Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

BOPA-uitspraak waarbij wordt ingegaan op het vereiste om binnen 5 jaar BOPA te verwerken in het omgevingsplan!

Rechtbank Overijssel 31 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4533. Naar mijn weten is dit de eerste keer dat in de rechtspraak wordt ingegaan op het vereiste om binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de BOPA het omgevingsplan hierop aan te passen (art. 4.17 hashtag#Omgevingswet).

31 July 2026

Samenvattingen

Eisers voert aan dat het college ten onrechte geen aandacht heeft besteed aan de wijze waarop de bestreden omgevingsvergunning zal worden doorvertaald naar het Omgevingsplan. Volgens eisers is het belangrijk dat hierover nu al duidelijkheid komt, omdat derde belanghebbende ook vergunning heeft gevraagd voor een paardenrijbak mét verlichting. Weliswaar is de omgevingsvergunning voor dat onderdeel van het bouwplan geweigerd, maar onduidelijk is welke functie nu wordt toegekend aan het deel van het perceel waar de rijbak was beoogd. Ook is onduidelijk op welke wijze de doorvertaling daarvan naar het Omgevingsplan gaat plaatsvinden.

Op grond van artikel 4.17 Ow moet het Omgevingsplan uiterlijk vijf jaar na het onherroepelijk worden van de aan derde belanghebbende verleende omgevingsvergunning in overeenstemming worden gebracht met die vergunning.

De rechtbank ziet niet in waarom bij het verlenen van de bestreden omgevingsvergunning al had moeten worden aangegeven hoe het Omgevingsplan met die vergunning in overeenstemming zal worden gebracht. Daarvoor ziet de rechtbank geen wettelijke grondslag en eisers heeft ook niet aangegeven uit welke bepaling zo’n verplichting zou volgen. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.

Daarbij komt dat deze beroepsgrond met name ziet op de locatie van de paardenrijbak. Hiervoor is in de bestreden omgevingsvergunning geen toestemming verleend. Derde belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat de paardenrijbak niet wordt gerealiseerd, dat hij daarvoor ook geen vergunning meer gaat aanvragen en dat de locatie van de rijbak gewoon ‘groen’ blijft. Naar het oordeel van de rechtbank zijn hiermee ook de feitelijke grondslag voor en het procesbelang van eisers bij deze beroepsgrond komen te vervallen.

Artikel delen