Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Wet versterking regie volkshuisvesting wordt van kracht!

De Wet versterking regie volkshuisvesting (Regiewet) is dinsdag 23 juni door de Eerste Kamer aangenomen (samen met de novelle die de Regiewet wijzigt). De Regiewet wordt 1 juli a.s. van kracht, althans, dat is het streven van de minister. Het Besluit versterking regie volkshuisvesting (Regiebesluit) treedt later in werking. Dat concept bekijkt de Eerste Kamer nog en de Afdeling advisering van de Raad van State gaat nog adviseren.

26 June 2026

Tijdens de behandeling kwamen de bekende thema’s weer terug. Er werd gevraagd of de betaalbaarheidsnorm lokaal of regionaal geldt. De Regiewet bepaalt: regionaal. Het argument vóór dat ook deze minister gebruikt is dat dit gelegenheid tot maatwerk biedt. Het argument tegen is dat de kans groot is dat gemeenten er niet uit komen. De minister hield vast aan de regionale aanpak, maar als regio's na zes maanden geen akkoord bereiken, geldt de norm per gemeente (de motie De Hoop en Grinwis) van maart 16 2026. Als de Regiewet 1 juli in werking treedt, zullen gemeenten er dus 1 januari 2027 uit moeten zijn. De minister zegde toe in Q1 2027 per provincie de stand van zaken te rapporteren.

Overigens vermeldt de website van het ministerie (Wet Versterking regie volkshuisvesting van kracht vanaf 1 juli | Home | Volkshuisvesting Nederland) dat het Rijk en gemeenten uiterlijk 1 juli 2027 hun volkshuisvestingsprogramma af moeten hebben. Provincies hebben dan inderdaad een half jaar langer de tijd. En uiterlijk 1 januari 2028 stellen gemeenten hun huisvestingsverordening vast.

Het interbestuurlijke spanningsveld werd besproken. De provincie gaat coördineren. De provincie en het Rijk kunnen ingrijpen. De minister wees vooral op het kaderstellend effect, dat meer decentrale eenduidigheid zou moeten opleveren. Zij doelde daarmee op de volkshuisvestingsprogramma’s op drie bestuurlijke niveaus. Opvallend is dat gemeenten al voor 1januari 2027 het volkshuisvestingsprogramma klaar moeten hebben. Provincies pas een half jaar later. De kaderstelling werkt dan omgekeerd. De provincie of het Rijk kan ingrijpen. De minister daarover: ‘… als het niet lukt invulling aan een en ander te geven. Dan moeten we het opleggen, omdat we dan het besluit moeten overnemen.’

De vraag kwam langs hoe om te gaan met de minimumnorm van 30% sociaal. Is dat nu bruto of netto? De minister lijkt te onderkennen dat de norm bruto is. In theorie kunnen meer sociale huurwoningen verdwijnen dan worden bijgebouwd, ondanks de norm van 30% per regio voor nieuwe projecten. Zij is echter overtuigd dat er landelijk gezien uiteindelijk een netto toename van sociale huurwoningen zal zijn. Zij geeft aan doorlopend de voortgang van de woningbouwopgave met de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw te monitoren.

Heeft een gemeente al 30% sociale huurwoningen, dan verspringt de opgave naar de middenhuur.

De minister is gevraagd of de verruimde mogelijkheden door het recent aangepaste vrijstellingsbesluit in de Woningwet verwerkt worden, waarover ik eerder schreef. De minister heeft die vraag niet beantwoord. Hoewel hierover geen openbare berichten van de minister te vinden zijn, zou naar verluid een aanpassing van de Woningwet wel worden voorbereid. Hopelijk gaat dat snel, zodat corporaties gemakkelijk geborgd kunnen gaan lenen voor middenhuur en grond tegen lagere grondprijzen van gemeenten kunnen worden afgenomen.

De versnelling van procedures door het overslaan van het beroep bij de rechtbank kwam aan de orde. Op de vraag hoe om te gaan met de beperkte capaciteit bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kwam geen antwoord.

In navolging van het College voor de Rechten van de Mens en wezen meerdere fracties op spanning met het VN-Kinderrechtenverdrag. Eigenlijk gaat dat over het ontwerp van de Regeling versterking regie volkshuisvesting. De minister deed een toezegging dat het belang van het kind altijd voorop staat en dat een kinderrechtentoets op de ontwerpregeling wordt uitgevoerd; de regeling treedt pas in werking na afronding van die toets.

De definitie van dakloosheid is besproken. Er is met die definitie voor gekozen urgentie te koppelen aan daklozen die uit maatschappelijke opvang komen. De minister stelt dat een bredere definitie in de praktijk onuitvoerbaar wordt. Er is een motie ingediend, waarover nog gestemd moet worden.

Belangrijk voor woningcorporaties is dat de minister toegezegde een onafhankelijke adviescommissie in te stellen die onderzoek gaat doen naar de investeringsruimte van corporaties. In dat kader kan de afschaffing van de vennootschapsbelasting aan de orde komen.

Zoals te verwachten was, was het debat niet heel spannend en was er een meerderheid voor het aannemen van het wetsvoorstel.

Met eerdere berichten wees ik op de vele kanttekeningen die bij de wet zijn geplaatst. De evaluatie van de Regiewet over drie jaar en de monitoring van de minister over de effecten voor de woningbouw, zullen van groot belang zijn. De praktijk moet nu aan de slag.

In eerdere berichten schreef ik al dat het meeste effect te verwachten zal zijn van goede en vroegtijdige afstemming, heldere keuzes en duidelijke formulering met en in volkshuisvestingsprogramma’s en prestatieafspraken. Daarvoor hebben gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars de Regiewet niet nodig. De Regiewet geeft wel een goede duw in de rug om meer sociale huur en middenhuur te programmeren. Een vroegtijdige regionale aanpak is daarvoor onontbeerlijk, en hopelijk komt er snel een wijziging van de Woningwet met aansluiting op het aangepast vrijstellingsbesluit voor de middenhuur.

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.
Meer informatie
-->