Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ABRvS zet jurisprudentie voort over wanneer een particulier initiatief moet worden meegenomen bij een wijziging van het omgevingsplan

ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5139. De raad heeft het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk" als wijziging van het omgevingsplan vastgesteld. Het wijzigingsbesluit maakt 15 grondgebonden woningen mogelijk.

2 September 2026

Samenvattingen

[appellant] betoogt dat de raad ten onrechte woningbouw aan de Kerkstraat toestaat, zonder hem de mogelijkheid te geven om op het achterste deel van zijn perceel 2 woningen te bouwen. Volgens [appellant] zijn de locatie waar het wijzigingsbesluit op ziet en zijn perceel ruimtelijk vergelijkbaar en had de raad daarom in het wijzigingsbesluit moeten voorzien in vergelijkbare ontwikkelingsmogelijkheden voor zijn perceel.

De Afdeling stelt vast dat [appellant] zijn wens om op het achterste deel van zijn perceel twee woningen te bouwen pas tijdens deze beroepsprocedure aan de raad kenbaar heeft gemaakt. Hij heeft deze wens niet voorafgaand aan het nemen van het wijzigingsbesluit kenbaar gemaakt, in een zienswijze over het ontwerpbesluit of op andere wijze. De Afdeling heeft er begrip voor dat [appellant] vanwege zwaarwegende persoonlijke omstandigheden niet in staat was om dat te doen, maar dit betekent wel dat de raad bij het nemen van het wijzigingsbesluit niet bekend was met die wens en dat ook niet hoefde te zijn. Alleen al hierom kunnen de betogen van [appellant], die er allemaal op neerkomen dat bij het nemen van het wijzigingsbesluit ten onrechte geen rekening is gehouden met zijn wens om op het achterste deel van zijn perceel twee woningen te bouwen, niet slagen.

Y. Schönfeld:
De ABRvS zet hiermee dus bij omgevingsplanwijzigingen de vaste lijn uit de jurisprudentie voort dat particuliere initiatieven door de raad moeten worden beoordeeld als zij uiterlijk bij de zienswijze bekend zijn gemaakt. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:81: De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. Appellant heeft een zienswijze ingediend waarin het verzoek is gedaan om aan de voormalige bedrijfsbebouwing een bouwvlak toe te kennen, zodat ter plaatse een zelfstandige woning is toegestaan. Het indienen van een verzoek in een zienswijze is een passende en gebruikelijke manier om een ruimtelijk initiatief kenbaar te maken.

Artikel delen