De Rechtbank Oost-Brabant oordeelt in zijn uitspraak van 11 september 2026 (ECLI:NL:RBOBR:2026:6571) dat art. 8.99, derde lid, Besluit kwaliteit leefomgeving (“Bkl”) weliswaar geen concrete termijn voor de actualisatie van vergunningvoorschriften bevat, maar dat dit het bevoegd gezag er niet van ontslaat om de voorschriften van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit zo snel als redelijkerwijs mogelijk is te wijzigen als uit het actualisatieonderzoek blijkt dat dit noodzakelijk is.

Aanleiding voor dit oordeel was de afwijzende beslissing van het college op het verzoek om tot actualisatie van de Hinderwetvergunningen en milieuvergunning een motorsportcircuit over te gaan. In beroep ligt de vraag voor het college daartoe gehouden is of dat het college op basis van beleidsruimte hierin een afweging kan maken. Uit de wetsgeschiedenis van art. 5.38, eerste lid, en art. 5.39 Omgevingswet (Ow) leidt de rechtbank af dat op het college de verplichting tot actualisering van de voorschriften van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit rust. Op grond van art. 8.99, eerste lid, Bkl dient het bevoegd gezag daartoe over te gaan als de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu daartoe aanleiding geven. Art. 8.99 Bkl biedt volgens de rechtbank geen ruimte om de voorschriften van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit om andere redenen niet te actualiseren of de actualisatie uit te stellen vanwege bijvoorbeeld een nieuw bestemmingsplan of vanwege efficiency. De actualisatieplicht houdt bovendien in dat het bevoegd gezag geen ruimte heeft om de actualisatie uit te stellen als de voorschriften van de omgevingsvergunning niet toereikend zijn. Nu vaststaat dat de vergunningvoorschriften niet meer toereikend zijn, kan het college de actualisatie naar het oordeel van de rechtbank niet uitstellen. De rechtbank concludeert dat het college het verzoek om actualisatie daarom ten onrechte heeft afgewezen.
