ABRvS 23 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5677. Appellant betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het besluit tot handhavend optreden onevenredig is ten opzichte van de daarmee te dienen doelen. Zo had er bij de afweging van de betrokken belangen een zwaarder gewicht toegekend moeten worden aan de omstandigheid dat de balkons van belang zijn voor de behandeling van de gezondheidsproblematiek van zijn echtgenote. De rechtbank heeft ten onrechte de medische verklaring van Mental Health Center Beeklaan van 2 februari 2024 niet meegenomen in haar overweging.

Volgens de Afdeling heeft de rechtbank niet onderkend dat het college de belangen van appellant onvoldoende heeft afgewogen ten opzichte van de daarmee te dienen doelen. Appellant heeft in zijn bezwaarschrift kenbaar gemaakt dat het afbreken van de balkons directe gevolgen heeft voor de gezondheidssituatie, en daarmee de terugval, van zijn echtgenote. Appellant heeft de noodzaak van de balkons voor zijn echtgenote onderbouwd door middel van een medische verklaring. Hierin staat: "Dreiging van het verwijderen van de overkapping/balkons en aantasting van haar leefomgeving zeer recent, onder dwang van de Gemeente heeft ernstige gevolgen voor de mentale gezondheid van patiënte, met een weerslag op haar fysieke gezondheid". Ook staat er over eerdere verwijdering van een deel van de buitenruimtes: "Patiënte heeft als gevolg hiervan ernstige vormen van decompensatie". Daarom speelt de instandhouding van de balkons, met name die op de hogere verdieping, volgens de medische verklaring een belangrijke rol in het voorkomen van psychische decompensaties en het dragelijk maken van het leven van de echtgenote van appellant.
Gezien de zwaarte van het belang, zoals beschreven in het psychiatrisch rapport, had het college volgens de Afdeling deze persoonlijke omstandigheden van de echtgenote van appellant bij zijn belangenafweging moeten betrekken. Nu het college hier geen aanleiding toe heeft gezien, heeft hij bij het besluit onvoldoende alle betrokken belangen afgewogen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank dit gebrek niet onderkend.
De Afdeling draagt het college op grond van art. 8:51d Awb op om binnen 12 weken na verzending van deze uitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Het college moet alsnog het belang van de echtgenote van appellant gemotiveerd meewegen bij de vraag of handhavend optreden in dit geval niet onevenredig is, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit nemen. Daarbij dient het college ook de medische verklaring in acht te nemen.