Dit werd bevestigd in ECLI:NL:RBGEL:2026:3432 d.d. 1 mei 2026. Wat was hier aan de hand en wat kunnen we hiervan leren?

De voorrangsregel
In deze zaak botsten de regels van de bruidsschat met een oud facetbestemmingsplan voor archeologie. De rechter herhaalt de hoofdregel uit artikel 22.1, eerste lid van het omgevingsplan: bij strijdigheid gaat het facetbestemmingsplan in de meeste gevallen gewoon voor. De strenge archeologische bescherming blijft dus fier overeind.
0 m² is ook een oppervlakte
Waar de bruidsschat (art. 22.22) uitgaat van een vrijstelling onder de 100 m², bepaalde het facetbestemmingsplan dat voor elke bodemingreep (hoe klein ook) een vergunning nodig is. De rechter oordeelt scherp: dit is simpelweg een afwijkende oppervlakte van 0 m². Dus: direct vergunningplichtig!
Bouwen ǂ Grondwerkzaamheden
Dit is de belangrijkste juridische nuance. Zelfs áls een bijbehorend bouwwerk (zoals een serre) op grond van artikel 22.27 vergunningvrij gebouwd mag worden, betekent dit niet dat de benodigde grondwerkzaamheden daarmee ook vergunningvrij zijn. Uit de toelichting bij de bruidsschat (art. 22.28 lid 4) blijkt helder de bedoeling van de wetgever: een vrijstelling voor het bouwen laat een bestaande vergunningplicht voor grondwerkzaamheden (wegens archeologie) onverlet.
Het domino-effect naar artikel 22.36
Omdat artikel 22.27 niet van toepassing is op de grondwerkzaamheden, valt de bodemingreep logischerwijs ook niet onder de vrijstelling van artikel 22.36. Vrijstelling mislukt, vergunningplicht is een feit!
Wat betekent dit voor jouw praktijk?
Check bij bouwplannen niet alleen of het bouwwerk zélf vergunningvrij is op grond van de bruidsschat, maar doe áltijd de dubbelcheck op de ondergrond. Bouwen mag dan soms vergunningvrij lijken, de schop mag niet zomaar de grond in!