Uit het Living Planet Report Nederland – Kansen voor zoetwaternatuur van het Wereld Natuur Fonds en SoortenNL blijkt dat de Nederlandse zoetwaternatuur sinds 1990 duidelijk is vooruitgegaan, maar dat het herstel de afgelopen vijftien jaar grotendeels is gestagneerd. Vooral zoetwatervissen, libellen en andere soorten die sterk aan één watertype zijn gebonden, staan opnieuw onder druk.
De Living Planet Index voor zoet water steeg sinds 1990 met bijna 60 procent. Die ontwikkeling volgde op verbeteringen van de waterkwaliteit, natuurontwikkeling langs rivieren en beken, moerasherstel en de aanleg van natuurvriendelijke oevers en vispassages.
Achter het gemiddelde gaat echter een minder gunstig beeld schuil. De populaties van kenmerkende soorten van beken en rivieren namen aanvankelijk toe, maar dalen sinds ongeveer 2015. Bij vennen en hoogvenen zette de achteruitgang al rond 2010 in. Ook zoetwatervissen en libellen laten na eerder herstel opnieuw een dalende trend zien. Alleen broedvogels van moerassen nemen gemiddeld nog toe.
Aanhoudende belasting met stikstof, fosfor en andere verontreinigende stoffen beperkt verder herstel. Daar komen klimaatverandering, verdroging, onnatuurlijk peilbeheer en invasieve exoten bij. Ook inrichting en beheer van wateren blijven knelpunten. Daardoor leveren afzonderlijke herstelmaatregelen steeds minder op.
Het rapport pleit daarom voor systeemherstel: schoon en voldoende water, meer ruimte en natuurlijke dynamiek, herstel van veen en moeras, betere monitoring en een grotere rol voor ecologie bij ruimtelijke besluiten. Die aanpak raakt direct aan de Kaderrichtlijn Water en de Europese Natuurherstelverordening, die beide herstelverplichtingen voor watersystemen en natuur bevatten.
