Hoofdregel is dat de BOPA met de reguliere procedure wordt voorbereid. Na een amendement in de kamer is art. 16.65, lid 4 aan de Omgevingswet toegevoegd: Het bevoegd gezag kan afdeling 3.4 van de Awb bij besluit van toepassing verklaren op de voorbereiding van de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA: a. als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b. waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Er is nog niet veel rechtspraak over deze twee criteria uit art. 16.65, lid 4 Ow. In de uitspraak van de Rechtbank Limburg die is gepubliceerd op 18 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9663 is dit aspect wel aan de orde.
Ten aanzien van de gevolgde procedure heeft verweerder gewezen op het bepaalde in art. 16.65, lid 4 Ow: het bevoegd gezag kan afdeling 3.4 #Awb van toepassing verklaren als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.
Uit de onderzoeken blijkt dat het realiseren van een terras van 80 m² geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Verder zijn er nog maar drie belanghebbenden over met bedenkingen. Verweerder stelt zich daarom op het standpunt dat hij in redelijkheid heeft kunnen afzien van het van toepassing verklaren van afdeling 3.4 Awb en dan is de reguliere procedure van toepassing en niet de uitgebreide. In dat geval kan alleen door belanghebbenden bezwaar worden gemaakt en bestaat niet de mogelijkheid van het naar voren brengen van zienswijzen (door eenieder) tegen een ontwerpbesluit. Verweerder handhaaft zijn standpunt dat niet in strijd met enig wettelijk voorschrift is gehandeld en dat de voorbereiding van de besluitvorming niet onzorgvuldig is, waarbij met de belangen van omwonenden rekening is gehouden.
Verweerder had in redelijkheid niet hoeven te besluiten om de uitgebreide voorbereidingsprocedure te volgen. Dat acht de rechtbank niet onzorgvuldig. Voor het oordeel dat eisers door het volgen van de reguliere procedure onevenredig in hun belang bij een goede rechtsbescherming worden geschaad, bestaat geen grond.
Y. Schönfeld: eerder dit jaar is er ook al eens een uitspraak geweest over of de BOPA met de uitgebreide procedure had moeten worden toegepast: zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5510