In de publicatie Reflectie op hoofdlijnen op het Nederlandse Ontwerp-Natuurplan voor de implementatie van de Europese Natuurherstelverordening adviseert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), in samenwerking met Wageningen University & Research (WUR), om het definitieve Natuurplan breder, langjariger en uitvoerbaarder vorm te geven. Volgens de onderzoekers zijn onder meer aanvullend beleid, realistische inschattingen van de resterende natuurherstelopgaven en meer aandacht voor systeemherstel nodig om aan de Natuurherstelverordening te kunnen voldoen.
De Natuurherstelverordening bevat hersteldoelen voor onder meer land- en zoetwaterecosystemen, mariene natuur, stedelijk groen, bestuivers, landbouwgebieden en bossen. Het huidige Nederlandse natuurbeleid is volgens het PBL nog sterk gericht op Natura 2000-gebieden en beschermde soorten. Daarmee wordt niet de volledige breedte van de verordening afgedekt. Voor onder meer bestuivers, boerenlandvogels, mariene gebieden, stedelijke ecosystemen en rivieren is aanvullend beleid nodig.
Het PBL waarschuwt ook voor een te sterke focus op de doelen voor 2030. Maatregelen voor systeemherstel en gebiedsprocessen hebben vaak een lange doorlooptijd. Uitstel kan daardoor het behalen van de doelen voor 2040 en 2050 bemoeilijken en langer onzekerheid veroorzaken over ruimtegebruik en maatregelen.
Voor duurzaam natuurherstel moet het definitieve Natuurplan volgens het PBL prioriteit geven aan het structureel verminderen van drukfactoren en het herstellen van natuurlijke processen. Daarbij kunnen maatregelen voor verschillende verplichtingen uit de Natuurherstelverordening in samenhang worden uitgevoerd.
Ook de uitvoerbaarheid vraagt aandacht. Bestaand natuurbeleid loopt op verschillende onderdelen al achter op schema. Het PBL pleit daarom voor structurele financiering, voldoende uitvoeringscapaciteit, duidelijke afspraken tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen en, waar noodzakelijk, de inzet van meer dwingende instrumenten.
