Het landelijk Rapport Grondwaterkwaliteit Nederland 2024 van Arcadis geeft een objectief beeld van de grondwaterkwaliteit en de daarin gesignaleerde stoffen, op basis van de provinciale meetgegevens uit 2024.
In de meetronde zijn vijf stofgroepen onderzocht: anorganische stoffen, bestrijdingsmiddelen, medische stoffen, overige verontreinigende stoffen en PFAS. De nadruk ligt op het ondiepe grondwater, omdat milieuvreemde stoffen daar doorgaans het eerst worden aangetroffen.
In 96% van de onderzochte ondiepe filters is ten minste één milieuvreemde stof aangetroffen. In meer dan 70% is ten minste één stof gemeten boven de gehanteerde norm, drempelwaarde of signaleringswaarde. Bij diepe filters liggen deze percentages lager: daar zijn in 81% milieuvreemde stoffen aangetroffen en is in 46% sprake van een overschrijding van een gehanteerde toetswaarde.
PFAS zijn in circa 85% van de ondiepe filters aangetroffen. Bij toetsing aan de in het rapport gehanteerde somnorm voor PFAS werd in ongeveer 50% van de ondiepe en 18% van de diepe filters een overschrijding vastgesteld. In 2024 analyseerden alle provincies PFAS met vergelijkbare lage rapportagegrenzen, waardoor een meer uniform landelijk beeld beschikbaar is.
Ook bestrijdingsmiddelen en hun metabolieten komen breed voor. Ze zijn aangetroffen in circa 71% van de ondiepe en 58% van de diepe filters. In respectievelijk 24% en 18% is ten minste één stof boven de gehanteerde norm of toetswaarde aangetroffen. Medische stoffen komen minder vaak voor: in 15% van de ondiepe en 10% van de diepe filters.
De hogere percentages ten opzichte van eerdere meetrondes betekenen niet zonder meer dat de grondwaterkwaliteit is verslechterd. Het stoffenpakket is uitgebreid en rapportagegrenzen zijn verlaagd. Voor uitspraken over een daadwerkelijke ontwikkeling in de tijd is volgens Arcadis een afzonderlijke analyse van langjarige meetgegevens nodig.
De rapportage is bovendien geen formele KRW-beoordeling. De toetswaarden zijn gebruikt om meetresultaten te duiden, potentiële problemen te signaleren en prioriteiten voor monitoring en grondwaterkwaliteitsbeheer te bepalen.
