Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Bevestiging dat rechtbank onder Omgevingswet in eerste instantie bevoegd is inzake geschillen met betrekking tot bodemverontreiniging en niet meer de ABRvS als eerste en enige instantie

Rechtbank Den Haag 1 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23102. Onder de Wet bodembescherming (Wbb) die tot 1 januari 2024 gold (tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet) was de ABRvS in eerste enige instantie bevoegd om geschillen over bodemverontreiniging te beoordelen.

1 September 2026

Samenvattingen

Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet, de Invoeringswet Omgevingswet en de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wbb vervallen.

Op grond van het overgangsrecht in artikel 11:3 Awb is de rechtbank vanaf 1 januari 2024 bevoegd in na dit tijdstip aanhangig gemaakte geschillen met betrekking tot bodemverontreiniging.

De reden daarvoor is dat de Wbb per 1 januari 2024 is geschrapt uit artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, waarin de besluiten zijn opgenomen waartegen, in afwijking van de hoofdregel van de Awb van beroep in twee instanties, beroep in eerste en enige aanleg openstaat bij de Afdeling.

Nu het handhavingsverzoek op 13 februari 2026 is ingediend en het bestreden besluit op 29 april 2026 is genomen, is de rechtbank – en niet de Afdeling – bevoegd in dit geschil.

Artikel delen