Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Verruiming van vergunningvrij bouwen onder het Bbl

De beantwoording van de Kamervragen over zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen laat zien dat het kabinet het vergunningvrij bouwen onder het Besluit bouwwerken leefomgeving nadrukkelijk als een instrument ziet om de energietransitie te versnellen. Voor verschillende duurzame voorzieningen geldt al dat zij in veel gevallen zonder omgevingsvergunning kunnen worden geplaatst. Op enkele punten wordt bovendien verkend of dat regime verder kan worden verruimd. Daarmee staat niet alleen de bestaande praktijk centraal, maar ook de vraag waar de grens van vergunningvrij bouwen in de komende periode komt te liggen.

9 June 2026

Landelijke hoofdregel: vergunningvrij, tenzij

De kern van de beantwoording is dat voor zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen in het algemeen geen technische bouwvergunning nodig is. Het Bbl bevat daarvoor de landelijke regels. Alleen als de plaatsing gevolgen heeft voor de draagconstructie van het gebouw, kan alsnog een vergunningplicht ontstaan. Daarnaast gelden voor deze voorzieningen technische en veiligheidseisen, zoals de relevante NEN-normen.

Voor de omgevingsplanactiviteit geldt eveneens dat veel van deze voorzieningen vergunningvrij zijn, maar dan wel onder duidelijke voorwaarden. Zonnepanelen op daken mogen bijvoorbeeld niet onbeperkt uitsteken of de dakrand willekeurig benaderen. Warmtepompen en laadpalen zijn vergunningvrij zolang zij binnen de gestelde maatvoering blijven. De hoofdregel is dus steeds: plaatsing is in beginsel mogelijk zonder vergunning, tenzij een bijzondere omstandigheid dat anders maakt.

Verruiming waar mogelijk

Opvallend is vooral dat het kabinet niet volstaat met het bestaande regime, maar bij warmtepompen expliciet aangeeft te bezien of de ruimtelijke regels voor vergunningvrij plaatsen verder kunnen worden aangepast. Dat wijst op een mogelijke verruiming van het vergunningvrije kader. De vraag is dus niet alleen wat nu al zonder vergunning kan, maar ook waar toekomstige versoepeling mogelijk wordt geacht.

Die ontwikkeling past in een bredere lijn waarin de overheid duurzame voorzieningen zoveel mogelijk wil faciliteren. Bij zonnepanelen is het vergunningvrije regime al relatief ruim. Bij laadpalen geldt iets soortgelijks, ook voor plaatsing in de openbare ruimte of voor bewoners zonder oprit, al blijft daarbij gemeentelijke beleidsruimte bestaan. Warmtepompen vormen voorlopig nog het meest duidelijke voorbeeld van een regime dat mogelijk verder wordt opgerekt.

Lokale afweging blijft bestaan

De verruiming van vergunningvrij bouwen betekent niet dat lokale regels verdwijnen. Gemeenten behouden een belangrijke rol in de ruimtelijke inpassing. Dat is vooral zichtbaar bij laadpalen zonder oprit, waar gemeenten zelf kunnen bepalen of en onder welke voorwaarden plaatsing in de openbare ruimte wordt toegestaan.

Ook voor zonnepanelen en warmtepompen blijft het omgevingsplan van belang. De landelijke regels bieden ruimte, maar de lokale situatie blijft medebepalend. Dat maakt het stelsel gelaagd: landelijke verruiming van vergunningvrij bouwen aan de ene kant, lokale afweging over de inpassing aan de andere kant.

Grenzen van de verruiming

Naast die verruiming blijven ook grensgevallen bestaan. Bij monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en mogelijk ook bij natuurbelangen kan een aanvullende vergunningplicht gelden. Daarmee blijft vergunningvrij bouwen een begrensd begrip. De verruiming ziet vooral op de hoofdregel, niet op uitzonderingssituaties waarin bijzondere waarden bescherming vragen.

De beantwoording laat zien dat vergunningvrij bouwen onder het Bbl niet alleen een bestaand uitgangspunt is, maar ook een richting waarin het beleid verder beweegt. Zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen zijn al in veel gevallen vergunningvrij, en voor sommige onderdelen wordt zelfs gekeken naar verdere verruiming. Daarmee krijgt het vergunningvrije regime een steeds prominentere rol in de uitvoering van de energietransitie.moet wel weten welke regels nog steeds van toepassing zijn. Juist daarin zit de kern van modern omgevingsrecht.

Analyse Omgevingsweb — gebaseerd op jurisprudentie en gemeentelijk beleid:

Vergunningvrij de energietransitie in: wat mag met warmtepompen, airco’s, zonnepanelen en laadpalen?

Huiseigenaren en gemeenten willen vaart maken met de energietransitie. Warmtepompen, airco’s, zonnepanelen en laadpalen duiken overal op in het straatbeeld. Minstens zo snel rijst de vraag: mag dat allemaal zomaar, zonder vergunning? Het juridische antwoord is genuanceerder dan veel bewoners denken. “Vergunningvrij” betekent niet “regelloos” – en rechters en gemeenten trekken die lijn steeds scherper.

Zonnepanelen: in beginsel vergunningsvrij, tot erfgoed in beeld komt

Voor zonnepanelen op woningen geldt al jaren dat ze in veel gevallen zonder omgevingsvergunning kunnen worden geplaatst, mits aan technische en ruimtelijke voorwaarden wordt voldaan. In een recente uitspraak zet de rechtbank Midden‑Nederland dat kernachtig neer: de realisering van zonnepanelen is “in beginsel vergunningsvrij”, maar alleen als de panelen bij een schuin dak dezelfde hellingshoek hebben als het dakvlak, en bij een plat dak op voldoende afstand van de dakrand staan. Concreet: de afstand tot de zijkanten van het dak moet minstens gelijk zijn aan de hoogte van de panelen zelf (1).

In diezelfde zaak speelde ook de vraag of sprake was van monumentale waarde. Onder het destijds geldende regime van het Besluit omgevingsrecht gold namelijk al een belangrijke uitzondering: op rijksmonumenten waren zonnepanelen juist wél vergunningplichtig, tenzij ze werden geplaatst op een onderdeel zonder monumentale waarde (1). Die erfgoedgedachte zien we nog steeds terug: wie in een beschermd stads‑ of dorpsgezicht of op een monumentaal pand wil verduurzamen, botst niet zelden op strengere regels.

Gemeenten vullen die spanning tussen erfgoed en energietransitie op hun eigen manier in. Noordwijk beschrijft in een beleidskader hoe verschillende landelijke regels – van de Erfgoedwet tot de vroegere Wabo en het Bor – de juridische basis vormen voor de vergunningplicht, en wijst er tegelijk op dat in een reeks gevallen wél vergunningvrij kan worden gewerkt. Zolang bijvoorbeeld op schuine daken panelen het dakvlak strak volgen en op platte daken voldoende van de rand af blijven, is een omgevingsvergunning meestal niet nodig (2).

Andere gemeenten leggen de nadruk op esthetiek en inpassing. Beesel bepaalt dat wanneer panelen op een bestaande woning vergunningvrij kunnen worden geplaatst, er ook geen welstandstoets aan te pas komt; pas als een plan vergunningplichtig is, komt er een inhoudelijk beoordelingskader in beeld. Dan mag een vergunning worden verleend als het plan “naar aard, omvang en invloed op de omgeving” vergelijkbaar is met wat in de vergunningsvrije situatie al aanvaardbaar wordt gevonden (3). Noardeast‑Fryslân eist in beschermde stads‑ en dorpsgezichten dat zonnepanelen zoveel mogelijk aan het zicht worden onttrokken, aaneengesloten in een rechthoek liggen en in matte, donkere kleuren worden uitgevoerd, juist om het historische straatbeeld niet te verstoren (4, 5).

Schiedam tenslotte erkent in haar Nota Uiterlijk van Bouwwerken dat zonnepanelen op daken in veel gevallen vergunningvrij zijn, maar trekt een streep bij monumenten en “bijzondere gebieden”. Daar draait alles om de vraag of panelen het aanzicht “onevenredig verstorend” aantasten. Ook andere installaties, zoals warmtepompen en airco’s, vallen onder datzelfde beoordelingskader (6).

Zijn zonnepanelen op de grond vergunningvrij te plaatsen?

Wie in de tuin of op een weiland zonnepanelen wil neerzetten, hoopt vaak dat dit net zo eenvoudig kan als panelen op het dak. Maar waar dakinstallaties in veel gevallen zonder omgevingsvergunning zijn toegestaan, blijkt voor zonnepanelen op de grond meestal een vergunning nodig. Lokale beleidsregels en rechtspraak laten een consistent beeld zien: vergunningsvrij is in Nederland vooral een dakverhaal (13, 15, 16, 18).

Gemeenten maken dat in hun eigen beleid expliciet. In Rijssen‑Holten staat nadrukkelijk dat het gemeentelijke beleid “alleen over de grondgebonden panelen” gaat, omdat panelen op gebouwen dankzij landelijke regels “meestal vergunningvrij” zijn te plaatsen (13). De dakpanelen vallen dus buiten dat beleid; juist grondgebonden opstellingen vragen om een aparte ruimtelijke afweging.

Leusden hanteert een duidelijke voorkeursvolgorde: eerst dakgebonden zonnepanelen op dak of gevel, daarna pas grondgebonden systemen binnen het bouwperceel of bouwvlak (16, 36). Landelijke wet‑ en regelgeving staat volgens diezelfde beleidsregel het vergunningsvrij plaatsen van zonnepanelen op daken onder voorwaarden toe (16). Epe beschrijft een vergelijkbare “zonneladder”: eerst daken en gevels (vergunningsvrij), vervolgens grondgebonden systemen binnen het bestemmingsvlak, en pas als laatste buiten het bestemmingsvlak (18, 27, 37).

Die voorkeur voor dakopstellingen heeft ook harde juridische consequenties. Coevorden verwoordt het scherp: in veel gevallen kunnen zonnepanelen vergunningvrij op het dak worden geplaatst, maar “dat geldt echter niet voor het plaatsen van grondgebonden zonnepanelen”. Daarvoor is in de meeste gevallen een omgevingsvergunning nodig (28). In dezelfde beleidsregel staat dat zonnepanelen op bestaande daken altijd de voorkeur hebben boven grondopstellingen, juist om onnodige belasting van het landschap en het elektriciteitsnet te voorkomen (29).

Andere gemeenten bouwen rond grondgebonden installaties expliciet een vergunningregime op. Raalte heeft beleidsregels vastgesteld voor kleinschalige grondgebonden zonnepanelen bij woningen in het buitengebied. Daaruit blijkt dat het vaak gaat om initiatieven die niet passen binnen het bestemmingsplan, zodat het college gebruik moet maken van de afwijkingsbevoegdheid (destijds artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, Wabo, jo. artikel 4 bijlage II Bor) (17). Tegelijk maakt dezelfde gemeente duidelijk dat grondgebonden panelen die binnen een bouwvlak én binnen een woonbestemming vallen, in de meeste gevallen wél in het bestemmingsplan passen als “bouwwerk, geen gebouw zijnde” ten dienste van de bestemming (31). Maar ook dan zijn ze niet automatisch vergunningvrij: er is nog steeds een omgevingsvergunning nodig, zij het binnen een duidelijker kader.

In datzelfde beleid van Raalte wordt een stappenplan geïntroduceerd dat de voorkeursvolgorde weerspiegelt: eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken, dan binnen het bouwvlak, en pas als daken en gronden binnen het bouwvlak onvoldoende ruimte bieden, komt een locatie buiten het bouwvlak onder voorwaarden in beeld (30). De achterliggende gedachte is telkens dezelfde: eigen energieopwekking mogelijk maken, maar wel met oog voor landschap en belangen van omwonenden (17, 30).

Deze lokale regels sluiten aan op de landelijke lijn. Gemeenten als Epe en Rijssen‑Holten verwijzen expliciet naar de Wabo en het Besluit omgevingsrecht als basis voor de mogelijkheid om zonnepanelen op daken vergunningsvrij te plaatsen (15, 18, 27). De praktijk die daaruit voortvloeit is helder: de “standaard” vergunningsvrijstelling is geschreven voor dakopstellingen, terwijl grondgebonden systemen via omgevingsplannen, bestemmingen en beleidsregels worden beoordeeld en in de regel vergunningplichtig zijn (13, 18, 28, 29, 31).

De rechtspraak rond zonneparken onderstreept dat grotere grondopstellingen nooit onder een generieke vergunningsvrije regeling vallen. De rechtbank Gelderland oordeelde over een zonnepark van 11,4 hectare aan de Hoondermaatsweg in Eibergen dat dit in strijd was met de agrarische bestemming “Agrarisch gebied met landschapswaarden”. Het project kon alleen doorgaan dankzij een omgevingsvergunning die in afwijking van het bestemmingsplan was verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, Wabo (24).

In Zeeland‑West‑Brabant speelde een zaak over 660 zonnepanelen op gronden met de bestemming “Groen – Landschapselement”. Ook daar concludeerde de rechtbank dat het bouwen van de panelen in strijd was met de bestemming, omdat de gronden niet mochten worden bebouwd en de panelen niet strekten tot bescherming van de aanwezige landschapselementen; een vergunning was noodzakelijk (25). Zulke uitspraken maken duidelijk dat grondgebonden zonnevelden altijd planologisch worden beoordeeld.

De hoogste bestuursrechter volgt dezelfde koers. In de zaak “Zonneakker De Watering” stond vast dat de aangevraagde zonneakkers in strijd waren met het bestemmingsplan “Buitengebied”. Het college verleende de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, Wabo, gelezen in verbinding met artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II Bor (32). In een andere uitspraak over een zonnepark in Oost Gelre bevestigde de rechtbank Gelderland dat het park zich niet verdraagt met de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden” en dat een uitgebreide omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, Wabo nodig is (33).

Beleid en rechtspraak grijpen daarbij in elkaar. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bijvoorbeeld het “Beleid grondgebonden zonnepanelen” van Rijssen‑Holten getoetst, waarin staat dat in bepaalde agrarische beekdalen geen zonnepanelen worden toegestaan, tenzij een duidelijke meerwaarde of bijdrage aan een maatschappelijk doel is aangetoond; voor zulke initiatieven geldt dus een verzwaarde motiveringsplicht (34). In Leeuwarden heeft de gemeenteraad in het omgevingsplan juist vastgelegd waar en onder welke voorwaarden zonder omgevingsvergunning zonnecollectoren en zonnepanelen kunnen worden geplaatst; de beroepen in die zaak richtten zich niet tegen díe vergunningvrije mogelijkheden (35). Dit laat zien dat gemeenten binnen het landelijke kader wel degelijk ruimte hebben om – heel gericht – bepaalde opstellingen wél vergunningvrij te maken, maar dat dit maatwerk is en geen generieke vrijstelling voor alle grondpanelen.

Daarmee is de kernvraag beantwoord. Zonnepanelen op daken zijn in Nederland vaak vergunningsvrij te plaatsen, zolang aan de landelijke voorwaarden wordt voldaan (15, 16, 18, 27, 36, 37). Zonnepanelen op de grond – in de tuin, op een erf of in het buitengebied – zijn dat in de regel níet. Voor zulke veldopstellingen is meestal een omgevingsvergunning nodig, zeker als het om grotere of landschappelijk in het oog springende projecten gaat, of als de plannen strijdig zijn met de geldende bestemming (13, 17, 18, 28, 29, 30, 31). Alleen waar een gemeente in het omgevingsplan of in specifieke beleidsregels bewust en onder voorwaarden een vrijstelling heeft gecreëerd, kan een grondopstelling vergunningvrij zijn. De rode draad: vergunningsvrij is de uitzondering, niet de regel, zodra zonnepanelen van het dak naar de grond verhuizen.

Jurisprudentie: geen recht op maximaal rendement, wél op een zorgvuldige afweging

De snelle opmars van zonnepanelen roept onvermijdelijk vragen op over de rechten van buren. Wat als een nieuw bouwplan de panelen van de buurman in de schaduw zet? De hoogste bestuursrechter heeft op dit punt duidelijke lijnen uitgezet. Er bestaat géén wettelijke plicht om eigenaren een optimaal gebruik van hun zonnepanelen te garanderen, zo volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (7). Dat betekent dat iemand niet automatisch zijn gelijk haalt als zijn panelen minder opbrengen door een nabijgelegen bouwproject.

Maar daarmee is de kous niet af. Bestuursorganen – gemeenten voorop – moeten bij het vaststellen van een omgevingsplan of bij afwijking daarvan de belangen van zonnepaneelbezitters wél meewegen. Zij hebben beleidsruimte, maar die moet worden ingevuld met het oog op een “aanvaardbaar woon‑ en leefklimaat”, óók in relatie tot bestaande zonnepanelen (7, 8). In de praktijk betekent dat vaak dat een bezonningsstudie op tafel komt: een technische analyse die de schaduwwerking van een bouwplan op de panelen inzichtelijk maakt (7). Als die studie laat zien dat de opbrengst substantieel daalt, moet het bevoegd gezag motiveren waarom dat nog steeds aanvaardbaar is, bijvoorbeeld omdat de inbreuk beperkt is of omdat zwaarwegende andere belangen de doorslag geven (7).

De bestuursrechter toetst vervolgens of die belangenafweging de toets der kritiek kan doorstaan. Eerst wordt gekeken of het bouwplan inderdaad tot minder zoninstraling leidt; als dat zo is, komt de kernvraag op tafel of dat gevolg, in verhouding tot de opbrengst van de panelen, nog acceptabel is (7). Zo groeit rond zonnepanelen een snel uitdijend geheel van rechtspraak waarin vergunningsvrijheid, burenbelangen en energietransitie met elkaar worden verzoend.

Warmtepompen en airco’s: vaak vergunningvrij, maar geluid speelt hoofdrol

Ook de buitenunits van warmtepompen en airco’s zijn niet meer weg te denken uit Nederlandse tuinen en gevels. Juridisch vallen ze vaak tussen wal en schip: ze lijken op kleine bouwwerken, maar passen niet naadloos in de klassieke categorieën van het bouwrecht. De gemeente Westland zegt het in haar beleidsregels ronduit: binnen de huidige regels voor vergunningsvrij bouwen als “omgevingsplanactiviteit” is het onduidelijk onder welke categorie buitenunits precies vallen. Daarom neemt het college nu tijdelijk beleidsregels aan en kondigt aan dat bij het opstellen van het omgevingsplan specifieke regels voor deze categorie installaties worden opgenomen (9).

Die beleidsregels sturen onder meer op de vormgeving, de bevestiging aan gevels (bij voorkeur zonder ontsierende tuidraden) en het gebruik van onopvallende materialen en kleuren, bijvoorbeeld antraciet of grijs (9). De gedachte: als je buitenunits grotendeels vergunningvrij accepteert, moeten ze zich wel zo veel mogelijk voegen naar de omgeving.

Een tweede, misschien wel belangrijker thema is geluid. De gemeente Vijfheerenlanden wijst er in haar Algemene plaatselijke verordening op dat voor warmtepompen en airco’s landelijke geluidsnormen gelden, opgenomen in het Bouwbesluit. Die normen zijn niet alleen van toepassing als een installatie mét vergunning wordt geplaatst, maar – voor zover na 1 april 2021 geïnstalleerd – óók als hij vergunningsvrij is (10). Met andere woorden: een eigenaar die geen omgevingsvergunning nodig heeft, kan toch tegen een wettelijke geluidsgrens aanlopen.

In de rechtszaal zien we hoe concreet dat wordt. In een zaak bij de rechtbank Midden‑Nederland kreeg een deskundige een batterij vragen over de buitenunit van een warmtepomp: overschrijdt die op maximaal vermogen de geluidsnormen van artikel 3.8 Bouwbesluit, en zo ja, in welke mate? Bij welk vermogen blijven de normen wél onder de grens? En welke extra maatregelen – bijvoorbeeld verplaatsing of afscherming – zijn denkbaar, en tegen welke kosten? (11). De rechter laat daarmee zien dat het niet ophoudt bij de simpele vraag of een vergunning nodig is. Ook een vergunningsvrije installatie kan onrechtmatige hinder opleveren, en dan wordt in detail gekeken welke technische en financiële stappen redelijkerwijs van de eigenaar kunnen worden gevraagd (10, 11).

In beschermde stads‑ en dorpsgezichten leggen gemeenten bovendien extra eisen op. Noardeast‑Fryslân staat het aanbrengen van buitenunits van warmtepompen en airco’s alleen toe als dit “reversibel” gebeurt: de bestaande dakconstructie, gevels en karakteristieke elementen zoals schoorstenen en dakkapellen moeten zo min mogelijk worden aangetast en in principe behouden blijven (5). Ook daar klinkt dezelfde ondertoon als bij zonnepanelen: verduurzaming mag, maar niet ten koste van onherstelbare schade aan erfgoed en straatbeeld (4, 6).

Laadpalen: vergunningvrij waar de gemeente dat expliciet regelt

Bij laadpalen speelt een andere dynamiek. Anders dan zonnepanelen en warmtepompen staan deze installaties vaak in de openbare ruimte, op parkeerplaatsen langs de stoep. De gemeente Amersfoort verwacht de komende jaren een golf aan nieuwe laadpunten en koos er daarom voor om, onder voorwaarden, een deel van die palen vergunningvrij te maken (12).

In een besluit wijst het college van burgemeester en wethouders laadpalen aan als categorie waarvoor het verbod uit de eigen verordening fysieke leefomgeving niet langer geldt, mits aan de gemeentelijke beleidsregels voor laadpalen wordt voldaan en er een standaardovereenkomst is gesloten tussen de gemeente en de exploitant (12). Die overeenkomst, te vinden via de gemeentelijke website, fungeert als contractuele schakel: vervalt zij, dan vervalt ook de vergunningvrije aanwijzing (12).

Maar ook hier zijn grenzen. Amersfoort maakt expliciet uitzondering voor laadpalen die worden geplaatst op parkeerplaatsen waarvoor een verkeersbesluit nodig is, bijvoorbeeld omdat de plek is toegewezen aan een specifieke gebruiker zoals een gehandicaptenparkeerplaats. Zulke palen vallen niet onder de vrijstelling en blijven vergunningplichtig (12). De redenering: waar de inrichting van de openbare ruimte direct raakt aan verkeersveiligheid en kwetsbare doelgroepen, hoort een zwaarder besluitvormingsproces.

Het beeld dat uit deze lokale regels naar voren komt, is dat de vergunningvrijheid van laadpalen geen vanzelfsprekendheid is, maar een instrument dat gemeenten actief inzetten om de uitrol van laadinfrastructuur te versnellen – zolang zij de regie via beleidsregels en standaardcontracten in eigen hand houden (12).

Vergunningvrij is niet regelloos

Wie alle lijnen naast elkaar legt, ziet een duidelijk patroon. Vergunningvrij plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen, airco’s en laadpalen is een belangrijk smeermiddel voor de energietransitie, maar gaat gepaard met een web aan aanvullende regels. Landelijke normen voor geluid, technische inpassing en erfgoedbescherming werken door, óók zonder vergunning (1, 2, 10, 6). Gemeenten scherpen dat kader verder aan met beleidsregels voor beschermde gezichten, kleur en vormgeving, en contractuele afspraken met exploitanten (9, 3, 4, 5, 6).

De rechtspraak vult de gaten op waar de regelgeving abstract blijft. Rechters maken duidelijk dat een buurman geen absoluut recht heeft op optimale zonne‑opbrengst, maar wél op een serieuze belangenafweging en een aanvaardbaar woon‑ en leefklimaat (7, 8). En bewoners die menen dat een vergunningsvrije warmtepomp alles mag, komen bedrogen uit als geluidsnormen worden overschreden en de rechter, met hulp van een deskundige, tot het oordeel komt dat extra maatregelen redelijk en noodzakelijk zijn (10, 11).

De energietransitie voltrekt zich daarmee in een juridisch krachtenveld waarin snelheid, leefkwaliteit en erfgoed voortdurend tegen elkaar worden afgewogen. Vergunningvrij bouwen is in dat veld geen eindpunt, maar het vertrekpunt van een nieuw soort gesprek tussen bewoners, gemeente en rechter.


Bronnen

1ECLI:NL:RBMNE:2023:5687, Rechtbank Midden-Nederland, 27-10-2023

Is het plaatsen van zonnepanelen op de woningen van eisers vergunningsvrij?
Monumentale waarde?

Datum uitspraak: 27-10-2023Type rechtelijke instantie: RechtbankRechtsdomein: Bestuursrecht; Omgevingsrecht

2Zonne-energie in beschermde gebieden en op beschermde gebouwen

dienst voor het Cultureel Erfgoed, de voorkeursvolgorde voor zon-PV uit de Nationale Omgevingsvisie en provinciaal beleid. Vertrekpunt Juridisch planologisch kader Regelgeving voor het plaatsen van zonnepanelen (op gebouwen) komt voort uit verschillende wetten, de Erfgoedwet, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Datum Inwerkingtreding: 25-10-2023Status: ACTIVEPublicerende organisatie: NoordwijkType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

3Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel tot vaststelling van de Beleidsregel Zonnepanelen/-collectoren en buitenunits

Buitenunits die op basis van bovenstaande kaders vergund kunnen worden. Artikel 4. Zonnepanelen/-collectoren op het dak plaatsen van bestaande woning/gebouw, niet zijnde monument of beschermd dorpsgezicht Indien vergunningvrij: geen vergunning nodig om de zonnepanelen/-collectoren te plaatsen. Indien vergunningplichtig gelden de volgende kaders: Een vergunning voor het plaatsen van zonnepanelen en/of zonnecollectoren kan verleend worden als het plan naar het oordeel van het bevoegd gezag naar aard, omvang en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met zonnepanelen en/of zonnecollectoren die vergunningvrij kunnen worden geplaatst. Een aanvraag hoeft niet voorgelegd te worden aan de welstandscommissie, in geval er sprake is van: Een vergunningplichtig plan voor zonnepanelen en/of zonnecollectoren die naar aard, omvang en

Datum Inwerkingtreding: 09-02-2023Status: ACTIVEPublicerende organisatie: BeeselType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

4Beleidsregel zonnepanelen en -collectoren, buitenunits van warmtepompen, airco’s en thuisbatterijen in beschermde stads- en dorpsgezichten 2025

geplaatst, maximaal één rij hoog; de zonnepanelen en -collectoren liggen aaneengesloten in een rechthoek op een lijn; eventueel kunnen zonnepanelen aan de binnenzijde van een erfafscheiding meer verticaal worden geplaatst, waarbij ze niet of niet storend zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte; Kleur en materiaal de zonnepanelen of -collectoren zijn van een egale, matte kleur in zwart, antraciet, donkergrijs of van een overeenkomende kleur met het achterliggende dakvlak, zonder contrasterende randen en rasterpatronen. Voor zonnepanelen en -collectoren de (deels) zichtbaar zijn vanuit openbaar toegankelijk gebied gelden volgende aanvullende regels: er dient een plan voor de inpassing gemaakt te worden, waarbij het doel is de panelen zo veel mogelijk aan het zicht te onttrekken, waardoor ze niet of slechts deels en niet storend zichtbaar zijn.

Datum Inwerkingtreding: 17-12-2025Status: ACTIVEPublicerende organisatie: Noardeast-FryslânType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: beleidsregels zonnepanelen en -collectoren en buitenunits van warmtepompen, airco's en thuisbatterijenVersie: 1

5Beleidsregel zonnepanelen en -collectoren, buitenunits van warmtepompen, airco’s en thuisbatterijen in beschermde stads- en dorpsgezichten 2025

icht is. Artikel 3. Afbakening Deze beleidsregel is van toepassing binnen de gemeente Noardeast-Fryslân voor het aanbrengen van zonnepanelen en -collectoren en buitenunits van warmtepompen, airco’s en thuisbatterijen in een rijksbeschermd stad- of dorpsgezicht (conform de contouren zoals deze in het omgevingsplan zijn aangegeven) en volgens de definities vermeld in artikel 1. Deze beleidsregel geldt niet voor monumenten in de gemeente Noardeast-Fryslân. Hoofdstuk 2 . Reversibiliteit Artikel 4. Reversibel aanbrengen In een beschermd stads- of dorpsgezicht staan burgemeester en wethouders het aanbrengen van zonnepanelen en -collectoren, buitenunits van warmtepompen en airco’s, en thuisbatterijen alleen toe als deze reversibel worden aangebracht.

Datum Inwerkingtreding: 17-12-2025Status: ACTIVEPublicerende organisatie: Noardeast-FryslânType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: beleidsregels zonnepanelen en -collectoren en buitenunits van warmtepompen, airco's en thuisbatterijenVersie: 1

6Nota Uiterlijk van Bouwwerken Schiedam 2025

n) eventueel met witte accenten. Installaties en zonnepanelen Zonnepanelen en installaties zijn toevoegingen aan een dakvlak of gevel en in vele gevallen vergunningvrij. Uitzondering hierop is het plaatsen ervan in, aan, op of bij een monument en in panden in de bijzondere gebieden. De gemeente Schiedam wil, met oog voor erfgoedwaarden, plaatsing van zonnepanelen in de bijzonder gebieden en op monumenten meer mogelijk maken. De toelaatbaarheid van zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht en bij monumenten hangt samen met de vraag of de plaatsing van de zonnepanelen niet onevenredig verstorend is.

Datum Inwerkingtreding: 19-12-2025Status: ACTIVEPublicerende organisatie: SchiedamType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: openbare orde en veiligheidGerelateerde Regelgeving: hoofdstuk 1, 3, 4Versie: 2

7Effecten van bouwplan op bestaande zonnepanelen: wat mag?

Een goed woon- en leefklimaat
Er bestaat geen wettelijke plicht om eigenaren een optimaal gebruik van hun zonnepanelen te garanderen (ABRvS 10 juli 2024 ECLI:NL:RVS:2024:2795).

Publicatiedatum: 14-04-2026Type: nieuwsachtergrond

8Effecten van bouwplan op bestaande zonnepanelen: wat mag?

Een goed woon- en leefklimaat
Er bestaat geen wettelijke plicht om eigenaren een optimaal gebruik van hun zonnepanelen te garanderen (ABRvS 10 juli 2024 ECLI:NL:RVS:2024:2795).

Publicatiedatum: 14-04-2026Type: nieuwsachtergrond

9Beleidsregels buitenunits van warmtepompen en airco’s in Westland

tuidraden) als één geheel vormgeven beperken van aantal tuidraden en bij bevestiging aan gevel geen tuidraden (stabiliteit halen uit de bevestiging aan de gevel) Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn onopvallend en aanvaardbaar in relatie tot de omgeving (dus geen felle, contrasterende kleuren maar bijvoorbeeld antraciet of een ander grijs) Voorstel regels vergunningsvrij plaatsen van buitenunits van airco’s en warmtepompen. Binnen de huidige regels van vergunningsvrij bouwen (omgevingsplanactiviteit) is het onduidelijk onder welke categorie buitenunits van airco’s en warmtepompen vallen.

Datum Inwerkingtreding: 23-05-2025Status: ACTIVEPublicerende organisatie: WestlandType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

10Algemene plaatselijke verordening gemeente Vijfheerenlanden 2025

Van belang hierbij zijn (onder andere) de nieuwe artikelen 3.8 en 3.9 in het Bouwbesluit. Vanaf 1 april 2021 zijn in het Bouwbesluit geluidsnormen opgenomen voor apparaten voor warmte- of koude opwekking (warmtepompen en airco’s) bij particulieren. De geluidsnormen in het Bouwbesluit zijn uitsluitend van toepassing voor warmtepompen en airco’s waarvoor op 1 april 2021 of daarna een omgevingsvergunning is aangevraagd en verleend. Indien sprake is van een warmtepomp of airco die vergunningsvrij is of kan worden geplaatst, zijn de geluidsnormen in het Bouwbesluit van toepassing bij plaatsing op 1 april 2021 of later.

Datum Inwerkingtreding: 01-02-2025Status: ACTIVEPublicerende organisatie: VijfheerenlandenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: openbare orde en veiligheidGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

11ECLI:NL:RBMNE:2024:2643, Rechtbank Midden-Nederland, 24-04-2024

Kunnen er nog extra maatregelen genomen worden om het geluidsniveau dat de warmtepomp veroorzaakt te dempen en te verminderen? Heeft het verplaatsen van de (buitenunit van de) warmtepomp tot gevolg dat het geluidsniveau dat de warmtepomp veroorzaakt op het perceel van de buren vermindert?

Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudigDatum uitspraak: 24-04-2024Type rechtelijke instantie: RechtbankRechtsdomein: Civiel recht; Verbintenissenrecht

12Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent het aanwijzen van laadpalen voor elektrische voertuigen als categorie waarvoor het verbod van artikel 5.1, eerste lid, van de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort niet geldt

Het vergunningvrij maken zorgt ervoor dat het proces om te komen tot het plaatsen van een laadpaal in de openbare ruimte kan worden versneld, en dat administratieve lasten worden verminderd. Een laadpaal die wordt geplaatst op een parkeerplaats waarvoor geen verkeersbesluit hoeft te worden genomen, omdat die parkeerplaats is toegewezen aan een specifieke gebruiker, zoals een gehandicaptenparkeerplaats, wordt niet vrijgesteld van de vergunningplicht.

Datum Inwerkingtreding: 23-01-2021Status: ACTIVEPublicerende organisatie: AmersfoortType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

13Beleid grondgebonden Zonnepanelen gemeente Rijssen-Holten

k Dit beleid gaat alleen over de grondgebonden panelen. De panelen die op gebouwen geplaatst worden vallen hierbuiten, omdat men zonnepanelen op daken vanwege landelijke regels meestal vergunningvrij kan plaatsen. Het aantal zonnepanelen is daarbij niet relevant, het beleid omvat zowel de kleinschaliger initiatieven voor grondgebonden zonnepanelen, zoals panelen in de tuin bij een particulier of een agrariër, als ook de grootschaliger initiatieven. We spreken dan ook van zonnepanelen en niet meer alleen van zonneparken. Voordat we een initiatief voor grondgebonden plaatsing behandelen, moet de initiatiefnemer aantonen dat plaatsing op een van zijn gebouwen niet mogelijk is, dan wel dat de daken al benut zijn.

Datum Inwerkingtreding: 18-01-2019Status: ACTIVEPublicerende organisatie: Rijssen-HoltenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

14Beleidsnota Zonnepanelen in Beemster

een onderzoek gedaan naar grondgebonden zonnepanelen in het agrarisch buitengebied. Het hierna beschreven beleid behelst uitgangspunten met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit en is gebaseerd op het advies ‘Grondgebonden zonnepanelen in het agrarisch buitengebied van de Beemster’ van 23 juni 2014. In deze beleidsnota is geen rekening gehouden met financieel-economische afwegingen (waaronder een rendementstoets) en de technologische ontwikkeling. In de huidige regelgeving is het plaatsen van zonnepanelen op een dak als het aan bepaalde criteria voldoet vergunningsvrij. Ook kan vergunningsplichtige plaatsing van grondgebonden zonnepanelen in het bouwvlak volgens het geldende bestemmingsplan zijn toegestaan. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de bijlage.

Datum Inwerkingtreding: 24-07-2019Status: ACTIVEPublicerende organisatie: BeemsterType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: milieuGerelateerde Regelgeving: Nieuwe regelingVersie: 1

15Beleid grondgebonden Zonnepanelen gemeente Rijssen-Holten

mee dient te houden? Dit hoofdstuk geeft een globale weergave van deze kaders. Het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente wordt beschreven. 2.2 Landelijk beleid Landelijke wet- en regelgeving, met name de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor), maakt dat zonnepanelen op daken onder voorwaarden vergunningvrij te plaatsen zijn.

Datum Inwerkingtreding: 18-01-2019Status: ACTIVEPublicerende organisatie: Rijssen-HoltenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

16Beleidsregel kleinschalige energieopwekking voor eigen gebruik

Het betreft het opwekken van duurzame energie met als doel om te voorzien in de eigen energiebehoefte. 2 Bestaand beleid 2.1 Landelijk beleid Landelijke wet- en regelgeving staat het vergunningsvrij plaatsen van zonnepanelen op daken binnen alle gebiedstypen onder voorwaarden toe.

Datum Inwerkingtreding: 04-10-2024Status: ACTIVEPublicerende organisatie: LeusdenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: volkshuisvesting en woningbouwGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

17Beleidsregels kleinschalige initiatieven grondgebonden zonnepanelen

Dit past niet altijd in het bestemmingsplan. Deze beleidsregels geven aan onder welke voorwaarden grondgebonden zonnepanelen bij woningen in het buitengebied geplaatst kunnen worden. Status van deze beleidsregels Dit zijn beleidsregels zoals bedoeld in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Hiermee geeft het college van B&W aan hoe zij met de bevoegdheid omgaat om op grond van artikel 2.12, eerste lid onder a onder 2° van de Wabo juncto artikel 4 van bijlage II van het Bor af te wijken van het bestemmingsplan [1] , wat betreft kleinschalige initiatieven voor grondgebonden zonnepanelen bij woningen in het buitengebied. Reikwijdte van deze beleidsregels Deze beleidsregels zijn van toepassing op grondgebonden zonnepanelen voor het eigen energieverbruik van woningen in het buitengebied van de gemeente Raalte.

Datum Inwerkingtreding: 16-02-2023Status: ACTIVEPublicerende organisatie: RaalteType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

18Beleidsregel kleinschalige initiatieven grondgebonden zonnestroomsystemen

gevingsrecht (Wabo) en de Wet op de Ruimtelijke ordening (WRO), B E S L U I T E N: Vast te stellen de beleidsregel kleinschalige initiatieven grondgebonden zonnestroomsystemen Beleidsregel 1.1 Voorkeursvolgorde en vergunningprocedure Voor de zonnestroomsystemen voor eigen gebruik wordt een voorkeursvolgorde voor plaatsing gehanteerd. Deze leidt tot de volgende stappen: Dakgebonden; zonnepanelen op het dak of aan de gevel Grondgebonden; zonnepanelen binnen het bestemmingsvlak van de functie wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk Grondgebonden; zonnepanelen buiten het bestemmingsvlak van de functie wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk ad 1. Zonnepanelen op daken en aan gevels genieten de voorkeur ten opzichte van grondgebonden zonnestroomsystemen. Dit is vergunningvrij. ad 2. Daarnaast kunnen grondgebonden zonnestroomsystemen binnen het bestemmingsvlak wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk overwogen worden.

Datum Inwerkingtreding: 05-01-2021Status: ACTIVEPublicerende organisatie: EpeType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: milieuGerelateerde Regelgeving: nieuwe beleidsregels Versie: 1

19Uitvoeringsbeleid (grondgebonden) zonnepanelen bij particuliere woningen

et op de realisatie van particuliere grondgebonden zonnepanelen waarbij de link naar het erf minder duidelijk is, omdat het of op een grotere afstand dan 25 meter van een erf wordt gerealiseerd of omdat het gaat om een collectief vanuit een buurt.

Datum Inwerkingtreding: 27-10-2023Status: ACTIVEPublicerende organisatie: Rijssen-HoltenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: milieuGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

20Uitvoeringsbeleid (grondgebonden) zonnepanelen bij particuliere woningen

an grondgebonden zonnepanelen tussen de bebouwing als aansluitend aan het erf gelden nagenoeg dezelfde regels. Inwoners kunnen middels een reguliere vergunning tot 50 m 2 zonnepanelen in veldopstelling plaatsen met een maximale bouwhoogte van 2,5 meter aansluitend aan het bestaande erf. Voor zonnepanelen in een veldopstelling gelden daarnaast ook de algemene regels voor bouwwerken. Zo mogen er op basis van het beginsel van bebouwingsconcentratie nooit verder dan 25 meter van bestaande bouwwerken, nieuwe bouwwerken (dus ook nieuwe grondgebonden zonnepanelen) gerealiseerd worden.

Datum Inwerkingtreding: 27-10-2023Status: ACTIVEPublicerende organisatie: Rijssen-HoltenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: milieuGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

21Beleid grondgebonden Zonnepanelen gemeente Rijssen-Holten

2.4 Beleid gemeente Rijssen-Holten Structuurvisie Rijssen-Holten De structuurvisie spreekt niet expliciet over duurzame energie of zonne-akkers. Bestemmingsplannen In de bestemmingsplannen legt de gemeente vast hoe gronden en opstallen gebruikt mogen worden, welke bebouwing toegestaan is en welke werken uitgevoerd kunnen worden. In de meeste bestemmingsplannen is het toegestaan om zonnepanelen op het dak van een woning of bedrijfsgebouw te plaatsen. Ook is het mogelijk om op het als zodanig bestemde erf bij een (bedrijfs)woning op de grond zonnepanelen voor eigen gebruik

Datum Inwerkingtreding: 18-01-2019Status: ACTIVEPublicerende organisatie: Rijssen-HoltenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: gemeenteraadOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

22Beleidsregel grondgebonden zonnepanelen gemeente Coevorden

dat ook een goede onderbouwing voor de fysieke leefomgeving aangeleverd dient te worden. Artikel 3 Beoordelingsregels grondgebonden zonnepanelen bij hoofdgebouw Het plaatsen van een grondopstelling bij een hoofdgebouw is toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende regels: Artikel 3.1 Algemeen De omvang van de installatie is niet groter dan noodzakelijk om te voorzien in de energiebehoefte van de initiatiefnemer (eigen gebruik).

Datum Inwerkingtreding: 05-09-2025Status: ACTIVEPublicerende organisatie: CoevordenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

23Beleidsregels kleine zoninitiatieven

Echter, onvoorstelbaar is het niet. Beleidsregel: Bij bestaande, vergunde, schuilhutten is de plaatsing van zonnepanelen op dak vergunningsvrij wanneer aan de daarvoor geldende voorschriften wordt voldaan.

Datum Inwerkingtreding: 09-07-2022Status: ACTIVEPublicerende organisatie: CranendonckType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: milieuGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

24ECLI:NL:RBGEL:2019:1949, Rechtbank Gelderland, 07-05-2019

Overwegingen


De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Verweerder heeft een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een zonnepark aan de Hoondermaatsweg in Eibergen. Het gaat om een plangebied van 11,4 hectare. De omgevingsvergunning is verleend voor een periode van 25 jaar. Het zonnepark is op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied Eibergen” niet toegestaan omdat het in strijd is met de geldende bestemming “Agrarisch gebied met landschapswaarden”. Verweerder is voor de verlening van de omgevingsvergunning afgeweken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Aan het besluit is de “Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Berkelland” ten grondslag gelegd. Eiseres wonen in de directe omgeving van het zonnepark.


Datum uitspraak: 07-05-2019Type rechtelijke instantie: RechtbankRechtsdomein: Bestuursrecht; Omgevingsrecht

25ECLI:NL:RBZWB:2021:4307, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-08-2021


Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Derde partij heeft op 11 juli 2019 verzocht om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van 660 zonnepanelen op het kadastrale perceel [perceelnummer] aan [adres perceel] te [plaatsnaam] voor een periode van 10 jaar.

Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudigDatum uitspraak: 26-08-2021Type rechtelijke instantie: RechtbankRechtsdomein: Bestuursrecht

26Uitzonderingen toch bouwtechnisch vergunningvrij

Een aantal bouwactiviteiten dat onder het vorige regime van het Bor concreet werd benoemd, is onder artikel 2.25 of artikel 2.26 Bbl vergunningvrij. Zonnepanelen, rolluiken, collectoren voor warmteopwekking en afscheidingen tussen balkons en dakterrassen worden niet meer genoemd, maar zijn wel op grond van artikel 2.26 vergunningvrij voor zover niet hoger dan 5 meter.

Publicatiedatum: 17-02-2026Type: naslagRechtsgebied: OmgevingsrechtUitgave: Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) toegelicht

27Beleidsregel kleinschalige initiatieven grondgebonden zonnestroomsystemen

2 Bestaand beleid 2.1 Landelijk beleid Landelijke wet- en regelgeving, met name de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor), staat het vergunningsvrij plaatsen van zonnepanelen op daken binnen alle gebiedstypen onder voorwaarden toe. In de ontwerp-Nationale Omgevingsvisie (NOVI), juni 2019, is een voorkeursvolgorde voor zonnestroomsystemen opgenomen. De afwegingprincipes van de NOVI, de zonneladder, leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen.

Datum Inwerkingtreding: 05-01-2021Status: ACTIVEPublicerende organisatie: EpeType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: milieuGerelateerde Regelgeving: nieuwe beleidsregels Versie: 1

28Beleidsregel grondgebonden zonnepanelen gemeente Coevorden

Hoewel we trots kunnen zijn op deze cijfers, ligt er nog een behoorlijke opgave om de woningvoorraad in de gemeente verder te verduurzamen. 1.2. Relevantie beleidsregel In veel gevallen kunnen zonnepanelen vergunningvrij op het dak worden geplaatst. Dat geldt echter niet voor het plaatsen van grondgebonden zonnepanelen. Hier is in de meeste gevallen een omgevingsvergunning voor nodig. Is sprake van een vergunningplichtig plan én voldoet dit plan niet aan de regels van het omgevingsplan van de gemeente Coevorden (hierna: omgevingsplan)?

Datum Inwerkingtreding: 05-09-2025Status: ACTIVEPublicerende organisatie: CoevordenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

29Beleidsregel grondgebonden zonnepanelen gemeente Coevorden

Zonnepanelen op (bestaande) daken verdienen altijd de voorkeur ten opzichte van grondopstellingen. De zon

Datum Inwerkingtreding: 05-09-2025Status: ACTIVEPublicerende organisatie: CoevordenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

30Beleidsregels kleinschalige initiatieven grondgebonden zonnepanelen

Stappenplan Aan de hand van de volgende stappen wordt bepaald of een omgevingsvergunning voor plaatsing van grondgebonden zonnepanelen verleend kan worden. Waar nodig is cursief een toelichting opgenomen. Kunnen de zonnepanelen redelijkerwijs op een dak geplaatst worden? Zo ja, dan werken we niet mee aan grondgebonden zonnepan

Datum Inwerkingtreding: 16-02-2023Status: ACTIVEPublicerende organisatie: RaalteType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

31Beleidsregels kleinschalige initiatieven grondgebonden zonnepanelen

toepassing op grondgebonden zonnepanelen voor het eigen energieverbruik van woningen in het buitengebied van de gemeente Raalte. De beleidsregels zijn van toepassing op vergunningaanvragen die niet aan het bestemmingsplan voldoen [2] .

Datum Inwerkingtreding: 16-02-2023Status: ACTIVEPublicerende organisatie: RaalteType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoerGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

32ECLI:NL:RVS:2018:1112, Raad van State, 04-04-2018

Deze omgevingsvergunning strekt tot het bouwen van de zonneakkers en het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van de gronden. Het geschil in hoger beroep beperkt zich tot de vraag of het college de gevraagde vergunning heeft kunnen verlenen op de grondslag van artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II van het Bor.

Bijzondere kenmerken: Hoger beroepDatum uitspraak: 04-04-2018Type rechtelijke instantie: Raad van StateRechtsdomein: Bestuursrecht; Omgevingsrecht

33ECLI:NL:RBGEL:2022:1306, Rechtbank Gelderland, 15-03-2022

Niet in geschil is dat het zonnepark in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost Gelre 2011’ en de nadien opgestelde reparatieplannen. Het zonnepark verdraagt zich niet met de daar geldende bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Om de realisatie van het zonnepark toch mogelijk te maken, heeft verweerder toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo. Aan de omgevingsvergunning heeft verweerder de ruimtelijke onderbouwing ‘Omgevingsvergunning zonnepark Hegemansweg Groenlo’ ten grondslag gelegd. De raad van de gemeente Oost Gelre heeft een verklaring van geen bedenkingen verleend.

Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudigDatum uitspraak: 15-03-2022Type rechtelijke instantie: RechtbankRechtsdomein: Bestuursrecht

34ECLI:NL:RVS:2020:958, Raad van State, 01-04-2020

7.1.    Op 15 december 2016 heeft het college het Beleid grondgebonden zonnepanelen vastgesteld. Het doel van dat beleid is om vanuit het perspectief van het college duidelijkheid te geven over de mogelijkheden voor het realiseren van grondgebonden zonnepanelen. Met betrekking tot gebieden die zijn bestemd als "Agrarisch met waarden - 4" (klein- en grootschalige beekdalen) is in het beleid vermeld dat geen zonnepanelen worden toegestaan, tenzij wordt aangetoond dat er een duidelijke meerwaarde of een bijdrage aan een maatschappelijk doel is.

Bijzondere kenmerken: Hoger beroepDatum uitspraak: 01-04-2020Type rechtelijke instantie: Raad van StateRechtsdomein: Bestuursrecht; Omgevingsrecht

35ECLI:NL:RVS:2018:2338, Raad van State, 11-07-2018

Artikel 4 van de planregels bepaalt waar en onder welke voorwaarden zonder omgevingsvergunning zonnecollectoren en zonnepanelen kunnen worden geplaatst.

Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudigDatum uitspraak: 11-07-2018Type rechtelijke instantie: Raad van StateRechtsdomein: Bestuursrecht

36Beleidsregel kleinschalige energieopwekking voor eigen gebruik

Deze volgorde omvat de volgende stappen (afbeelding 1 en 2): Dakgebonden zonnepanelen; op het dak of aan de gevel, Grondgebonden zonnestroomsystemen binnen het bouwperceel voor de functie agrarisch, Grondgebonden zonnestroomsystemen binnen het bouwvlak voor de functie niet-agrarisch. ad 1. Zonnepanelen op daken (vergunningsvrij, BBL artikel 2.29 lid D) en aan gevels (vergunningsplichtig) genieten de voorkeur ten opzichte van alternatieve oplossingen van energieopwekkingsystemen. ad 2. Grondgebonden zonnestroomsystemen kunnen overwogen worden binnen een agrarisch bouwperceel. Deze verdienen de voorkeur wanneer plaatsing van zonnepanelen op het dak of aan de gevel niet mogelijk

Datum Inwerkingtreding: 04-10-2024Status: ACTIVEPublicerende organisatie: LeusdenType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: volkshuisvesting en woningbouwGerelateerde Regelgeving: nieuwe regelingVersie: 1

37Beleidsregel kleinschalige initiatieven grondgebonden zonnestroomsystemen

de zonnestroomsystemen voor eigen gebruik leidt deze voorkeursvolgorde tot de volgende stappen: Dakgebonden; zonnepanelen op het dak of aan de gevel Grondgebonden; zonnepanelen binnen het bestemmingsvlak van de functie Grondgebonden; zonnepanelen buiten het bestemmingsvlak van de functie 1. Zonnepanelen op daken en aan gevels genieten de voorkeur ten opzichte van grondgebonden zonnestroomsystemen. 2. Daarnaast kunnen grondgebonden zonnestroomsystemen binnen het bestemmingsvlak overwogen worden. Deze verdienen de voorkeur wanneer plaatsing van zonnepanelen op het dak redelijkerwijs niet rendabel kan worden toegepast. Twee voorbeelden hiervoor zijn ongeschikte dakrichting en beschaduwing van het dak. Alle grondgebonden zonnestroomsystemen zijn omgevingsvergunningplichtig. Indien plaatsing van grondgebonden panelen benodigd is, kan dit binnen het bestemmingsvlak van de woning (de tuin) worden gerealiseerd zonder aanvullende voorwaarden.

Datum Inwerkingtreding: 05-01-2021Status: ACTIVEPublicerende organisatie: EpeType Regeling: regelingOrganisatietype: GemeenteBekrachtigd Door: college van burgemeester en wethoudersOnderwerp: milieuGerelateerde Regelgeving: nieuwe beleidsregels Versie: 1

38Besluit kwaliteit leefomgeving

Artikel 8.0 (toepassingsbereik en oogmerk) - Besluit kwaliteit leefomgeving
Deze afdeling is van toepassing op omgevingsplanactiviteiten die niet vergunningvrij zijn op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en is opgenomen met het oog op de doelen van de wet.

Datum van inwerkingtreding: 01-01-2024Eerstverantwoordelijke: Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesSoort regeling: AMvBHoofdgebied: Ruimtelijke ordening en milieuSpecifiek gebied: MilieurechtOverheidsdomein: Milieu, ruimte en water

39Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022

Artikel 23 - Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022
Lid 1) De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en:
a. waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen:
b. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven, met een totaal nominaal vermogen;
c. waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan, met een totaal nominaal vermogen;
d. waarbij de zonnepanelen automatisch met de stand van de zon meebewegen door middel van een zonvolgsysteem, met een totaal nominaal vermogen:
Lid 2) Voor de werking van dit artikel wordt onder gebouw tevens verstaan een aan de grond gebonden overkapping voor van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen.

Datum van inwerkingtreding: 01-06-2022Eerstverantwoordelijke: Economische Zaken en KlimaatSoort regeling: ministeriele-regelingHoofdgebied: OndernemingspraktijkOverheidsdomein: Economie en ondernemen

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.