Uit de Afdelingsuitspraak van 12 augustus 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4746) volgt dat de rechtbank het door de advocaat van appellant buiten de beroepstermijn ingestelde rechtsmiddel terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, nu sprake was van een bestendige e-mailpraktijk, de verzending van het bestreden besluit met gebruik van Zivver daarmee in overeenstemming was en appellante geen gegronde redenen voor het verschoonbaar achten van de termijnoverschrijding heeft aangevoerd. Bij de verzending van een bericht met gebruik van Zivver, gaat een notificatiebericht, waarin is vermeld dat het bericht klaarstaat in de Zivver-omgeving, automatisch per e-mail uit naar de ontvanger.

In het geschil over de aldus digitaal bekendgemaakte beslissing op bezwaar over de tijdelijke exploitatie- en Alcoholwetvergunning betoogt appellante, uitbater van de betrokken horecagelegenheid, dat haar toenmalige advocaat nooit een notificatiebericht per e-mail heeft ontvangen en daarom niet binnen de beroepstermijn de geldigheidsduur van het besluit bij de rechtbank ter discussie heeft kunnen stellen. Omdat de beveiligde verzending met gebruik van Zivver volgens appellante niet foutloos is, het besluit niet (ook) per post of reguliere e-mail aan de advocaat is verzonden en verzending van het besluit plaatsvond in een vakantieperiode, heeft de burgemeester het besluit volgens appellante niet behoorlijk bekendgemaakt en is de termijnoverschrijding verschoonbaar. De Afdeling wijst er allereerst op dat de nieuwe bepalingen van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Webv) die per 1 januari 2026 in werking zijn getreden en waarop appellante een beroep doet niet (met terugwerkende kracht) golden ten tijde van de verzending van het bestreden; dat dateert immers van ruim voor deze datum. Ten aanzien van de bekendmaking overweegt de Afdeling dat uit art. 2:14, eerste lid, Awb (oud) volgt dat een bestuursorgaan een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht, elektronisch kan verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. Een bestendige e-mailpraktijk tussen het bestuursorgaan en de geadresseerde maakt dat ervan mag worden uitgegaan dat iemand langs die elektronische weg bereikbaar is (vgl. de Afdelingsuitspraken van 11 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2744 en 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2886). De Afdeling stelt vast dat tijdens de bezwaarprocedure meerdere keren per e-mail contact is geweest tussen de advocaat van appellante en de burgemeester over het ingediende bezwaar en een mogelijke schikking. Ook heeft de advocaat kenbaar gemaakt over een Zivver-account te beschikken waarvan hij in de betrokken periode ook daadwerkelijk regelmatig gebruik heeft gemaakt. Verder heeft de burgemeester met een afschrift aangetoond dat het besluit via Zivver is verzonden aan de advocaat én staat vast dat de advocaat het bericht heeft ontvangen in de inbox van zijn Zivver-account. Gelet op het voorgaande mocht de burgemeester er volgens de Afdeling vanuit gaan dat het besluit via Zivver op de gebruikelijke wijze is aangeboden met een notificatiebericht per e-mail. Die verzending wijkt ook niet af van de bestendige e-mailpraktijk met het individuele e-mailadres van de advocaat, zodat de burgemeester zijn beslissing op bezwaar op de juiste wijze bekend heeft gemaakt. Voor wat betref de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar is, oordeelt de Afdeling dat appellante er niet in is geslaagd om het vermoeden dat het met gebruik van Zivver verzonden besluit op regelmatige wijze is aangeboden en genotificeerd te ontzenuwen. De omstandigheid dat het besluit is verzonden in een vakantieperiode vormt volgens de Afdeling geen bijzondere omstandigheid waarmee de burgemeester rekening had moeten houden. Omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, is het beroep van appellante niet-ontvankelijk.