Energiehubs worden steeds nadrukkelijker gezien als een bouwsteen voor een toekomstbestendig energiesysteem. De landelijke routekaart van RVO schetst waar deze lokale samenwerkingsvormen nu staan, welke functies zij kunnen vervullen en welke belemmeringen nog moeten worden weggenomen. Daarbij ligt de nadruk op de rol van energiehubs bij netcongestie, systeemintegratie en gezamenlijke organisatie op lokaal en regionaal niveau.

In de routekaart wordt een energiehub omschreven als een lokale samenwerking tussen meerdere partijen die afspraken maken over energieproductie, transport, opslag, conversie en verbruik. Die samenwerking kan volgens het document bijdragen aan CO2-reductie, efficiënter energiegebruik en betere benutting van schaarse netcapaciteit. Vooral op bedrijventerreinen groeit de belangstelling, mede doordat bedrijven in steeds meer regio’s tegen grenzen van het elektriciteitsnet aanlopen.
De routekaart laat zien dat energiehubs zich vaak stapsgewijs ontwikkelen. Een eerste stap kan bestaan uit onderlinge afspraken over verbruikspieken. Daarna volgen afspraken met derden, zoals netbeheerders en energiedienstverleners, en uiteindelijk een verdere professionalisering met een eigen organisatievorm, contracten en mogelijk gezamenlijke investeringen in opwek of opslag.
Tegelijk maakt de nulmeting duidelijk dat energiehubs nog in een experimentele fase verkeren. De organisatorische capaciteit is vaak kwetsbaar, terwijl juist structurele regie, kennis en begeleiding nodig zijn om hubs van de grond te krijgen. Ook ontbreekt op onderdelen nog een passend juridisch en financieel kader.
Zo is een groeps-transportovereenkomst nog niet beschikbaar en roept collectieve contractvorming vragen op over aansprakelijkheid, risicoverdeling en de verhouding tot bestaande netrechten. Daarnaast noemt de routekaart belemmeringen rond nettarieven, energiebelasting, opslag en energiedelen. Voor een bredere uitrol is volgens het document ook meer standaardisatie nodig in data-uitwisseling, ontwerpinstrumenten en modelovereenkomsten.
Voor de periode 2024-2030 stelt het Rijk € 166 miljoen beschikbaar voor het Stimuleringsprogramma Energiehubs. Dat programma moet lokale hubs ondersteunen, regionale regie versterken en nationaal zorgen voor kennisontwikkeling en meer samenhang. Daarmee verschuift de aandacht van losse pilots naar opschaling, inbedding in provinciale energievisies en koppeling aan de fysieke leefomgeving.
Zie volledige routekaart: Routekaart Samenwerken in energiehubs: de nulmeting
