In deze uitspraak geeft de Afdeling inzicht in de toetsing van de uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan op grond van de Wabo. Dit is dezelfde toets als die bij de omgevingsvergunning voor een bopa moet worden uitgevoerd. Om die reden is deze uitspraak samengevat; zie AbRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5680.

Beoordeeld wordt een legaliserende omgevingsvergunning voor twee paddocks, een buitenrijbaan, hekwerken en lichtmasten in Kootwijk. Het perceel grenst aan het Natura 2000-gebied de Veluwe. In dit geval stelt de initiatiefnemer dat een aanvraag is ingediend bij GS voor een Wnb vergunning. Los daarvan mag het college geen omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan indien het college op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het gebiedsbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg staat.
In de stikstofberekeningen is uitgegaan van een invulling van de bedrijfsactiviteiten waardoor de vervoersbewegingen en daarmee de stikstofdepositie niet toenemen. Dat er ook andere bedrijfsmatige invullingen mogelijk zijn die juist tot een toename van de activiteiten (en stikstofdepositie) leiden, leidt niet tot een ander oordeel. In het kader van de uitvoerbaarheidstoets is in dit geval voldoende dat de extra voorzieningen die op grond van de omgevingsvergunning worden toegestaan niet noodzakelijkerwijs leiden tot extra activiteiten met gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Veluwe. De Afdeling komt daarom niet toe aan de gedetailleerde kritiek van de Stichting over het aantal vervoersbewegingen dat in het de stikstofberekening als uitgangspunt is genomen. De Afdeling is daarom van mening dat de Wnb niet aan de uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning in de weg staat.