentraat, van toepassing zijnde normdocument, motivering niet op voorhand onjuist
ABRvS 27 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4341: Awb, EVOA; vovo, bezwaar staatssecretaris tegen overbrenging van afvalstoffen, 4.500 ton non-ferrometaalconcentraat, van toepassing zijnde normdocument, motivering niet op voorhand onjuist
* Rechtbank Midden-Nederland 27 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4387: Awb; goedkeuringsbesluit verbeterplan, verwerking (schuim)brandblussers, PFAS, PFOS, bezwaar drie jaar te laat, terecht niet-ontvankelijk, bekendmaking, geen publicatieplicht
* Rechtbank Noord-Nederland 24 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3086: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, woning, participatie, goede ruimtelijke ordening, structuurvisie, Wgh, relativiteit, parkeerplaatsen
* ABRvS 23 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4257: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, toevoegen zes appartementen aan nog te bouwen appartementencomplex, verwijzing naar uitspraak vovo appartementecomplex (Rb Overijssel 24/3234 en 24/3264)
ABRvS 23 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4258: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, appartementencomplex voor 26 woningen, herstelbesluit, herhaald verzoek, geen nieuwe feiten en omstandigheden, herziening parkeeronderzoek (Rb Overijssel 24/2782, 24/3031 en 24/2975)
* Rechtbank Gelderland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5995: Awb, Wabo; aanvraag omgevingsvergunning buiten behandeling, legalisering tuinmuur, procesbelang, geen eigenaar meer, nieuwe eigenaar heeft situatie aangepast, schade niet aannemelijk
* Rechtbank Gelderland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5985: Awb, Wabo; afwijzing verzoek om handhaving en invordering, geen rattenplaag, advies Kennis en Adviescentrum Dierplagen, gebruik gebouw door derden, hobbymatig houden van vee verbeurde dwangsom ten onrechte op nihil gesteld, maximum dwangsommen bereikt, mestopslag niet verwijderd
* Rechtbank Gelderland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6000: Awb, Wnb; afwijzing verzoek handhaving, gebruik nieuwe mountainbikepaden, stichting, belanghebbende, natuurtoets quickscans, relevante soorten onderzocht, voor aantal soorten effecten niet volledig in beeld gebracht, mitigerende maatregelen, ten onrechte geen preventieve maatregelen
¶ Rechtbank Gelderland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6024: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, naleving maatwerkvoorschriften vervoersbewegingen en beladingsactiviteiten in de nachtelijke periode, ordemaatregel
¶ Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4664: Awb, Ow; omgevingsvergunning, BOPA, twee geschakelde woningen, ontvankelijkheid, identiteit eisers, procedure via wijziging omgevingsplan, bouwmogelijkheden, beslissen op aanvraag, welstand
¶ Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4648: Awb, Ow; omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit kappen van bomen en uitvoeren werk, herinrichting straat, beschermd stadsgezicht, advies boomtechnisch adviseur
* Rechtbank Noord-Nederland 22 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3017: Awb, Wabo, handhaving, invordering dwangsommen, niet vergunde bouwwerken, niet toegestaan verblijf, last ziet niet op nieuwe bouwwerken, verblijf niet aangetoond
* Rechtbank Noord-Nederland 22 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3073: Awb; gedragsaanwijzing burgemeester, schuren in de achtertuin, maximaal twee keer per week, apv, geluidhinder, hobbymatig maken houten beelden, ernstige en herhaaldelijke hinder, evenredigheid
* Rechtbank Overijssel 22 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4520: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, 15 appartementen op twee locaties, afwijken bouwhoogte, parkeren
* Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 juli 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:200: Landsverordening administratieve rechtspraak; bouwvergunning appartementencomplex, belanghebbende, bouwhoogte, vaste gedragslijn (Gerecht in eerste aanleg St. Maarten SXM202400489)
¶ Rechtbank Oost-Brabant 22 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5189: Awb, Ow; handhaving, bouwstop, werkzaamheden aan monumentaal pand, afwijking van vergunning, pand als geheel aangewezen als monument, niet vergunningvrij, evenredigheid
* Rechtbank Oost-Brabant 21 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5156: Awb; aanwijzing gemeentelijk monument, nieuw besluit na eerdere uitspraak rechtbank, niet vooringenomen, beoordelingsruimte, advies deskundige, belang eigenaar, kostenstijging niet onderbouwd, kosten contra-expertise
¶ Rechtbank Oost-Brabant 21 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5396: Awb, Ow; vovo, handhaving, preventieve last onder dwangsom, asbestwerkzaamheden, onjuist uitgevoerde asbestinspecties in andere gemeenten, niet bevoegd
* Rechtbank Oost-Brabant 21 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5435: Awb; afwijzing verzoek handhaving, afsluiting groenstrook, Wegenwet, apv, geen (openbare) weg
¶ Rechtbank Oost-Brabant 21 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5157: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, bouw schuur, strijd met omgevingsplan, toets ETFAL, dienstbaarheidsbeginsel
¶ Rechtbank Noord-Nederland 20 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2942: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwactiviteit, bouw woning, uitbouw is bijgebouw, afstandseis, limitatief imperatief stelsel
¶ Rechtbank Gelderland 20 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5818: Awb, Ow; TAM voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels kamerverhuurpanden, omzetting zelfstandige woonruimte naar zeven onzelfstandige woonruimten, procesbelang, omgevingsvergunning omzetting, beoogd gebruik, gebruik als hoofdverblijf, arbeidsmigranten, gebruiksoppervlakte per gebruiker, beoordelingsregels voorbereidingsbesluit
* Rechtbank Gelderland 20 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5815: Awb, Wm; maatwerkvoorschriften, dierenpension, geluidvoorschriften, maximum aantal honden, Activiteitenbesluit, geem maximale geluidniveaus, geluidsrapport, referentieniveau, langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
* Rechtbank Oost-Brabant 20 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5069: Awb, Wabo; omgevingsvergunning uitvoeren werk en afwijken bpl, verharden dijk, wegstabilisatie, niet ingrijpende herinrichting, artikel 4, onder 8, Bijlage 2 Bor, Landschappelijke, culturele, natuurlijke en hydrologische waarden, belangenafweging
* Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 17 juli 2026, ECLI:NL:OGEABES:2026:159: afwijzing verzoek handhaving, percentage perceel waterdoorlatend, onvoldoende onderzoek, gebruik in strijd met ruimtelijk ontwikkelingsplan, beginselplicht handhaving, zwembad, zicht op legalisatie, keermuur
* Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 17 juli 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:105: afwijzing verzoek handhaving, bouw acht flatgebouwen met 120 wooneenheden en jachthaven, ontvankelijkheid, belanghebbende, gevolgen van enige betekenis, hoger dan vergund, geen ondergeschikte wijziging, concreet zicht op legalisatie
¶ Rechtbank Overijssel 17 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4280: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, permanente bewoning recreatiewoning, belanghebbende, zelfstandig eigen belang, overtreding, overgangsrecht, tijdsverloop, gelijkheidsbeginsel
¶ Rechtbank Noord-Holland 17 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8694: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, verbod graafwerkzaamheden, voorafgaand archeologisch onderzoek, handelen in strijd met omgevingsvergunning, geen noodzaak aanbrengen bestrating, geen spoedeisend belang
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6500: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, realisatie twee woningen, beperking bedrijfsvoering, houtbewerkingsbedrijf toegestaan, nu opslag
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6420: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, handel in vrachtwagens, strijd met bpl, gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel
¶ Rechtbank Overijssel 15 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4160: Awb, Ow; vovo, kapvergunning voor uitbreiden hoogspanningsstation, geen strijd met bomenbeleidsplan, vertrouwensbeginsel, beperkte periode kapmogelijkheid
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6402: Awb; goedkeuring faunabeheerplan, geen besluit
* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6413: Awb; afwijzing verzoek schadevergoeding wateroverlast, nadeelcompensatie, eerst bezwaar bij college, onbevoegd
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6400: Awb, Ow; afschotvergunning damherten, andere bevredigede oplossing, bevredigende oplossing, instandhouding habitats, bescherming wilde flora en fauna, onvoldoende aangetoond, onderbouwing doelstand, tussenuitspraak
# Rechtbank Den Haag 13 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19310: Awb, Wabo; omgevingsvergunning activiteit milieu, oprichting inrichting voor de in- en verkoop en op- en overslag en bewerking van afvalstoffen, voorschriften, overeenstemming, zelf in de zaak voorzien
* Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 juli 2026, ECLI:NL:OGEABES:2026:158: weigering vergunning keermuur, begrenzing onderwaterpark, Eilandsbesluit onderwaterpark Bonaire
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6170: Awb, Ow; verzoek handhaving, omgevingsvergunning kapactiviteit, procesbelang, apv, instandhouding niet verantwoord, onvoldoende onderbouwd, herplantplicht, op of nabij de locatie
* Rechtbank Noord-Nederland 7 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3026: Awb, TwG; mijnbouwschade, bewijsvermoeden, 6 km-gebieden, criterium bouwjaar 2012 of eerder, Besluit TwG, politieke keuze
* Rechtbank Noord-Nederland 3 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3100: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, recreatieve verhuur voor- en achterhuis, overtreding, strijd met bpl, impliciete toestemming recreatief gebruik achterhuis, voor nieuw bpl, persoonsgebonden overgangsrecht voorhuis, algemeen overgangsrecht, onvoldoende onderzoek, redelijke termijn
¶ Rechtbank Midden-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3894: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, dakkapel in voordakvlak, welstand, welstandsnota, gelijkheidsbeginsel,
¶ Rechtbank Midden-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3891: Awb, Ow; omgevingsvergunning wateractiviteiten, transformatie agrarisch (veen)gebied naar natuurgebied, doelstellingen verordening, waterbergingscapaciteit, onderbamling, peilscheidingen, waterkwaliteit, buffersloot, wegzijging en kwelvorming,
* Rechtbank Midden-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4040: Handhaving, last onder dwangsom, uitstalling fietsenzaak, nadere regel uitstallingen
* Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 juni 2026, ECLI:NL:OGEABES:2026:157: afwijzing verzoek wijziging bestemming, voorwaarden ruimtelijk ontwikkelingsplan, bouw 250 woningen, afbreuk aan landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, hydrologische en ecologische waarden, onvoldoende onderbouwing in rapporten, vertrouwensbeginsel
¶ Rechtbank Midden-Nederland 19 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4026: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, gebruik pand voor begeleid wonen, geluidsgevoelige functie, criterium Bkl, strijd met bestemming, lengte begunstigingstermijn, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Noord-Nederland 18 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3071: Awb, Waterwet; watervergunning onttrekken 6,5 miljoen m3 grondwater, drinkwatervoorziening, beoordeling hydrologische effecten, MIPWA model, waterwijzer landbouw, toekomstige aanwijzing grondwaterbeschermingsgebied, opbrengstderving
* Rechtbank Noord-Nederland 18 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3068: Awb, Waterwet; watervergunning onttrekken 6,5 miljoen m3 grondwater, drinkwatervoorziening, gevolgen boomgaard, voldoende onderzoek, evenredigheid
* Rechtbank Noord-Nederland 18 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3072: Awb, Waterwet; watervergunning onttrekken 6,5 miljoen m3 grondwater, drinkwatervoorziening, ontvankelijkheid, gevolgen voor weidevogelpopulaties
¶ Rechtbank Noord-Holland 5 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9243: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning intern verbouwen, extra woning, kamerverhuur, afwijking bpl, ETFAL, parkeernormennota, vertrouwensbeginsel
¶ Rechtbank Noord-Holland 28 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:6543: Awb, Ow; omgevingsvergunningen afwijken bpl en technische bouwactiviteit, 80 woningen en negen woningen, stichting geen belanghebbende, afwijking aantal woningen heeft geen gevolgen voor flora en fauna
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! =(nog) niet gepubliceerd
Week 31 - Bijzondere overwegingen uit totale overzicht
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4436: Awb, Wro; inpassingsplan, realisatie nieuw Natura 2000-gebied, exploitant melkveebedrijf, uitvoeren maatregelen beheerplan, strijd met toelatingsplanologie, gebodsbepalingen, geen verplichting evenwichtsbemesting, uitleg begrip "evenwichtsbemesting" in toelichting, geen strijd met rechtszekerheid, voldoende duidelijk en evenredig, uitvoerbaarheid evenwichtsbemesting onvoldoende duidelijk, maatregelen tegen verdroging, evenredigheid, gebruiksovergangsrecht voor twee jaar, niet aannemelijk gebruik binnen die termijn ingeperkt of beëindigd, rechtszekerheid, verwijzing naar bijlagen, bedrijf textielreiniging, totstandkoming inrichtingsplan, waterkwaliteit, voldoende onderzoek, huidige grondwaterstanden, niet noodzakelijk in kaart gebracht, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, soortenbescherming, beekprik, vergoeding voor evenwichtsbemesting, niet inzichtelijk
7.2. Tussen partijen is niet in geschil dat het inpassingsplan geen definitie bevat van het begrip evenwichtsbemesting. In het inrichtingsplan, waarnaar in de planregels, waaronder artikel 4, lid 4.1, uitdrukkelijk wordt verwezen en dat als bijlage bij de planregels is gevoegd, is (op pag. 218) wel omschreven wat onder dit begrip moet worden verstaan. Daarin is het volgende opgenomen: "Evenwichtsbemesting betekent dat een gewas op jaarbasis op een perceel net zoveel meststof krijgt toegediend als dat het onttrekt aan het perceel (Freriks & Van Schooten, 2016). Het doel van deze maatregel is verrijking van het grondwater met nutriënten (vooral nitraat en fosfaat) via lokale grondwaterstromen zo veel mogelijk te beperken. Dit betekent concreet het bijhouden van een stikstofboekhouding, bemesting naar verwachte opbrengst en dat per gift rekening wordt gehouden met nog beschikbare nutriënten voor het gewas." Hieruit blijkt dat evenwichtsbemesting inhoudt dat een gewas op jaarbasis op een perceel precies evenveel meststof krijgt toegediend als dat het onttrekt aan dat perceel en dat er dus sprake moet zijn van een zogenoemde ‘nulbalans’.
Gelet op het voorgaande is het ontbreken van de definitie in de planregels niet in strijd met de rechtszekerheid. Via het inrichtingsplan is voldoende duidelijk wat daaronder wordt verstaan. Het betoog slaagt in zoverre niet.
(…)
7.3.2.1. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] hebben op de zitting toegelicht dat bemesting doorgaans een aantal keer per jaar plaatsvindt, in de periode van half februari tot 1 juli. De bemesting is nodig om de gewassen te laten groeien. Of de gewassen alle door een agrariër toegevoegde mest opnemen, is mede afhankelijk van de weersomstandigheden en andere omstandigheden waarop een agrariër geen invloed heeft en kan hebben. Ten tijde van het bemesten is als gevolg hiervan voor een agrariër dus niet te voorspellen of alle mest die hij toedient daadwerkelijk door de gewassen wordt opgenomen. Is dat niet het geval, dan is de agrariër in overtreding, terwijl hij dat niet altijd kan voorkomen. Provinciale staten hebben dit op de zitting ook bevestigd. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] hebben er verder op gewezen dat op dit moment het antwoord op de vraag hoe strikt de hand wordt gehouden aan het bereiken van de nulbalans afhankelijk is van de begeleider die een agrariër toegewezen krijgt. In het verlengde hiervan hebben zij erop gewezen dat het hiermee ook van de begeleider afhankelijk is op welke manier een agrariër moet aantonen hoeveel mest door een gewas aan de grond is onttrokken. Hierdoor is volgens [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] ook onzeker of en wanneer er handhavend wordt opgetreden.
7.3.2.2. Gelet op de door [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] gegeven toelichting is het de Afdeling niet duidelijk geworden of de maatregel van evenwichtsbemesting zoals deze nu is vormgegeven wel uitvoerbaar is. De Afdeling volgt provinciale staten niet in hun standpunt dat een agrariër zelf het best kan bepalen hoeveel hij moet bemesten en dat het voor zijn rekening en risico komt als blijkt dat er te veel is bemest. Provinciale staten houden er met dit standpunt namelijk geen rekening mee dat een agrariër door weersomstandigheden en andere omstandigheden maar in beperkte mate invloed heeft op het behalen van de door provinciale staten gestelde norm en het voor hem dus niet uitvoerbaar is om een sluitende mestbalans te maken.
7.3.2.3. De Afdeling stelt verder vast dat provinciale staten ook niet inzichtelijk hebben gemaakt op welke wijze een agrariër moet bijhouden hoeveel mest op jaarbasis aan de grond is onttrokken en - in het verlengde hiervan - of, dan wel in hoeverre, aan de norm van evenwichtsbemesting is voldaan. Provinciale staten hebben op de zitting naar voren gebracht dat een agrariër dit moet bijhouden aan de hand van een boekhouding. Aan welke eisen die boekhouding moet voldoen, hebben provinciale staten niet inzichtelijk gemaakt. Zo is onduidelijk of de hoeveelheid aan de grond onttrokken mest moet worden vastgesteld aan de hand van metingen, berekeningen, een andere methode of een combinatie hiervan. Ook is onduidelijk of die vaststelling bijvoorbeeld op basis van steekproeven kan of dat deze exact moet worden berekend, gemeten of anderszins bepaald.
7.3.2.4. Dit alles betekent dat provinciale staten onvoldoende duidelijk hebben gemaakt dat en op welke wijze de norm van evenwichtsbemesting uitvoerbaar is. Het betoog slaagt in zoverre.
(…)
12. [appellant sub 2] en anderen betogen onder verwijzing naar voormelde uitspraak van 30 juni 2021, en de uitspraak van de Afdeling van 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:428, verder dat het gebruiksovergangsrecht uit artikel 25, lid 25.2, van de planregels ten onrechte slechts twee jaar na het onherroepelijk worden van het inpassingsplan van toepassing is. Volgens [appellant sub 2] en anderen is onzeker of dit een haalbare termijn is, nu er na zes jaar nog geen overeenstemming over compensatie is tussen hen en provinciale staten en bovendien de vraag naar vervangende bedrijven een stuk groter is dan het aanbod.
12.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de voormelde uitspraken van 30 juni 2021 en 1 februari 2023), biedt artikel 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening ruimte om de termijn van het gebruiksovergangsrecht in te perken vanwege verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Afdeling heeft daarbij van belang geacht dat in de nota van toelichting bij artikel 3.2.2 van het Bro (Stb. 2008, 145, blz. 59) is opgenomen dat in deze bepaling tot uitdrukking is gebracht dat de standaardbepaling voor het gebruiksovergangsrecht niet onverkort kan worden toegepast indien uit de Vogel- en de Habitatrichtlijn gebruiksbeperkingen voortvloeien. In de praktijk zullen de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en Faunawet (nu: de Wnb) voor de betekenis van deze beperkingen richtinggevend zijn, zo staat in de nota van toelichting.
(…)
12.4. In beide door [appellant sub 2] en anderen genoemde uitspraken heeft de Afdeling de overgangstermijn van twee jaar na inwerkingtreding van de desbetreffende inpassingsplannen te kort geacht, omdat niet aannemelijk was dat het bestaande gebruik van de gronden binnen die termijn zou zijn ingeperkt. Daarbij heeft de Afdeling betrokken dat geen duidelijkheid bestond over de beschikbaarheid van vervangende gronden of andere passende maatregelen en/of oplossingen. In de uitspraak van 1 februari 2023 heeft de Afdeling verder bij haar oordeel betrokken dat onzeker was van welke gebruiksbeperkingen sprake was, welke gevolgen dat had voor de bedrijfsvoering, of de bedrijfsvoering zo nodig daarop kon worden afgestemd en of die termijn van twee jaar haalbaar was. De Afdeling heeft de vernietiging van de regel over de overgangstermijn in die zaken dus niet alleen gebaseerd op de omstandigheid dat die was gekoppeld aan het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, maar ook op andere omstandigheden.
Naar het oordeel van de Afdeling hebben provinciale staten ook in dit geval niet aannemelijk gemaakt dat het bestaande gebruik van de gronden binnen de in het inpassingsplan gekozen overgangstermijn zal zijn ingeperkt of beëindigd. Uit de door provinciale staten gegeven toelichting blijkt dat zij de termijn van twee jaar na onherroepelijk worden van het plan (ruim) voldoende vinden om het dwingend instrumentarium in te kunnen zetten en zodoende af te dwingen dat strijdig gebruik wordt ingeperkt of beëindigd. Daargelaten dat het nog maar de vraag is of, naar provinciale staten stellen, een onteigeningsprocedure binnen twee jaar volledig kan zijn afgerond, gaan provinciale staten er met dit standpunt aan voorbij dat dit dwingende instrumentarium pas kan worden ingezet nadat tussen provinciale staten en de desbetreffende grondeigenaren gesprekken hebben plaatsgevonden over welke maatregelen precies moeten worden uitgevoerd, door wie die maatregelen (moeten) worden uitgevoerd en wat de maatregelen precies betekenen voor de bedrijfsvoering van de desbetreffende grondeigenaren. Uit de in het verweerschrift gegeven toelichting blijkt dat provinciale staten ervan uitgaan dat deze gesprekken gedurende de beroepsprocedure plaatsvinden. Ten tijde van de vaststelling van het inpassingsplan (en dus ten tijde van de vaststelling van onder meer artikel 25 van de planregels) was evenwel helemaal niet zeker dat er beroep zou worden ingesteld. Dit betekent dat de overgangstermijn ook twee jaar en zes weken, en daarmee slechts zes weken langer dan de eerder door de Afdeling te kort bevonden overgangstermijn van twee jaar na inwerkingtreding, had kunnen duren. Bovendien is vooraf niet duidelijk hoe lang een dergelijke beroepsprocedure zal duren. Verder kan naar het oordeel van de Afdeling niet van de grondeigenaren worden verlangd dat zij, in geval zij in rechte tegen het inpassingsplan opkomen, gedurende die beroepsprocedure al (definitieve) beslissingen nemen over het inperken of beëindigen van het bestaande gebruik van hun gronden en dus voordat in rechte is komen vast te staan dat dat bestaande gebruik daadwerkelijk moet worden ingeperkt of beëindigd. Ten slotte gaan provinciale staten er met hun standpunt aan voorbij dat de grondeigenaren niet altijd in eigen hand hebben of het bestaande gebruik binnen twee jaar na onherroepelijk worden zal zijn ingeperkt of beëindigd. Voor zover het immers gaat om maatregelen die door de provincie zelf moeten worden uitgevoerd, hebben de grondeigenaren geen invloed op de termijn waarbinnen de provincie tot die uitvoering overgaat en dus op de inperking of beëindiging van strijdig bestaand gebruik.
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4394: Awb, Wro; bpl, herstelbesluit, plangrens, verkeerseffecten, aanvaardbare verkeerssituatie, gebruiksregel in begripsbepaling, redelijke termijn, einduitspraak na tussenuitspraak
9. [appellant sub 1] betoogt dat met het besluit van 8 juli 2025 niet voldaan is aan de opdracht van de tussenuitspraak. Hij wijst erop dat het perceel Liguster 202 in Leidschendam ten onrechte buiten het plangebied is gehouden. Hiermee is volgens hem nog steeds geen oplossing geboden voor hinder die omwonenden in de huidige situatie al ondervinden van het verkeer afkomstig van het winkelcentrum.
9.1. De in de tussenuitspraak gegeven opdracht hield in dat de raad alsnog toereikend diende te motiveren waarom ondanks de in overweging 9.2 van de tussenuitspraak omschreven gewijzigde omstandigheden een aanvaardbare verkeerssituatie en -afwikkeling in en om het winkelcentrum op het perceel Liguster 202 in Leidschendam bestaat of kan worden gerealiseerd.
9.2. De Afdeling stelt vast dat het perceel Liguster 202 in Leidschendam buiten de begrenzing van het bestemmingsplan ligt dat bij besluit van 8 juli 2025 is vastgesteld. De Afdeling vat het betoog daarom op als een plangrensbezwaar. De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze ruimte is echter niet zo groot dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De raad heeft toegelicht dat het verkeer van en naar het winkelcentrum heeft geleid tot een forse toename van de verkeersdrukte en parkeeroverlast in omliggende wijken. Vooral op de dagen dat er veel bezoekers naar het winkelcentrum komen leidt dat tot ernstige verstoringen en files op de N14, de Noordsingel en de Heuvelweg. Ook is sprake van ernstige parkeeroverlast in de direct omringende wijken. Omdat de verkeerseffecten van het winkelcentrum zich niet alleen voordoen op het perceel Liguster 202 in Leidschendam maar juist ook in de omgeving daarvan, bestaat een zodanige ruimtelijke samenhang tussen het plangebied en het perceel dat de gehanteerde planbegrenzing naar het oordeel van de Afdeling in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat de raad met de wijziging van de begrenzing van het bestemmingsplan bij besluit van 8 juli 2025 niet aan de opdracht in de tussenuitspraak heeft voldaan.
(…)
11.6. Wat betreft het betoog dat artikel 1.132 van de planregels in strijd is met de SVBP 2012, overweegt de Afdeling als volgt. Uit artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling, in samenhang gelezen met artikel 1.2.6 van het Bro, volgt dat de raad een bestemmingsplan dient vorm te geven, in te richten en beschikbaar te stellen overeenkomstig de SVBP 2012. Uit de SVBP 2012 volgt dat in hoofdstuk 1 van de planregels de begrippen worden verklaard die in de planregels voorkomen en een nadere omschrijving behoeven. In hoofdstuk 2 worden de bestemmingsregels opgenomen, waaronder specifieke gebruiksregels. De Afdeling stelt vast dat met de eerste zin van artikel 1.132 van de planregels een omschrijving is gegeven van het begrip "maatschappelijke voorzieningen". De laatste zin van deze bepaling betreft echter een gebruiksregel, die op grond van de SVBP 2012 in de bestemmingsregels had moeten worden opgenomen. Daarom heeft de raad in strijd met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling, in samenhang gelezen met artikel 1.2.6 van het Bro, zoals uitgewerkt in de SVBP 2012, een gebruiksregel opgenomen in de bedoelde begripsomschrijving. De Afdeling verwijst ter vergelijking naar haar uitspraak van 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3071, onder 3.2.
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4430: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, drie woongebouwen met 22 appartementen en fietsenberging, meer dan één hoofdgebouw, uitleg planregels, begrip "perceel", vertrouwensbeginsel (Rb Noord-Holland 22/4191)
3.1 (…) Het college heeft voor de uitleg van het begrip "perceel" in de planregels aansluiting gezocht bij de rechtspraak van de Afdeling over de uitleg van het begrip "perceel" in Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), waarin de feitelijke actuele situatie waaronder de inrichting en wijze van gebruik van de gronden, van belang wordt geacht (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3971). In de Bijlage van het Bor worden dezelfde definities van "hoofdgebouw" en "bijbehorend bouwwerk" gebruikt als in de planregels. Het college heeft voor de uitleg van het begrip "perceel" in de planregels naar het oordeel van de Afdeling daarom bij die rechtspraak mogen aansluiten. In de omstandigheid dat in artikel 1, onder 38, van de planregels een definitie van "bouwperceel" wordt gegeven, een begrip dat in de relevante planregels niet voorkomt, heeft het college geen aanleiding moeten zien om dat niet te doen. Anders dan waarvan [appellant sub 2A] uitgaat, is de uitleg die het college heeft gegeven aan het begrip "perceel" niet gelijk aan de definitie van "bouwperceel" in de planregels, wat daar verder ook van zij.
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4444: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, overkapping en weigering omgevingsvergunning fietsenberging met kliko-ombouw, monumentale dwarshuisboerderij, advies erfgoedcommissie, compleet tegenovergesteld, voorschrift hoogte haag, exact 2,00 m (Rb Midden-Nederland 22/5270 en 22/5218)
4.1. Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat [appellant A] over het advies heeft aangevoerd.
4.2. De conclusie van het advies van 3 juni 2021 over de positionering van de overkapping is het compleet tegenovergestelde van wat in de eerdere adviezen van 25 februari 2021 en 25 maart 2021 is geconcludeerd. In de eerdere adviezen heeft de erfgoedcommissie negatief geadviseerd over het plaatsen van de overkapping in de oost-westrichting van het perceel. Volgens haar moest de overkapping een kwartslag worden gedraaid, zodat de compacte opzet van het boerenerf kon worden behouden. Hiermee zou volgens haar worden aangesloten bij de historische erfindeling van De Grote Geer. In het advies van 3 juni 2021 heeft de erfgoedcommissie daarentegen geconcludeerd dat de overkapping toch in de oost-westrichting kan worden geplaatst. Zij heeft daarbij niet toegelicht waarom zij tot een andere conclusie is gekomen en heeft niet uitgelegd waarom haar redenering over het behoud van de compacte opzet van het boerenerf niet meer opging. Omdat een onderbouwing voor de conclusie in het advies van 3 juni 2021 ontbreekt, zijn er naar het oordeel van de Afdeling concrete aanknopingspunten voor twijfel over de conclusie in dat advies. Het college heeft op de zitting onvoldoende kunnen verklaren waarom de erfgoedcommissie haar standpunt over de positionering van de overkapping heeft gewijzigd en welke redenering hieraan ten grondslag ligt. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de conclusie van het advies van 3 juni 2021 niet zonder nadere motivering kan worden gevolgd. De rechtbank heeft daarom ten onrechte geoordeeld dat het college mocht afgaan op het advies van de erfgoedcommissie van 3 juni 2021.
(…)
6.2 De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat het aan de omgevingsvergunning een voorschrift mocht verbinden dat de haag achter de overkapping 2,00 m moet zijn. Voorschrijven dat de haag precies 2,00 m moet zijn, zoals de erfgoedcommissie in haar advies van 30 juni 2022 heeft voorgesteld, past namelijk niet bij een levende haag. Zoals [appellant B] heeft aangevoerd, kan in dat geval al een verzoek om handhaving worden gedaan als de haaghoogte 1 cm afwijkt van de hoogte in het voorschrift. Hoewel het college op de zitting heeft toegelicht dat het er geen bezwaar tegen heeft als de hoogte in het voorschrift als een minimumhoogte wordt uitgelegd, blijkt dit naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende uit de tekst van het voorschrift, en is dat bovendien ook in niet in overeenstemming met het advies van de erfgoedcommissie, die juist vond dat de haag zo laag mogelijk moest worden gehouden.
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4431: Awb, Wnb; afwijzing verzoek aanschrijving verhogen waterpeil, beheer essenhakhout en verwijderen braamopslag, aangemerkt als verzoek toepassing 2.4, lid 1, Wnb, goede procesorde, bevoegdheid rechtbank, bevoegdheid college, beheermaatregelen, strekking artikel 2.4, lid 1, Wnb, doeltreffende rechtsbescherming (Rb Midden-Nederland 23/2044)
8.5. De Afdeling is van oordeel dat artikel 2.4, eerste lid, van de Wnb er niet toe strekt om derden aan te schrijven om beheermaatregelen uit te voeren. In de memorie van toelichting bij de Wet Natuurbescherming (Kamerstukken II 2011/12, 33 348, nr. 3, p. 106) is namelijk beschreven dat de aanschrijvingsbevoegdheid is bedoeld voor activiteiten die niet worden gereguleerd via een vergunning: "In die gevallen moet het bevoegd gezag de beschikking hebben over een alternatief instrument om passende maatregelen te treffen als de activiteit tot mogelijke verslechteringen of significante verstoringen kan leiden". De Afdeling leidt hieruit af dat de aanschrijvingsbevoegdheid is bedoeld voor activiteiten waarvoor voor de referentiedatum toestemming is verleend en die sindsdien als één-en-hetzelfde project zijn voortgezet en voor activiteiten die op grond van artikel 2.9, eerste lid, van de Wnb zijn vrijgesteld van de vergunningplicht. Anders dan bij beheermaatregelen en vergunningplichtige activiteiten, heeft het college van gedeputeerde staten voor die activiteiten geen andere instrumenten om de activiteit te reguleren.
8.6. Uit pagina 90-96 van de memorie van toelichting leidt de Afdeling verder af dat het beheerplan in belangrijke mate het karakter heeft van een beleidsplan en uitvoeringsprogramma: het is de weerslag van het op uitvoering gerichte beleid dat het college van gedeputeerde staten wenselijk vindt. Het is aan het college van gedeputeerde staten om een afweging te maken over de noodzaak, evenredigheid en geschiktheid van de beheermaatregelen, in samenhang met de te realiseren natuurdoelstellingen. Om te bewerkstelligen dat de maatregelen ook worden uitgevoerd, heeft het college van gedeputeerde staten een aantal instrumenten tot zijn beschikking. Zo kan het college van gedeputeerde staten gebruik maken van zijn planologische bevoegdheden om de werking van het beheerplan te ondersteunen. Als een ander bestuursorgaan, dat heeft ingestemd met het beheerplan, in gebreke blijft bij een tijdige uitvoering van de beheermaatregelen, dan kan het college van gedeputeerde staten gebruik maken van de instrumenten van interbestuurlijk toezicht. Als beheermaatregelen nodig zijn op de gronden van andere eigenaren, dan geldt dat zij dit moeten gedogen op grond van artikel 2.6 van de Wnb. De wetgever noemt de aanschrijvingsbevoegdheid niet als instrument om de uitvoering van beheermaatregelen te bewerkstelligen.
8.7. Daar komt bij dat op grond van artikel 8.1, tweede lid, van de Wnb tegen het deel van het beheerplan dat een beschrijving bevat van het - op uitvoering gerichte - beleid dat het bevoegd gezag wenselijk vindt geen beroep openstaat bij de bestuursrechter. Uit de systematiek van de Wnb leidt de Afdeling af dat de wetgever met de aanschrijvingsbevoegdheid niet heeft bedoeld alsnog een gang naar de bestuursrechter open te stellen tegen beheermaatregelen.
* ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4448: Awb, Wabo; afwijzing verzoek handhaving, dakopbouw, mandelige muur, overbouw 3 cm, bouwvergunning, handhaving niet evenredig, niety tijdig nemen nieuw besluit op bezwaar (Rb Noord-Holland 23/3554)
8.2. (…) De zijmuur van de dakopbouw is 3 cm verder op het eigendom van [appellant sub 1] gebouwd dan was vergund. Handhavend optreden zal ertoe leiden dat de dakopbouw moet worden verwijderd of dat de zijmuur van de dakopbouw met 3 cm zal moeten worden verplaatst of aangepast, zodat de dakopbouw niet over de mandelige muur uitsteekt. [appellanten sub 2] hebben aannemelijk gemaakt dat hiervoor ingrijpende bouwwerkzaamheden nodig zijn die hoge kosten met zich zullen brengen. Het belang van [appellant sub 1], zoals zij dat op de zitting heeft toegelicht, is erin gelegen dat zij de vrije beschikking wil hebben over haar volledige eigendom, ongeacht wat ze daar in de toekomst mee wil doen. Dat betekent volgens [appellant sub 1] dat de dakopbouw zal moeten worden verwijderd voor zover dat voorbij de erfgrens in het midden van de mandelige scheidingsmuur op haar eigendom is gebouwd. [appellant sub 1] ziet het handhavingsbesluit van het college als een eerste dominosteen om uiteindelijk te bereiken dat niet alleen de oversteek van 3 cm ongedaan wordt gemaakt, maar dat de dakopbouw ook wordt verwijderd voor zover deze met 11,5 cm over het midden van de mandelige muur op haar eigendom is gebouwd.
Aangezien het op grond van de bouwvergunning uit 2005 is toegestaan om de dakopbouw op de volledige breedte van de mandelige muur te bouwen, beperkt de handhavingsbevoegdheid van het college zich tot de 3 cm bebouwing die over de scheidingsmuur steekt. [appellant sub 1] kan in deze bestuursrechtelijke procedure dus niet bereiken wat zij beoogt, namelijk dat de dakopbouw tot de helft van de mandelige muur wordt afgebroken. Zij zal zich voor een oordeel daarover tot de civiele rechter moeten wenden.
Verder heeft [appellant sub 1] ook niet aannemelijk gemaakt dat zij door de oversteek van 3 cm meer schade ondervindt dan wanneer de dakopbouw overeenkomstig de bouwvergunning was gebouwd. De gevolgen van de gestelde inbreuk op het eigendomsrecht zouden zich namelijk ook voordoen als de dakopbouw overeenkomstig de bouwvergunning was gebouwd. Het college heeft verder van betekenis mogen achten dat de dakopbouw al vanaf 2006 aanwezig is en de afwijking van 3 cm met het blote oog nauwelijks waarneembaar is.
* ABRvS 27 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4339: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, kantoorpand en woningen, toename aantal woningen, binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor aantal woningen, uitgaan van mogelijkheden bpl, bezonning, vergelijken met eerdere planologische mogelijkheden, parkeernormen, afwijking bpl, binnenstad (Rb Noord-Holland 23/5461)
6.1. Anders dan [verzoekster] veronderstelt, was het college bevoegd om voor de goothoogte en de bouwdiepte op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, gelezen in verbinding met artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Bor van het bestemmingsplan af te wijken, in combinatie met de binnenplanse afwijkingen voor het toevoegen van woningen en de pandbreedte. Zoals volgt uit rechtspraak van de Afdeling, onder meer de uitspraak van 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:174, onder 6, en de uitspraak van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1170, onder 4.1, is het combineren van een binnenplanse en een buitenplanse afwijking toegestaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat geen sprake is van een toename van het aantal woningen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van bijlage II van het Bor. Artikel 5 van bijlage II van het Bor ziet op het gelijk blijven van het aantal woningen bij de verlening van een omgevingsvergunning met toepassing van de afwijkingsmogelijkheid uit (onder andere) artikel 4 van bijlage II van het Bor. Dit betekent dat die afwijkingsbevoegdheid niet gebruikt mag worden of de toepassing ervan niet als resultaat mag hebben dat het aantal woningen toeneemt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4079, onder 2.2 en de uitspraak van 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1602, onder 7.1) moet ter bepaling of het aantal woningen gelijk blijft aansluiting worden gezocht bij de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.
De voorzieningenrechter is het eens met het oordeel van de rechtbank. Die heeft overwogen dat in het bestemmingsplan in artikel 6.2.6 van de regels is bepaald dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan het aantal dat op de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan al was gerealiseerd. Maar de rechtbank heeft terecht overwogen dat in artikel 6.4, aanhef en onder f, van de planregels een afwijkingsmogelijkheid voor deze bepaling is gegeven. Hiermee is de toename van het aantal woningen op grond van het bestemmingsplan toegestaan met de binnenplanse afwijkingsregeling. Van die binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is in dit geval gebruikgemaakt. Door de toepassing van artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Bor neemt het aantal woningen in dit geval niet toe. Dit betekent dat artikel 5 van bijlage II van het Bor niet in de weg stond aan de toepassing van artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Bor.
¶ Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4664: Awb, Ow; omgevingsvergunning, BOPA, twee geschakelde woningen, ontvankelijkheid, identiteit eisers, procedure via wijziging omgevingsplan, bouwmogelijkheden, beslissen op aanvraag, welstand
7. Eisers stellen allereerst dat het college in het bestreden besluit niet is ingegaan op het in bezwaar aangevoerde standpunt dat in dit geval een wijziging van het omgevingsplan de aangewezen procedure was. Volgens eisers heeft de toepassing van de bopa-procedure voor het aangevraagde bouwplan, waarbij het bouwvlak wordt gedraaid en verplaatst, tot gevolg dat méér vergunningvrij kan worden gebouwd dan bij een wijziging van het omgevingsplan. (…)
8. De rechtbank overweegt dat het college een omgevingsplanactiviteit die in strijd is met het omgevingsplan op twee manieren kan toelaten: door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bopa of door het omgevingsplan te wijzigen.6 Een omgevingsvergunning voor een bopa is projectgebonden en wordt verleend op aanvraag. Omdat vergunninghouder ervoor heeft gekozen een omgevingsvergunning voor een bopa aan te vragen, moest het college naar het oordeel van de rechtbank op die aanvraag beslissen en was het college niet gehouden in plaats daarvan een procedure tot wijziging van het omgevingsplan te volgen. 9. De door eisers gestelde mogelijkheid dat de gekozen procedure na realisering van het bouwplan leidt tot ruimere vergunningvrije bouwmogelijkheden, maakt dit niet anders. Nog daargelaten dat eisers het door hen gestelde verschil in vergunningvrije bouwmogelijkheden met de overgelegde situatietekening niet inzichtelijk hebben gemaakt, vormt dit op zichzelf geen grond die het college aanleiding had moeten geven om de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bopa af te wijzen. (…)
