Een kandidaat voor vermelding in een eventueel volgend deel v.d. Vakantielectuur-serie is de uitspraak Rechtbank Den Haag 16 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:25872

Tijdens controles zijn de volgende overtredingen geconstateerd:
1) vissportcentrumactiviteiten en meerdere illegale aanlegplekken op perceeldelen waar dit niet toegestaan is;
2) illegale overnachting op het perceel.
Verzoekers betwisten dat er vissers op het perceel slapen. Volgens verzoekers stellen zij geen middelen ter beschikking om te overnachten en nemen de vissers zelf tenten mee om te schuilen tijdens het nachtvissen. Deze tenten kunnen een behoorlijke omvang hebben omdat de vissers veel spullen zoals hengels, vistuig, (leef)netten en stoelen bij zich hebben. Bovendien stellen verzoekers dat (nacht)vissen moet worden aangemerkt als extensief recreatief medegebruik en niet als recreatief nachtverblijf.
Het college stelt zich op het standpunt dat wel degelijk wordt overnacht. Het college wijst er daarbij op dat verzoekers arrangementen aanbieden voor een midweek, een weekend of een week en dat hierbij tenten worden aangeboden aan de gebruikers van de arrangementen.
O.g.v. het bestemmingsplan rust de bestemming “Natuur” op deze gronden. Deze gronden zijn (mede) bedoeld voor (ondergeschikt) extensief recreatief medegebruik. Hieronder vallen op grond van art. 1.35 van de planregels vormen van dagrecreatief medegebruik van gronden met een extensief karakter, zoals wandelen, fietsen, paardrijden en sportvissen. Op grond van art. 1.32 van de planregels is dagrecreatie een vorm van recreatie waarbij geen recreatief nachtverblijf is toegestaan.
De vzr. is van oordeel dat het op gronden met de bestemming “Natuur” niet is toegestaan om te slapen, ook niet overdag. De vzr. acht het hoogst onwaarschijnlijk dat vissers die een visstek voor een midweek, weekend, of een week huren, niet ook slapen in de aanwezige tenten. Onduidelijk is ook gebleven waar de vissers dan wel zouden verblijven tijdens hun slaapperiode.
De vzr. acht daarbij van belang dat is geconstateerd dat in meerdere tenten bedden stonden. De stelling van verzoekers dat vissers vanaf hun bed vissen valt niet te begrijpen, te meer niet nu de tenten niet met de opening naar het water zijn gericht. Dat verzoekers betogen dat nachtvissen het primaire doel van de vissers is, maakt het voorgaande niet anders.
Wanneer iemand meerdere achtereenvolgende nachten vist, moet hij immers ook ergens slapen. In het licht van het voorgaande is naar het voorlopig oordeel van de vzr. geen sprake van extensief recreatief medegebruik, zodat sprake is van een overtreding.