Naar schatting wonen in de hoofdvariant tussen de 60.000 en 91.000 Nederlanders permanent op een vakantiepark. Ipsos I&O onderzocht in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hoeveel bewoners mogelijk onder de voorgenomen instructieregel voor permanente bewoning vallen en aanspraak zouden kunnen maken op huurtoeslag.
Uit het onderzoek volgt dat ongeveer 84 procent van de permanente bewoners staat ingeschreven op het adres van de recreatiewoning. Door dit aandeel te combineren met bestaande registratiecijfers komt Ipsos I&O in de hoofdvariant tot een schatting van 60.000 tot 91.000 permanente bewoners.
De onderzoekers plaatsen daarbij nadrukkelijk kanttekeningen. De steekproef omvatte vijftien vakantieparken en individuele parken kunnen relatief veel invloed hebben op de uitkomsten. Zo maakte een park deel uit van het onderzoek dat inmiddels ook een woonbestemming heeft en door de gemeente feitelijk niet meer als vakantiepark wordt beschouwd. Wanneer dit park buiten beschouwing blijft, daalt het berekende aandeel bewoners dat op het parkadres staat ingeschreven en loopt de geschatte bandbreedte op tot 60.000 à 127.000 permanente bewoners. De cijfers zijn daarom vooral bedoeld als indicatie van de orde van grootte.
Van de 161 permanente bewoners die aan het onderzoek deelnamen, voldoet naar berekening 78 procent aan de onderzochte voorwaarden van de voorgenomen instructieregel. De bandbreedte ligt tussen 71 en 84 procent. Een belangrijke voorwaarde is dat iemand uiterlijk op 16 mei 2024 op het vakantiepark is gaan wonen.
Slechts 9 procent van de onderzochte permanente bewoners huurt de recreatiewoning. Voor de mogelijke gevolgen voor de huurtoeslag werkt Ipsos I&O daarom met ruime scenario’s. Afhankelijk van de gehanteerde uitgangspunten varieert het aantal mogelijke aanvragen van circa 3.000 tot 28.100. Ook deze aantallen zijn volgens de onderzoekers richtinggevend en niet voorspellend.
