Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

BOPA: een muur van 40 meter op de erfgrens (participatie, doorvertaling in plan, rood voor rood regeling en motivering afwijking)

Een initiatiefnemer krijgt een omgevingsvergunning (BOPA) om via de Rood voor Rood-regeling een compensatiewoning met bijgebouwen te realiseren. De buren (eisers) tekenen met succes bezwaar en beroep aan. Hun grootste pijnpunt? Door de specifieke positionering van twee bijgebouwen en een geschakelde muur ontstaat er een massieve wand van zo'n 40 meter lang, pal op of net naast hun erfgrens. De uitspraak van de Rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2026:4533) d.d. 24 juli 2026 bevestigt vier leerzame punten voor de ruimtelijke praktijk:

1 August 2026

Samenvattingen

Doorvertaling naar het Omgevingsplan
De buren voeren aan dat de gemeente niet heeft vastgelegd hoe de vergunning in de toekomst wordt doorvertaald naar het Omgevingsplan. De rechtbank maakt hier korte metten mee: artikel 4.17 van de Omgevingswet (Ow) bepaalt dat het plan pas uiterlijk vijf jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning hiermee in overeenstemming hoeft te worden gebracht. Er is geen wettelijke plicht om deze doorvertaling al bij de vergunningverlening inzichtelijk te maken.

Participatie als motiveringsvalkuil
De participatie (art. 7.4 Omgevingsregeling) schoot volgens de buren tekort. Het verslag bevatte onjuistheden: daarin stond dat zij akkoord waren met de muur, terwijl zij juist fel tegen waren. De rechtbank herhaalt de hoofdregel: participatie is een aanvraagvereiste, geen beoordelingsregel. Het college trapte echter in een valkuil door dit (betwiste) verslag in te zetten als inhoudelijke motivering om af te wijken van de reguliere bouwregels. Het negeren van de bezwaren levert direct een fataal motiveringsgebrek op.

De ontbrekende belangenafweging
Ondanks de flexibiliteit van de Omgevingswet, blijven de klassieke bestuursrechtelijke waarborgen overeind. De rechtbank geeft de buren gelijk: nergens in het besluit is kenbaar gemaakt wat de gevolgen van het plan zijn voor het woon- en leefklimaat van de buren, laat staan dat deze belangen zijn afgewogen tegen het doel van de vergunning. Dit is in strijd met het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel (art. 3:2 en 3:4 Awb).

Rammelende onderbouwing van het beleid
Het college motiveerde afwijkingen niet. Een vergroting van de maximale woninginhoud met 10% werd toegekend op basis van het gelijkheidsbeginsel, maar zónder referentiegevallen te noemen. Daarnaast werden er extra meters aan bijgebouwen vergund zonder uit te leggen hoe dit zich verhield tot vergunningvrije mogelijkheden. Tot slot ontbrak in het dossier het essentiële 'sloopbewijs' (plus achterliggende afspraken), waardoor de rechter de juiste toepassing van de Rood voor Rood-regeling onmogelijk kon toetsen.

De Omgevingswet biedt afwegingsruimte, maar dat ontslaat het bevoegd gezag allerminst van een kenbare motivering en belangenafweging.

Artikel delen